Opinie

    • Hans Beerekamp

Menselijke uitzetters

Gesprek in documentaire ‘De terugkeercoach’ (HUMAN)

Er zijn mensen, politici zelfs, die denken dat de kleine zendgemachtigden zonder leden alleen kerkdiensten verzorgen, of in het uiterste geval levensbeschouwing voor eigen parochie. Onjuist! Slechts onderbroken door Nieuwsuur zond Nederland 2 gisteren twee lange documentaires uit van de met opheffing bedreigde HUMAN, voorheen de Humanistische Omroep, waarin enige ideologie hooguit impliciet doorklonk.

De eerste, Gesneuveld van regisseur Robert Oey en cameraman Jeroen de Bruin, maakt cinema van talking heads, voornamelijk nabestaanden van de 25 Nederlandse militairen die niet terugkeerden uit Afghanistan. Iets te topzwaar, te lang en te kunstmatig geconstrueerd naar mijn smaak, maar wel een documentaire om de hoed voor af te nemen.

De tweede, De terugkeercoach van regisseur Kees Vlaanderen en cameraman Peter Brugman, strookt meer met mijn esthetische opvattingen: simpel, transparant, sober. In het Oost-Vlaamse dorp Sint-Gillis-Waas wachten uitgeprocedeerde asielzoekers op uitzetting. Ze wonen niet in een barak met systeemplafonds, maar in eigen woonhuizen. Twee vrouwelijke ambtenaren van de Dienst Vreemdelingenzaken draaien af en toe een lamp in, halen medicijnen bij de apotheek en brengen hun klanten zo mogelijk naar station of luchthaven. Bovenal echter voeren ze gesprekken, ter voorbereiding op het vertrek, want ze onderschrijven het beleid van hun regering dat je op een gegeven moment weg moet.

Wat vooral opvalt is de menselijke toon van deze ambtenaren van de Belgische IND. Ze gedragen zich niet formeel en wantrouwend, maar zoeken naar oplossingen. Ze bekommeren zich om de kinderen van een Albanese weduwe, die hen elke nacht uit de slaap houdt. Er wordt aangeraakt, op schoot genomen, humanisme betracht. De effectiviteit van dit beleid zou minstens zo groot zijn als die van een hardere aanpak, zo beweert het commentaar. Wij mogen zonder sensatiezucht meekijken.

Wie het meer intelligente deel van het aanbod van de publieke omroep intensief volgt, weet dat de verhouding tussen budget en kwaliteit nergens zo goed uitpakt als bij HUMAN. Missers zijn zeldzaam, gemiddeld zie je meer dat de moeite waard is dan bij VPRO of IKON. Als je dus onderscheidende televisie wilt, zal je als politiek een manier moeten verzinnen om de bijdrage van HUMAN te borgen, desnoods met een eigen budget binnen de VPRO, zoals je nog steeds RVU-programma’s bij de NTR kunt herkennen. Daar ziet het voor de HUMAN nu niet naar uit.

    • Hans Beerekamp