Van de fiets naar de bobsleebaan

Oud-wielrenster Willy Kanis nam deel aan twee Olympische Zomerspelen. Nu is ze in de bobslee serieus kandidaat voor de Winterspelen van Sotsji.

PARK CITY, UT - NOVEMBER 16: Esme Kamphuis (F) and Judith Vis of the Netherlands finish in seventh place in the FIBT women's bobsled world cup, on November 16, 2012 at Utah Olympic Park in Park City, Utah. George Frey/Getty Images/AFP == FOR NEWSPAPERS, INTERNET, TELCOS & TELEVISION USE ONLY == AFP

Sportredacteur

Amsterdam. Hardlopen was altijd ten strengste verboden, toen ze nog wielrenster was. Funest voor spieren en gewrichten. Maar leren rennen was voor Willy Kanis geen enkel bezwaar toen zij dit najaar besloot over te stappen naar het bobsleeën. „Ik was op zoek naar nieuwe uitdagingen. „Dat korte werk ligt me wel.”

Jamaicaanse sprinters deden het, volleyballers, skispringers, hordelopers, rugbyers, allerhande atleten. Bobsleeën trok altijd sporters van buiten aan, maar één ding hadden ze gemeen: korte, krachtige sprintexplosies op loopschoenen vormden de basis voor hun overstap.

Maar Willy Kanis uit Kampen, thuis op de meest uiteenlopende soorten rijwielen, denkt niet in beperkingen. Direct na de Olympische Zomerspelen in Londen stapte ze over van de wielerbaan naar de slee van Esmé Kamphuis. Net zoals ze jaren geleden was overgestapt van het fietscross naar de wielerbaan. „Maar dit was compleet nieuw voor mij”, zegt Kanis vanuit het Duitse Winterberg, waar haar teamgenoten Kamphuis en Judith Vis zaterdag tijdens wereldbekerwedstrijden knap vijfde werden.

De invloed van Kanis op de sport is al na een paar maanden zichtbaar. Bij haar debuut achter in de slee bij pilote Kamphuis, eind november, eindigde ze op de moeilijke olympische baan van Whistler meteen als vierde. Die prestatie bevestigde dat Kanis, na de Zomerspelen van Peking (2008) en Londen, serieus kandidaat is voor de Winterspelen van Sotsji.

En dat voor een sportvrouw die pas een maand eerder haar eerste afdaling maakte. Ze had de opmerkelijke overstap al in haar hoofd voor haar afscheid als wielrenster in Londen, waar ze met Yvonne Hijgenaar als vijfde eindigde op de teamsprint. Al in de aanloop naar Peking had ze bobsleester Kamphuis ontmoet, in sportschool Bijsterbosch in Heerde. „Ik zag bij haar krachttraining hoe sterk en explosief Willy was”, zegt Kamphuis. „Dus ik zei voor de grap: heb je geen zin om een keer een echte sport te proberen?”

Afgelopen zomer, vijf jaar later, liepen de twee elkaar opnieuw tegen het lijf, nu tijdens ieders eigen training op Papendal. Kamphuis: „Willy vroeg of dat aanbod nog stond, want na Londen had ze interesse.”

De deal was snel gemaakt. Maar de omschakeling, vooral voor haar lijf, is enorm. Zo groot dat Kanis met een aangepast programma werkt, zegt de Britse Nicola Minichiello, de nieuwe bondscoach van de Nederlandse bobbers. „Willy moet niet alleen leren rennen, haar spieren moeten leren omgaan met de krachten die daarbij vrijkomen. Haar lichaam ondervond in het wielrennen geen enkele impact van de grond, in het aanduwen van de slee juist heel veel. We bouwen het langzaam op, onder begeleiding van een fysiotherapeut.”

Maar Minichiello, wereldkampioen in 2009, zag al genoeg van de sportvrouw Kanis om van te watertanden. „Ze is een fenomenaal talent, ongelooflijk sterk en snel. Ze kan heel snel omschakelen.”

Ook Kamphuis is blij met haar nieuwe teamgenoot. „Willy is een echte professional, met zoveel ervaring op het hoogste niveau, en in verschillende sporten. Daar kan ik nog een hoop van leren. Het is heel fijn, een winnaar in je team.”

Kanis zal nog wel met Vis moeten uitvechten wie de plek achter Kamphuis inneemt. Aanvankelijk zouden de twee in Winterberg een push-off doen om te bepalen wie de beste start maakt, maar die werd afgeblazen door de hevige sneeuwval. Daarom ging Kamphuis naar beneden met Vis. Komend weekeinde in La Plagne is het weer de beurt aan Kanis. „Judith en Willy slepen elkaar naar een hoger niveau, dat is fantastisch om te zien. Uiteindelijk wordt een team beter van zo’n concurrentiestrijd.”

En dat is wat Kamphuis wil, ruim een jaar voor de Spelen van Sotsji. In het Canadese Vancouver was ze twee jaar geleden al blij dat ze meedeed en achtste werd, met Tine Veenstra. In Sotsji is meer mogelijk. „We voelen dat we niet onderdoen voor de rest. Op een niet arrogante manier beseffen we dat we een medaille kunnen winnen.”

Daarmee is het platte Nederland stiekem bobsleeland geworden – en de wereldtop weet het. Kamphuis merkt dat ze anders wordt benaderd dan vijf, zes jaar geleden. „Toen ik begon met bobsleeën wilde iedereen helpen, ik kon overal afdalen, overal trainen. Nu krijgen we geen trainingstijd meer, in Duitsland, Canada of Amerika mogen we de sportscholen rond de baan niet meer in. Als wij naar beneden gaan worden we gefilmd en geanalyseerd door andere landen. Vroeger werden we alleen gefilmd door onze eigen mensen. We worden echt serieus genomen.”

    • Rob Schoof