Limburgs dialect is lastig voor Spaanse verpleegsters

Het ziekenhuis in Maastricht haalde Spaanse verpleeg- kundigen naar Nederland. Als proef. Buitenlandse werknemers zijn hard nodig.

Paul van der Steen

Het Nederlands avontuur begon in de Oostenrijkse bergen. Negen van de veertien Spaanse verpleegkundigen, die door Maastricht Universitair Medisch Centrum (UMC) naar Nederland werden gehaald, kregen in Tirol vier weken les in Nederlandse taal en cultuur.

Juist in de beslotenheid daar ging het leren snel, vindt Noelia Escalona Gonzalo (22). María González Padrón (25) kwam later en volgde haar lessen in Nederland. Eenmaal aan de slag in het ziekenhuis volgde een kleine domper. „Ik dacht goed Nederlands te spreken en te verstaan. Toen bleken veel collega’s plotseling Limburgs dialect te spreken, waar ik niks van verstond. En mondkapjes hielpen natuurlijk ook niet.”

De twee vrouwen zijn een jaar hier en beheersen de taal inmiddels heel behoorlijk. Alleen hun tongval verraadt hun Spaanse wortels. „Laatst zijn ze alle veertien nog een week naar de nonnen in Vught geweest om het niveau van hun Nederlands nog verder te verhogen”, vertelt Michel van Zandvoort, directeur opleidingen van het ziekenhuis.

„Dat is nodig. Aan het eind van hun opleiding moeten ze een thesis van dertig pagina’s schrijven. En als ze straks voluit meedraaien op en rond de operatiekamer is er in crisissituaties geen tijd voor welk misverstand over taal dan ook.”

Het ziekenhuis ziet de komst van de Spanjaarden als een proef. Binnen nu en tien jaar zijn buitenlanders waarschijnlijk hard nodig. Zuid-Limburg vergrijst, het inwonertal daalt. De Spaanse verpleegkundigen zijn universitair opgeleid. Ze krijgen een tweejarige opleiding tot operatiekamer- of anesthesie-assistent. „Opzeggen kan op elk moment. Al stellen we wel een bonus in het vooruitzicht als ze na hun opleiding minstens twee jaar blijven werken”, zegt Van Zandvoort.

Escalona Gonzalo, afkomstig uit Mérida, vertrok niet vanwege de crisis. „Als kind nam ik me al voor om naar het buitenland te gaan. De mogelijkheid in Maastricht zag ik op internet.” González Padrón verliet de Canarische Eilanden wel vanwege de crisis. „Een vriendin werkte al in Amsterdam. Op bezoek bij haar zag ik de mogelijkheid in Limburg.”

Volgens haar zijn er duidelijke verschillen tussen een Spaanse en een Nederlandse operatieafdeling. „In Spanje doet een anesthesioloog alles zelf – hier heeft hij of zij een assistent. Tijdens een operatie geldt een veel duidelijker hiërarchie; in Nederland is de manier van communiceren opener en directer. Iedereen vindt iets en zegt dat ook. De dokter spreek je aan met zijn voornaam.”

Escalona Gonzalo: „We moesten erg wennen aan de manier van lesgeven. Er wordt continu feedback en reflectie gevraagd. Wat is je leerervaring? Dat kenden we niet in Spanje.” Het maakte de eerste tijd in ons land voor de Spanjaarden tot een worsteling, weet Van Zandvoort uit gesprekken. „Wat hen hielp, was dat ze merkten dat het niet aan hun kennisniveau lag. De moeilijkheid zat hem in het wennen aan de methode.”

Buiten het ziekenhuis stuitten zij ook op cultuurverschillen. Escalona Gonzalo: „Nederlanders leiden heel erg hun eigen leventje. Het kost veel moeite in vriendenkringen binnen te dringen. Alles gaat op afspraak. Zelfs het openen van een bankrekening. Kom op, ik wil klant worden.”

    • Paul van der Steen