Scholieren in Singapore visualiseren; daardoor zijn ze beter

Singapore is heel goed in rekenen. Hoe kan dat? „Dit is één blokje, dit is één blokje. Dus samen zijn het: twee blokjes!”

De Singaporese scholieren Rijul (11), Yuan Mao (12) en Saghilan (12) willen best laten zien hoe ze de moeilijkste sommen maken. Op een terras bij hun school halen ze enthousiast hun hulpmiddelen tevoorschijn. Een geodriehoek, een markeerstift, een rekenmachine.

Rijul vertelt hoe zijn juf in de eerste klas blokjes gebruikte voor de simpelste sommen. „Dit is één blokje, dit is één blokje. Dus samen zijn het: twee blokjes!” Nog steeds proberen ze sommen voor zich te zien. Als Yuan Mao een opgave maakt over Ali en Baba die de prijs van een cadeau delen, tekent hij eerst een balkje dat hij deels inkleurt.

Sinds vorig schooljaar rekenen ook sommige Nederlandse leerlingen op zijn Singaporees. Scholieren in de stadsstaat kunnen goed rekenen dankzij een lesmethode die begin jaren tachtig is ingevoerd. Die maakte een einde aan het stampen van tafels en leren van formules. Singapore staat al jaren in de top van rekenprestaties.

Scholen overal ter wereld proberen dit succes te kopiëren. Vorig jaar kwam een Nederlandse versie op de markt. Hoewel de lesmethode nog niet af is, zijn twintig scholen ermee begonnen.

Het balkje dat scholier Yuan Mao tekent, is een van de meest herkenbare onderdelen van de methode. Het gaat in drie stappen: eerst met concrete voorbeelden (de blokjes), dan met visuele hulpmiddelen (het balkje) en dan pas abstract (de getallen). In andere landen slaan ze de visuele stap over.

„In onze tijd waren cijfers gewoon cijfers en was het niet zo visueel als nu”, zegt de 45-jarige Lim Choon Hwee, vader van Megan (6). „In het begin dacht ik: wat een tijdverspilling, die extra stappen. Maar nu denk ik dat het erg helpt.” Zijn dochter laat zien hoe ze een deelsom maakt: mevrouw Tan verdeelt twaalf sinaasappels over twee tassen, hoeveel gaan er in één tas? Megan tekent twee rondjes (de tassen) en zet er om en om stipjes in (de sinaasappels) tot ze bij 12 is. Dan telt ze het aantal stipjes in één tas en ze weet: twaalf gedeeld door twee is zes.

Andere kenmerken van de methode zijn dat leraren weken achtereen hetzelfde behandelen, zodat kinderen het door en door begrijpen. Bijna alle sommen komen in de vorm van een verhaal, zodat leerlingen het belang zien voor het dagelijks leven. Leerlingen moeten veel overleggen.

De Singaporese aanpak helpt vooral gemiddelde leerlingen om beter te rekenen, zegt directeur Banhar Yeap van het Marshall Cavendish Institute, dat wereldwijd scholen begeleidt met deze methode. Veel Singaporese scholieren kunnen daardoor op de lagere school sommen maken waar andere kinderen pas in het voortgezet onderwijs aan toe komen. 43 procent haalt het hoogste rekenniveau, volgens het vandaag gepresenteerde TIMMS-rekenonderzoek. In Nederland is dat 5 procent.

    • Elske Schouten