Opinie

    • Menno Tamminga

Links en ook Zuidas?

Onder onze nieuwe werkplekken aan het Amsterdamse Rokin stond jarenlang dé barometer van de financiële economie. De parkeergarage van de Optiebeurs. Je telde het aantal nieuwe Porsches en je kende de stand van de financiële markten.

De Optiebeurs (opgericht in 1978) was bij zijn verhuizing naar deze plek in 1987 de laatste in een eeuwenoude traditie. Handel in aandelen en obligaties (beurzen, banken) zat evenals handel in informatie (kranten) in het stadscentrum. Centrum was synoniem met financieel centrum. Daarom heet de City de City. Ook hier. Zo heb ik nu uitzicht op de straatbordjes van de Wijde én de Enge Lombard Steeg, wat de herinnering levend houdt aan de Londense straat met de geldgiganten.

Niet zo lang na de bouw van de Optiebeurs bleek dat markten de noodzaak van een fysieke locatie verloren hadden. Netwerken van handelaren aan beeldschermen zijn de nieuwe markt. Overal. Altijd. Banken trokken naar buitenwijken, zoals de Zuidas. Kranten deden hetzelfde. Ons kantoor wordt geen trend.

De binnenstad is het domein van toeristen en dagjesmensen. De hoofdkantoren van concerns als Akzo Nobel, de advocatenfirma’s, de geldgiganten (ABN Amro, ING) en de grote media- en krantenconcerns (Endemol, Eyeworks, De Telegraaf, De Persgroep) zitten in de periferie. In de economische structuur van Amsterdam overheersen overheid en zorgbedrijven. Een recent (editie 2008) lijstje met de tien grootste werkgevers zet de gemeente Amsterdam bovenaan. Op twee staat ING, op vier ABN Amro, maar de (semi)publieke sector zet de toon: twee universiteiten, politie, Gemeentevervoerbedrijf en zorgconglomeraat Cordaan. De gemeente heeft als aandeelhouder en financier ook een spilfunctie in de ‘gouden verbinding’, de lijn Schiphol-Zuidas-Rai.

En juist die Zuidas wordt opnieuw bedreigd. Vijf jaar geleden sidderde het gemeentebestuur toen ABN Amro overgenomen en in drie delen opgebroken werd. Aanvankelijk dreigde zelfs het hoofdkantoor aan de Zuidas ontmanteld te worden. Het dwong het gemeentebestuur, waarin de Partij van de Arbeid sinds 1945 de dominante partij is, tot een rendez-vous met de nieuwe realiteit van economische mondialisering. Amsterdam kan niet alleen nieuwe hoofdkantoren trekken, maar ook verliezen.

De dreiging nu is een andere: de politieke aanval vanuit Den Haag én Brussel op fiscale vluchtvennootschappen, financiële holdings en brievenbusmaatschappijen, waarvan de stad er tienduizenden huisvest. De nieuwste is niet alleen maar een brievenbus: South Stream Transport BV, de exploitant van de gaspijplijn van Rusland naar Zuid- en Centraal-Europa die op dit moment personeel rekruteert.

De holdings en brievenbusmaatschappijen zijn gekoppeld aan banen van advocaten, fiscalisten, notarissen en financiële experts, maar ook aan die van pizzabezorgers en taxibedrijven. Als Amsterdam iets geleerd heeft van de strijd om ABN Amro in 2007, zal ze direct moeten reageren en lobbyen. Het is niet politiek correct, maar de beste bondgenoot van de fiscale brievenbusbranche is het linkse gemeentebestuur.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.

    • Menno Tamminga