Overal schuilt iets moois achter

Documentairemaker Sarah Harkink (25) maakte een film over de justitiële jeugdinrichting waar zij zelf heeft gezeten. In de toekomst gaat zij zich vooral onderdompelen in andere culturen.

Nederland, Utrecht, 10-12-2012 Sarah Harkink, Regisseur documentaire’ PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2012

‘Ik was een stout kind’, zegt documentairemaakster Sarah Harkink (25), terugblikkend op haar puberteit. Ze was agressief, sloeg een politieagent en bedreigde haar vader met een schaar. Ze zat in verschillende internaten, tot ze op haar zestiende in de gesloten jeugdinrichting Harreveld terecht kwam, op de afdeling Alexandra in Almelo. Bijna tien jaar later is ze afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), met een film over Alexandra. „Ik heb nog bijna iedere week een nachtmerrie over die inrichting en vroeg me af waarom ik het niet gewoon achter me kan laten. Ik word nog steeds boos als ik eraan denk”.

In Alexandra gaat Harkink op zoek naar haar vriendinnen uit de instelling. Drie meisjes die in dezelfde groep zaten, allemaal leven ze nu met vallen en opstaan buiten de muren van Alexandra en denken ze zo weinig mogelijk terug aan die tijd. Zelf is Harkink in de film aanwezig als vriendin, als ervaringsdeskundige, ook op zoek naar haar eigen verhaal. Een onderzoeker die ze interviewt, bevestigt: in Alexandra zijn behandelmethodes gebruikt die niet door de beugel kunnen. Met negentig procent van de meisjes die er gezeten hebben, gaat het niet goed. ‘Wraak’ wil Harkink haar film niet noemen. ‘Gerechtigheid’, misschien.

„Voor veel van de meisjes die in Alexandra hebben gezeten, is deze film een vorm van erkenning. Ze worden vaak gezien als ‘ontspoorde wijven’, die liegen en manipuleren. Hun klachten worden niet serieus genomen. Dat onderzoek is een bevestiging dat het inderdaad niet oké was wat daar is gebeurd”. Ze beschrijft hoe de behandelaars haar wilden laten zeggen dat ze verkracht was. Twee mannelijke behandelaars gingen bovenop haar liggen, tot ze brak. „Ik word nog steeds achtervolgd door de dingen die daar gebeurd zijn”.

De documentaire Alexandra won al meteen twee prijzen: de Documentaire Wildcard (40.000 euro) voor de meeste talentvolle jonge filmmakers. En een nominatie op het IDFA-festival voor een DOC U Award. Pittig voor een afstudeerfilm?

„Nou ja, ik maakte de documentaire vooral omdat ik wilde afstuderen. Natuurlijk is het te gek dat de film het zo goed gedaan heeft, maar het voelt wel alsof ik in mijn blootje sta. Mensen zien ineens dat ik eigenlijk een stout kind geweest ben.”

Waarom wilde je een film maken over Alexandra?

„Omdat het voelde alsof ik in een film stapte toen ik daar ooit werd opgenomen. Dit overkomt normale mensen niet. Eigenlijk nam ik de opname helemaal niet serieus omdat ik al wel vaker in internaten had gezeten. Ik dacht: ik ben zo weer weg, ik loop weg, of ik word weggestuurd. Maar toen zag ik de hekken met prikkeldraad. Ik werd gefouilleerd en ik moest me uitkleden zodat ze konden kijken of ik iets op mijn lichaam smokkelde. En toen kwam ik in een groep van tien écht heftige meisjes terecht, een borderline-groep. Zo’n groep is een minimaatschappijtje met eigen regels en een sterke hiërarchie, en het kon er elk moment ontploffen. Ik heb toen veel op mijn kamer gezeten. Ik ben eigenlijk heel bang geweest voor de meisjes die daar zaten.”

Het verhaal in de film maakt jou kwetsbaar. Wordt het egoportret een rode draad in volgende documentaires?

„Ik zit nu middenin een nieuwe film, die ik maak van de 40.000 euro die ik op het Nederlands Filmfestival heb gewonnen. Doordat Alexandra zo goed is ontvangen, voel ik wel druk. Ik ben bang dat mijn nieuwe film tegenvalt. Daarom ben ik ook gewoon iets héél anders gaan doen, iets luchtigs. Hij gaat over de rage rond vampiers, over de aantrekkingskracht daarvan. Overal schuilt iets moois achter.”

Documentaire of film?

„Ik begon op de opleiding met fictie, stapte over op documentaire omdat ik tijdens een stage in Zambia ineens dacht: waarom zou je het allemaal zelf verzinnen? De mooie verhalen liggen gewoon op straat. Ik ben nieuwsgierig, dompel me graag onder in een andere cultuur, of in het verhaal van de mensen die ik volg.”

Om wat te bereiken?

„Om vooroordelen te ontkrachten, daar is het me om te doen. Neem de meisjes die ik gefilmd heb voor Alexandra. Als ik me even grof uitdruk: één van hen is een neonazi, één een zwerver, en één werkt in de seksindustrie. Maar achter dat beeld zitten mensen zoals jij en ik. Dat wil ik in mijn documentaires laten zien. Ik wil begrip creëren. Ik ben vier keer naar Zambia geweest. Ik maakte er de film The Educators, over een klein dorpje waar voor het eerst elektriciteit beschikbaar komt. Ook dat zijn gewoon weer mensen zoals jij en ik.”

Ga je als documentairemaakster in Afrika anders te werk dan in Nederland?

„Ja, dat maakt het juist zo leuk om in het buitenland te werken. Als je ergens wilt filmen, moet je al je apparatuur op een fiets laden en door de hitte en het losse zand naar het volgende dorp zien te komen. Het is zwaar, ook door de taalbarrière, de hiërarchie in de samenleving en het verschil in besef van tijd. Je kunt daar niet efficiënt werken. Als mijn nieuwe film erop zit, zou ik het liefst weer in het buitenland willen filmen. Me helemaal onderdompelen in een cultuur die ik niet ken, en proberen me die eigen te maken, dat wordt het grootste avontuur dat er is”.

Heb je al plannen voor een nieuwe film?

„Ik wil graag samen met andere mensen een film willen maken. Samenwerken vind ik leuker dan eenzaam alle verantwoordelijkheid moeten dragen. Ik ga documentaires maken over mensen die tussen twee werelden zitten. In Zambia heb ik bijvoorbeeld Nederlanders ontmoet, die daar al jaren samengekliekt wonen. Ze kwamen uit idealisme, en voelen zich nu te goed voor het haastige Nederland, maar kunnen ook al die Zambiaanse narigheden niet accepteren. Ze vormen een klein eilandje dat nergens meer thuishoort. Hier wilde ik die 40.000 euro aan besteden, maar dat werd me afgeraden omdat het niet zou lukken. Maar ik heb geleerd om veel te doen met weinig middelen. Alexandra heeft me tweeduizend euro gekost, en ik weet zeker dat zo’n project over twee werelden ook met een klein budget kan.”

In Alexandra blader je door je dossier uit die tijd, en dan zeg je: „Het lijkt wel of dit over iemand anders gaat”.

„Dat onhandelbare meisje dat ik toen was, dat ben ik niet meer. De herrie in mijn leven is voorbij”.