Patriots: het kabinet mijdt de Grondwet

Het kabinet stuurt Patriots naar de Turks-Syrische grens om NAVO-lid Turkije te steunen, maar omzeilt

de Grondwet, die zorgvuldigheid bij militaire missies garandeert. Hiermee negeert Rutte II belangrijke lessen, vindt Sjoerd Sjoerdsma.

Nederlandse Patriots schieten binnenkort Turkije te hulp bij de bescherming van het grondgebied van dat land tegen mogelijke aanvallen uit Syrië. Nederland heeft binnen de NAVO een speciale verantwoordelijkheid, omdat wij – samen met de Verenigde Staten en Duitsland – als enige beschikken over een dergelijk raketverdedigingssysteem.

Behalve militair geschut worden ook 360 militairen, Nederlandse mannen en vrouwen, uitgezonden. Hiermee rust een zware verantwoordelijkheid op de politiek, op ieder Kamerlid. Bij een besluit over steun aan een militaire missie is maximale zorgvuldigheid geboden. Aan deze belangrijke voorwaarde van zorgvuldigheid wordt voldaan als het kabinet de zogenoemde artikelhonderdprocedure volgt.

De naamgever van deze procedure is artikel 100 van de Grondwet. Dit schrijft de regering de grondwettelijke plicht voor om de Tweede Kamer vooraf gedetailleerd te informeren over het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Het wetsartikel is een voortvloeisel uit ruim dertig jaar discussie over de manier waarop de Tweede Kamer moet worden betrokken bij de inzet van de krijgsmacht. Hierbij hoort ook nadrukkelijk het zogeheten ‘toetsingskader’. Dit bepaalt waaraan de besluiten tot militaire inzet en de informatie hierover moeten voldoen. In de praktijk gebruikt het kabinet artikel 100 om brede steun te vinden in de Kamer.

Als diplomaat in Afghanistan heb ik bij het opzetten van de politietrainingsmissie in Kunduz van dichtbij ervaren hoe waardevol artikel 100 is. De voorbereiding van de artikelhonderdbrief – ruim twintig pagina’s – met een uitgebreide risicoanalyse dwingt militairen en diplomaten tot maximale scherpte. Wat zijn de doelstellingen van de missie? Waar willen we uitkomen? Welke risico’s brengt de inzet van Nederlandse militairen en diplomaten met zich en hoe kunnen we deze zo goed mogelijk beperken?

Het zijn slechts enkele vragen uit een lange checklist. Deze moet structureel worden doorgewerkt, mede dankzij het toetsingskader. De uitgebreide artikelhonderdbrief biedt parlementariërs een gedegen basis om de briefings en hoorzittingen met deskundigen in te gaan. Hoe vollediger de brief, hoe scherper Kamerleden kunnen doorvragen. Pas na dit hele traject volgt een debat. Hierna wordt de politieke afweging gemaakt.

Omdat het kabinet artikel 100 nu omzeilt, heeft de Kamer alleen een zogenoemde notificatiebrief gekregen, van tweeënhalve pagina. De risicoanalyse beslaat vier regels. Er is slechts zeer summiere informatie over de politieke situatie in Turkije zelf, over de veiligheidssituatie in de regio en over de militair-operationele haalbaarheid.

Het kabinet schendt met de gebrekkige informatievoorziening ook gemaakte afspraken. De laatste keer dat artikel 100 niet werd ingezet, was in 2002, onder Balkenende I, tijdens de oorlog in Irak. Het ging toen om een vergelijkbare militaire inzet: Patriots in Turkije, louter defensief. Ook toen ging er alleen een notificatiebrief naar de Kamer. De commissie-Davids, die onderzoek deed naar de Nederlandse besluitvorming rondom de deelname aan de oorlog in Irak, concludeerde in 2010 dat dit onvoldoende was. Artikel 100 was bij het besluit over de Patriots „ten onrechte niet toegepast”, aldus Davids. Het beroep hierbij op NAVO-verplichtingen strookte „niet met de tekst van het artikel noch met zijn ontstaansgeschiedenis”. In het debat over het rapport van Davids zei de PvdA: „Ook de procedure over de plaatsing van de Patriots in Turkije verdient geen schoonheidsprijs.” En premier Balkenende zei over de Patriots: „Ook die les is geleerd.”

Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) deed er vorige maand in debat met de Kamer nog een schepje bovenop, door nogmaals te benadrukken dat hij precies dezelfde les had geleerd. Toen hij de vraag kreeg of Nederland op een mogelijk NAVO-verzoek om steun aan Turkije zou ingaan, luidde zijn antwoord: „Als ik iets in de afgelopen vijftien jaar geleerd heb – ik denk aan de aanpassing van de artikelhonderdprocedure, ik noem de commissie-Davids – dan is het dat je niet moet improviseren en filosoferen (…) Je moet heel zuiver de relatie tussen kabinet en Kamer in de gaten houden.”

Dit waren wijze woorden van de minister. Helaas bleven de daden achter.

D66 roept de minister op zich alsnog aan zijn woord te houden. Laten we de lessen van de commissie-Davids niet vergeten en het besluit over de inzet van Patriots in Turkije nemen langs de lijnen van artikel 100. Door schade en schande zijn we tot deze procedure gekomen. Respecteer haar dan ook. Het is essentieel dat de Kamer – de gekozen volksvertegenwoordiging – maximaal geïnformeerd wordt. Dit is niet alleen de beste garantie voor een nauwkeurig gewogen politiek oordeel, het is ook een belangrijke voorwaarde om als Kamer – als er iets misgaat –verantwoordelijkheid te kunnen dragen. Zorgvuldige besluitvorming over de militaire inzet van onze mannen en vrouwen is niet alleen een grondwettelijke taak. Het is de plicht van elk kabinet, van ieder Kamerlid en van de gehele samenleving.

Sjoerd Sjoerdsma is oud-diplomaat en woordvoerder buitenlandse zaken voor de Tweede Kamerfractie van D66.

    • Sjoerd Sjoerdsma