Met zijn studies veranderde hij onze kijk op klassieke muziek

Als pianist en schrijver veranderde Charles Rosen de manier waarop we dachten over muziek. Hij bracht wetenschap en klinkende muziek samen.

persfoto: Don Hunstein

Als geboren New Yorker was hij niet vies van hersenprikkelende bon mots. Zijn artikelen in The New York Review of Books (volgende week verschijnt het laatste) stonden er vol mee. Dat maakt het verleidelijk de oorspronkelijkheid van pianist/onderzoeker/schrijver Charles Rosen met zijn eigen woorden op te tuigen. Maar zijn grootste werken waren doorwrochte studies naar de muziek van Haydn, Mozart en Beethoven – The Classical Style (1971) en Sonata Forms (1980). Rosen overleed zondag in Manhattan aan de gevolgen van kanker. Hij werd 85 jaar.

Rosen, geboren op 5 mei 1927, was een wonderkind en kreeg al vroeg les van Moriz Rosenthal, een oud-leerling van Liszt. Na de Juilliard School of Music promoveerde hij in 1951 aan Princeton University in de Romanistiek, vooral omdat zijn beurs hem in staat stelde vier uur per dag piano te studeren. „In welk vak ik promoveerde kon me niet schelen; ik werd toch pianist. De docent Romanistiek was de slimste, daarom koos ik hem”, zei Rosen in 2009 in een interview met deze krant. In 1951 debuteerde hij ook als concertpianist, bracht zijn eerste elpee uit (er volgden nog tientallen) en begon aan een loopbaan als pianist.

De liefde voor wetenschap en schrijven kwam weer op de voorgrond toen de door Rosen zelf geschreven teksten op elpeehoezen de aandacht van een uitgever prikkelden. Uiteindelijk ontsteeg zijn belang als schrijver zijn grootheid als pianist – al zijn beide in essentie niet los te koppelen. Rosens spel was virtuoos, maar sommige van zijn interpretaties komen wat bestudeerd over in de voorkeur voor het uitlichten van details.

The New York Times noemde Charles Rosen onlangs nog zo scherp dat „een vlieg aan de wand van zijn brein zou smeken om genade”.

Wat hem uniek maakte, was het feit dat hij in een extreem heldere, toegankelijke stijl wetenschap en uitvoeringspraktijk met elkaar samenbracht. De vragen waar Rosen in The Classical Style vanuit ging, waren grofweg: wat maakte de Klassieke stijl? Rosen definieerde de uniciteit van die periode in een versmelting van „het grootste raffinement en de grootste muzikaal-technische complexiteit met de deugden van het straatlied.” Populariteit gefundeerd op complexiteit – dat was wat hij in die muziek bewonderde, maar waar hij ook zelf als auteur voor stond.

Rosens werk is zo goed als onleesbaar voor wie geen notenschrift beheerst; als wetenschap bedrijvend pianist schraagt hij zijn inzichten met notenvoorbeelden. Daarin wortelde soms ook kritiek op zijn werk. Maar Rosen lachte daarom. „Kritiek wordt vergeten, boeken blijven.”

In 1997 en 2009 was Rosen in Nederland. Hem horen spreken was een feest voor de geest. De ideeëndiepte die doorgaans het domein is van de monomaan paarde hij aan de breedte van een uomo universale.

Dichtkunst, kunstgeschiedenis – Rosen had talloze expertisegebieden. („Ik weet ook alles van kaas.”) En hij bracht zijn inzichten met humor. Wat definieert goede muziek?

„Dat ze onverslijtbaar is. Ken je die van mevrouw Polak die naar het circus ging? Zij kwam daar en zei verbolgen: ‘Ik heb wel eens grotere dwergen gezien!’ Haha, zie je? Hij blijft grappig. En zo blijven ook Mozart en Beethoven verrassen.”

    • Mischa Spel