Voer actie met je eigen drone

Wekelijks schrijft Arjen van Veelen over een moderne mythe. Vandaag: helikopters en drones, onschuldig ogend oorlogstuig op Madurodam-formaat.

Foto Arjen van Veelen

Laatst kocht ik van een Afghaan een Black Hawk-helikopter. Een schaalmodel, radiografisch bestuurbaar, twintig centimeter lang.

De Afghaan, verkoper in een modelhelikopterzaakje om de hoek, had een kleine demonstratie gegeven. Hij liet het helikoptertje boven de winkelvloer cirkelen en zette het daarna met een vlekkeloos uitgevoerde touchdown op de toonbank.

Instapmodelletje, zei hij. Onverwoestbaar. Drie tientjes. Batterijen krijg je er gratis bij.

Helikopters zijn voor de rijken of voor mensen in uniform. Gewone mensen zullen er nooit een bezitten – zullen er vaak zelfs nooit in zitten.

Helikopters kennen we van afstand. Als stip aan de hemel. Als geluid uit oorlogsfilms. Maar deze Syma 102G, met z’n vliegduur van vijf minuten, z’n actieradius van vijftien meter, z’n hoge zoemgeluid als van een gecastreerd staafmixertje – de Syma 102G ligt binnen ieders bereik. De consequenties daarvan overstijgen het niveau van speelgoed. Waarover zo meteen meer.

De miniheli wordt gemaakt in China. Dat merk je aan de kreupele Engelse teksten die op de wieken staan. Het is de onbedoelde poëzie van Google Translate:

WARNING

If blade damage, don’t be fly

otherwise it will create the human body

or blame damage.

Thuis, bij mijn eerste vlucht, crashte het ding egen een pui. Daarna steeg-ie meteen weer op, als een verdwaalde duif in paniek. Hij fladderde tegen een kast, stoof op, botste tegen een deurpost, herpakte zich en steeg op – crash, bzzzzzzzzz, crash, bzzzzzzzz, crash…

Maar de heli ging niet kapot. En op den duur kreeg ik het vliegen onder de knie. Ik voer de patrouilles uit door de woonkamer, via de keuken, door de slaapkamer, steeds langere patrouilles. Met mijn Amerikaanse legerhelikopter, geproduceerd in China, gekocht van een Afghaan, speelde ik oorlogje in mijn woonkamer. Ik deed Apocalyps Now na met de kamerplanten als jungle. Ik speelde Abbottabadje met de kat als prooi.

Speelgoed is zelden onschuldig. Op Madurodam-schaal was ik Obama in de war room. Ik had een Lynx en was een heel klein beetje Hans Hillen. Ik proefde aan – niet lachen! – aan macht; ik ervoer die bijna telekinetische sensatie van controle.

Dat is wat helikopterbezit met mensen doet.

in Heerhugowaard braken in het holst van de nacht twee mannen in bij de Intratuin. Het alarm ging, de mannen sloegen op de vlucht. Volgens het politiebericht is de politie toen uitgerukt met honden én met een helikopter. Eén boef werd al snel gepakt. De ander had zich weten te verstoppen in een kliko. Hij wist echter niet dat de helikopter een warmtecamera had.

Denk daar eens aan: aan die hijgende man in de pikdonkere vuilnisbak. Hoe hij het chop chop chop hoort, steeds luider. Blaffende honden. Zwiepende lichtkegels. En dan de klep die opengaat. Man versus heli. Eenling tegen de staat. Bij zo’n unfaire strijd kies je – of je nu wilt of niet – bijna vanzelf partij voor de man in de klikobak.

Helikopters staan van oudsher symbool voor de politiestaat. In 1984 van George Orwell wemelt het van de helikopters. Ze verschijnen al in het eerste hoofdstuk, vlak na de introductie van de slogan BIG BROTHER IS WATCHING YOU. Orwell beschrijft hoe in de verte een helikopter over de daken scheert, die even ‘als een bromvlieg’ blijft hangen en dan weer wegschiet. ‘It was the police patrol, snooping into people’s windows.’

Propellervliegtuigjes hebben nog iets rustgevends; het geluid van lome zomerdagen. Maar rondcirkelende politiehelikopters zijn boodschappers van naderend onheil, zelfs voor onschuldige burgers. Wie zoeken ze? Is er soms een bankovervaller in mijn tuin? Of zoeken ze mij? Een politiehelikopter laat altijd een spoor na van bezorgde tweets.

Dat effect hebben helikopters overal. ‘Helicopter hovering above Abbottabad at 1AM (is a rare event)’, twitterde de Pakistaan Shohaib Athar. Hij wist toen nog niet dat die heli Bin Laden zou pakken; hij wist alleen dat dit geluid vaak een veeg teken is.

Helikopters zijn de ogen van machthebbers: anoniem, afstandelijk, alziend. Tegen zo’n vogel heeft het individu geen schijn van kans. Dat angstbeeld zie je uitvergroot terug in het debat over drones, de onbemande vliegtuigjes waar vooral Amerikanen missies mee uitvoeren. Een drone is nog afstandelijker, klinischer, dodelijker dan een helikopter. ‘Remote control killing’ heet deze wijze van oorlogsvoering. Een oneerlijke strijd. Daarom ligt onze sympathie zo vaak bij de underdog, boef of niet.

Heel soms worden de rollen omgedraaid. In de film Heaven, bijvoorbeeld, uit 2002. Daarin weet Cate Blanchett, die een terroriste speelt, te ontsnappen via een gekaapte politiehelikopter. En dat is alleen nog maar film. De laatste jaren is er ook in werkelijkheid een machtsverschuiving gaande. Iedereen heeft nu een helikopter. Daarvoor moeten we even terug naar de speelgoedwinkel.

Mijn helikopter kostte een paar tientjes. Voor een paar tientjes extra kun je er al eentje kopen met een camera. De techniek is de laatste tijd zo sterk verbeterd, dat ook meer geavanceerde helikopters nu betaalbaar zijn voor gewone burgers. Voor 299 euro koop je bij de Mediamarkt al je eigen drone.

Dat is niet alleen goed nieuws voor de spelende mens. Ook voor activisten. Wereldwijd zetten demonstranten nu minihelikopters in tegen de politie. In Amerika bijvoorbeeld hadden de demonstranten van Occupy een ‘OccuCopter’, waarmee ze agenten konden filmen. Ook bij protesten in Rusland, Estland en Polen gebruikten activisten het afgelopen jaar geïmproviseerde heli’s. Journalisten en bloggers experimenteren nu met ‘drone journalism’. „Technologie die voorheen alleen beschikbaar was voor het leger, komt nu beschikbaar als open source”, zei Chris Anderson, hoofdredacteur van het blad Wired en een drone-doe-het-zelver, in het blad Mashable. Lachend: „We’ re open-sourcing the military-industrial complex.”

De heli’s en drones zijn nu gedemocratiseerd. Er ontstaat een luchtvloot van kleine piraten. Zelfs de beroemde politicoloog Francis Fukuyama kocht een minihelikopter (de Syma S107) en bouwde ook zijn eigen drone. Hij schreef er een opiniestuk over. „I want to have my drone before the government makes them illegal.”

Mijn eigen drone gaf na een spectaculaire botsing met een lichtspotje, opeens de geest. Mijn Black Hawk is down. Blade damage. Don’t be fly.

De kat zal blij zijn. Maar ik moet dat ding snel weer aan de praat zien te krijgen. ‘Your own space in the sky’, stond er op de doos. En zo voelt het ook: controle over je eigen luchtruim. Ik speel niet, ik ben activist. Niet lachen!