Na een week stijgt dodental nog

Een week nadat cycloon Bopha over de Filippijnen raasde, stijgt het dodental nog. Wel laten rebellen en regering hun strijd tot nader order rusten.

To go with AFP story Philippines-weather-typhoon-farm,FOCUS by Jason Gutierrez In a picture taken on December 8, 2012, motorists ride past flattened banana trees at a plantation in New Bataan town, Compostela Valley province, in the aftermath Typhoon Bopha. Last week's terrifying storm has left more than 1,600 people dead or missing in the southern Philippines, and all but wiped out the banana plantations that are one of the desperately poor country's few export earners. AFP PHOTO / TED ALJIBE AFP

Volgens de eerste berichten van vorige week dinsdag waren het er vijf. Woensdag waren het er 82. Vrijdag was het aantal opgelopen tot 420. Gisteren werd gevreesd dat cycloon Bopha in het ergste geval aan duizend mensen op de Filippijnen het leven heeft gekost.

Daarmee is Bopha bijna even dodelijk als de cycloon die een jaar geleden de Filippijnen teisterde. Toen vielen er in het noorden van Mindanao 1.250 doden.

Volgens de VN-organisatie voor humanitaire hulp (OCHA) zijn er 540 doden bevestigd, worden er nog 827 mensen vermist en zijn er 370.000 mensen op de vlucht geslagen. De Verenigde Naties deed gisteren een oproep onder haar leden om 65 miljoen dollar (50 miljoen euro) in te zamelen voor noodhulp. „Vijf miljoen mensen zijn geraakt en hebben onmiddellijk hulp nodig”, zei Luiza Carvalho, landendirecteur van OCHA, tegen de verzamelde pers. „Hun prioriteiten zijn eten, water en onderdak, maar levensonderhoud is eveneens zeer belangrijk. Zo veel boeren hebben hun oogst verloren en het is zo’n arm gebied.” Deze keer lijkt het zuiden van het eiland het zwaarst getroffen. Volgens de eerste schattingen bedraagt de schade voor boeren 8,5 miljard Filippijnse peso (162 miljoen euro). Boeren in Compostela Valley, de zwaarst getroffen provincie, telen vooral bananen, rijst en kokosnoten.

De ravage heeft geleid tot een staakt-het-vuren tussen Filippijnse regeringstroepen en de maoïstische rebellen van de New People’s Army (NPA). Deze rebellen strijden sinds 1969 tegen de regering in Manila. Bij het conflict, dat in de jaren tachtig een hoogtepunt kende, zijn volgens schattingen 40.000 mensen omgekomen. De maoïstische rebellen zijn actief in Compostela Valley en Davao Oriental, de twee provincies die het hardst zijn geraakt door Bopha. Een majoor-generaal van het Filippijnse leger zei gisteren tegen persbureau Reuters dat zijn troepen momenteel vooral noodhulp verlenen.

Hulporganisaties in het gebied melden grote verwoesting. „De schaal is ongekend voor de Filippijnen. We hebben het over tienduizenden huizen die vernield zijn in het zuidwesten van Mindanao”, aldus Joe Curry van hulporganisatie Catholic Relief Service tegen de Engelstalige website van Al Jazeera. „Mensen wonen in gammele huizen. En als zo’n storm toeslaat worden hele gemeenschappen weggevaagd.”

Cycloon Bopha is dodelijker dan orkaan Sandy die zes weken geleden de oostkust van de VS trof. Sandy eiste 110 levens in de Caraïben en 125 in de VS. Toch kreeg Sandy veel meer aandacht van westerse media dan Bopha, deels omdat Sandy mogelijk de Amerikaanse presidentsverkiezingen kon beïnvloeden.