Monti doet er goed aan zich verkiesbaar te stellen

Als onkruid dat maar niet wil vergaan, steekt hij weer de kop op. Silvio Berlusconi, de 76-jarige ondernemer en politicus, wil opnieuw een gooi doen naar het premierschap van Italië.

Dat is nog tot daaraan toe. Ook iemand als Berlusconi, onlangs door de rechtbank tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens belastingfraude en verder onder meer verdacht van seks met een minderjarige, heeft zijn democratische rechten, zoals het passief kiesrecht.

Ernstiger is dat van de weeromstuit premier Mario Monti zijn aftreden heeft aangekondigd. De man onder wiens leiding Italië bezig is economisch uit het dal te kruipen. De ‘technocraat’ die belast is met het ruimen van het puin dat zijn voorganger Berlusconi had achtergelaten, zoals een gigantisch gegroeide staatsschuld. Herstel van de potentieel sterke Italiaanse economie was en is niet alleen een nationaal, maar ook een Europees belang.

Monti ziet in de huidige situatie geen brood in voortzetting van zijn premierschap, nu hij het zonder de steun van Berlusconi’s partij PDL moet stellen. Zij zegde vorige week het vertrouwen in het zakenkabinet onder leiding van de voormalige Eurocommissaris op. Vervroegde verkiezingen zijn nu te verwachten.

Berlusconi moet worden nagegeven dat hij al direct na zijn door velen bejubelde vertrek, op 12 november van het vorig jaar, zijn terugkeer niet uitsloot. Dat was overigens een week nadat hij speculaties over zijn vertrek ongefundeerd had genoemd. Verder kondigde hij op 24 oktober van dit jaar juist aan „een stap” terug te doen. Kortom: Berlusconi deinst er niet voor terug zijn wispelturigheid publiek te belijden. Daar staat een herkenbare rode draad tegenover: dat hij zijn particuliere belang boven het staatsbelang stelt.

Een tevoren gevreesd gevolg daarvan werd vanochtend inderdaad zichtbaar. De financiële markten reageerden negatief op Monti’s aangekondigde vertrek. De rente op tienjarige staatsobligaties maakte een flinke sprong omhoog: van 4,54 naar 4,79 procent. Ten laste dus van de Italiaanse staatskas. Van de weeromstuit steeg ook de rente in Spanje, met 0,19 procentpunt.

Intussen wordt in Italië gespeculeerd over de vraag of de partijloze Monti toch aan de komende verkiezingen zal meedoen. Zelf heeft hij zich er nog niet over uitgelaten. Maar het zou goed zijn als hij zich wel beschikbaar stelde. Niet alleen om een eventuele rentree van Berlusconie weerstaan. Maar ook omdat zijn kabinet één manco vertoont: het ontbeert legitimatie van de kiezers. In een parlementaire democratie hoort een zakenkabinet nooit meer dan een tijdelijke noodgreep te zijn.