Lastig voor de Spanjaard, dat Limburgs dialect

Het Maastricht UMC+ haalde veertien Spaanse verpleegkundigen naar Nederland. Als proef. Binnen nu en tien jaar zijn buitenlandse werknemers namelijk hard nodig.

Netherlands, Maastricht, 10,12.2012 Spaanse arbeidsmigranten Noelia en Maria (namen checken bij Paul van der Steen) in oefenoperatiekamer UMC+ Maastricht. foto Chris Keulen

Het Nederlands avontuur begon in de Oostenrijkse bergen. Negen van de veertien Spaanse verpleegkundigen, die door het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ naar Nederland werden gehaald, kregen in Tirol vier weken les in Nederlandse taal en cultuur. Juist in de beslotenheid daar ging het leren snel, vindt Noelia Escalona Gonzalo (22). María González Padrón (25) kwam later en volgde haar lessen gewoon in Nederland. Eenmaal aan de slag in het ziekenhuis volgde een kleine domper. „Ik dacht goed Nederlands te spreken en te verstaan. Toen bleken een heleboel collega’s plotseling Limburgs dialect te spreken, waar ik niks van verstond. En mondkapjes hielpen natuurlijk ook niet.”

De twee vrouwen zijn een jaar hier en beheersen de taal inmiddels heel behoorlijk. Alleen hun tongval verraadt hun Spaanse wortels en soms moeten ze nog zoeken naar woorden. „Laatst zijn ze alle veertien nog een week naar de nonnen in Vught geweest om het niveau van hun Nederlands nog verder te verhogen”, vertelt Michel van Zandvoort, directeur opleidingen bij het Maastricht UMC+. „Dat is nodig. Aan het eind van hun opleiding moeten ze een thesis van dertig pagina’s schrijven. En als ze straks voluit meedraaien op en rond de operatiekamer is er in crisissituaties geen tijd voor welk misverstand over taal dan ook.”

Het Maastricht UMC+ ziet de komst van de Spanjaarden als een proef. Binnen nu en tien jaar zijn buitenlanders waarschijnlijk hard nodig. Zuid-Limburg vergrijst en in het grootste deel van de regio is dan ook sprake van bevolkingskrimp. De Spaanse verpleegkundigen zijn universitair opgeleid. In de regel doen ze in hun land – anders dan collega’s in Nederland – ook alleen medisch gerelateerd werk. „Ze zomaar halen willen we niet”, zegt Van Zandvoort. „Dus krijgen ze een tweejarige opleiding tot operatiekamer- of anesthesie-assistent. Opzeggen kan op elk moment. Al stellen we wel een bonus in het vooruitzicht, als ze na hun opleiding minstens twee jaar blijven werken.”

Twee deelnemers aan het project zijn inmiddels weer teruggekeerd naar Spanje. „Na de eerste tijd wordt het natuurlijk minder avontuur en meer hard werken. Daar moeten we mensen in de toekomst meer op voorbereiden en op doorvragen.”

Escalona Gonzalo, afkomstig en opgeleid in Mérida, vertrok niet vanwege de crisis. „Als kind nam ik me al voor om naar het buitenland te gaan. De mogelijkheid in Maastricht zag ik op internet.”

González Padrón verliet de Canarische Eilanden wel vanwege de crisis. „Een vriendin werkte al in Amsterdam. Op bezoek bij haar zag ik de mogelijkheid in Limburg.”

Volgens haar zijn er duidelijke verschillen tussen een Spaanse en een Nederlandse operatieafdeling. „In Spanje doet een anesthesioloog alles zelf. Hier heeft hij of zij een assistent. Tijdens een operatie geldt een veel duidelijkere hiërarchie. In Nederland is de manier van communiceren opener en directer. Iedereen vindt iets en zegt dat ook. De dokter spreek je aan met zijn voornaam.”

Escalona Gonzalo: „We moesten ook erg wennen aan de manier van lesgeven. Er wordt continu feedback en reflectie gevraagd. Wat is je leerervaring? Dat kenden we niet in Spanje.” Het maakte de eerste tijd in Nederland voor de Spanjaarden een worsteling, weet Van Zandvoort uit gesprekken. „Wat hen hielp, was dat ze merkten dat het niet aan hun kennisniveau lag. De moeilijkheid zat ’m in het wennen aan de methode.”

Buiten het ziekenhuis stuitten de verpleegkundigen in opleiding evengoed op cultuurverschillen. Escalona Gonzalo: „Nederlanders leiden heel erg hun eigen leventje. Het kost veel moeite om in vriendenkringen binnen te dringen. Alles gaat op afspraak. Zelfs het openen van een bankrekening. Kom op, ik wil klant worden.” González Padrón: „Tafels reserveren in een restaurant is in Spanje ondenkbaar. Er is ruimte en anders wacht je vijf of tien minuten.” Ze woont inmiddels samen met een Nederlandse vriend en voetbalt in een Nederlands team. Escalona Gonzalo heeft een kamer in een huis dat ze deelt met twee Nederlandse vrouwen. „Bewust. Zo leer ik de taal het best.”

Escalona Gonzalo probeert ook vrienden in Spanje warm te krijgen voor een buitenlands avontuur. Meestal tevergeefs. „De meesten van hen studeren niet meer, maar hebben ook geen werk. Toch is de stap naar hun leventje opgeven en een baan in het buitenland te groot. Daarvoor hechten ze te veel aan hun familie, hun vrienden en hun land.”