Ook ik ging langs de lijn vaak uit mijn dak

Kees Jansma’s leven wordt beheerst door voetbal. Hij zag de sport verruwen. „Mensen corrigeren elkaar nauwelijks meer.”

Nederland, Doorn, 6-5-2012. Foto Maarten Hartman. Kees Jansma. In de dug out van "zijn " club DEV Doorn

„Bizar en onacceptabel”, luidt het commentaar van een ontstemde Kees Jansma over het gestaakte oefenduel van gisteravond tussen Excelsior Maassluis en ‘zijn’ Alphense Boys. „Ik heb gehoord dat een speler van ons aanmerkingen op de scheidsrechter maakte. Dat kan natuurlijk niet. De club zal een onderzoek instellen. Van excuses wil ik niets horen. Want dan hebben we niets van de bijeenkomsten van afgelopen weekeinde geleerd.”

Voor Jansma begon de bezinning afgelopen zaterdag in de ‘Kees Jansma Bar’ van DEV (De Elf Vrienden) Doorn – zijn tweede clubliefde. Net als bij talloze verenigingen in het land kwamen zo’n tweehonderd leden bijeen om stil te staan bij de dood van de mishandelde grensrechter Richard Nieuwenhuizen. Jansma was er zelf ook bij. „Het was een goed moment om eens met zijn allen na te denken”, zegt hij. „Want iedereen die zegt dat zoiets bij zijn eigen club niet kan gebeuren, die liegt dat hij barst. Geweld zit in de mens. Het is zaak dat te controleren. Maar uitbannen kun je het nooit.”

Als oud-speler, bestuurder, journalist en perschef van Oranje is Jansma ervaringsdeskundige. Voetbal heeft van jongs af aan een prominente plaats in zijn leven. En emoties horen nu eenmaal bij zijn favoriete sport.

In gedachten gaat hij terug naar 1963. „Samen met mijn vader en mijn broer speelde ik destijds in het zevende elftal van Voorburgse Tonegido. Mijn vader kreeg van de grensrechter een klap op zijn kop met diens vlag. Mijn moeder rende op blote voeten het veld over en ging verhaal halen. Dat werd daarna allemaal in de kantine gesust. Wij zullen dat moment als familie nooit meer vergeten.”

De voormalige voorzitter van Alphense Boys heeft met eigen ogen vastgesteld dat de grenzen van fatsoen zijn verlegd. Ouders kunnen zich langs de lijn moeilijk beheersen. Jansma steekt de hand in eigen boezem. „Ik was vaak buitengewoon emotioneel. Ik ben meer dan eens uit mijn dak gegaan. Ik weet nog goed dat mijn oudste zoon Raymond, die nu 39 is, op zijn zestiende met de B1 van Alphense Boys bij SJC Noordwijk speelde. Op een gegeven moment kwam hij als aanvoerder naar me toe en zei: ‘Pa ga even lekker een uur in de auto zitten’. Toen wist ik dat ik te ver was gegaan met al mijn commentaar.”

Het is vaker voorgekomen dat Jansma na een driftbui door zijn omgeving moest worden gecorrigeerd. „Dan werd je door anderen op je gedrag gewezen. ‘Stel je niet zo aan’, of ‘Hou nou op joh’, kreeg ik te horen. En dan kom je tot bezinning. Die sociale controle is grotendeels verdwenen. Mensen corrigeren elkaar nauwelijks meer. Ze zijn bang voor reactie. ‘Waar bemoei jij je mee’, is nu al snel het antwoord. ”

Jansma is zelf tot rust gekomen. Schreeuwen langs de lijn is er voor hem niet meer bij. De liefde voor het voetbal is er niet minder om. Jansma vindt niets mooier dan de zaterdagochtend beginnen met een kopje koffie bij DEV om daarna naar zijn zonen Sander (8) en Ruben (10) te kijken. „Ik ben nu eigenlijk totaal ontspannen langs de lijn ”, legt Jansma uit.

Op zondag is Jansma vaak te vinden bij de Alphense Boys waar hij adviseur van het eerste elftal is dat in de hoofdklasse speelt. Bij het gestaakte oefenduel van gisteravond ontbrak hij. „Ik wist eigenlijk niet eens dat ze zouden spelen.”

Volgens Jansma vormt elke voetbalclub op zijn manier een afspiegeling van de samenleving, met alle positieve en negatieve aspecten van dien. „Als er bij DEV een zwart jongetje speelt wordt daar nog echt verbaasd naar gekeken. Bij Alphense Boys is dat totaal anders. Alleen al bij de A-selectie zitten negen Marokkaanse spelers. Maar ook Turkse jongens, Antillianen en een Chinees. Daar zijn de blanken in de minderheid. In beide gevallen is voetbal een bindmiddel.”

In Doorn heeft Jansma zich samen met anderen hard gemaakt voor de accommodatie van amateurclub DEV. Na een investering van zo’n zeven ton beschikt de club nu over een totaal vernieuwd onderkomen met nieuwe kleedkamers, een kunstgrasveld en een tribune. Jansma is de trotse voorzitter van stichting Tuilland, die het complex beheert. Als eerbetoon is de bar naar hem vernoemd. „Ik vind het mooi te zien dat de mensen graag naar de club komen. Kleinschalig, maar gezellig.”

De sfeer en de ambiance zijn bij het veel grotere en ambitieuzere Alphense Boys totaal anders. Een multiculturele club in een multiculturele stad. Het doet Jansma pijn als mensen in navolging van Geert Wilders de Marokkanen nawijzen als de bron van het kwaad. „Daar kan ik boos om worden en daar zal ik tegen blijven strijden. Met het gevaar dat sommigen me een dominee zullen noemen, maar ik heb wel recht van spreken. Bij Alphense Boys proberen we alles bij elkaar te houden. Dat vergt inzet, maar heeft wel resultaat. Daarom is z’n geval van gisteravond zo vervelend. Zo wil je nu niet in het nieuws komen.”

Jansma verwacht van een aantal leidende Marokkaanse voetballers dat ze een voorbeeldfunctie vervullen. „Cultuurverschillen worden op een voetbalveld vaak uitvergroot. Daarom is sport voor de integratie zo belangrijk. Voetbal is een volkssport, daar moet je iedereen bij betrekken. Respect moet van beide kanten komen. En het is een utopie te denken dat het geweld zal verdwijnen. Maar wat is onze keus? We wonen en leven met verschillende culturen in een land. Dan zullen we ook samen moeten sporten. Mensen zullen zeggen: ‘Jansma heeft makkelijk praten. Die woont in de bossen van Doorn’. Dat klopt. Maar daarmee zijn mijn ogen voor de samenleving nog niet gesloten.”

    • Koen Greven