Kritiek op Spelen Baku

Zeer tegen de zin van de grote olympische sportbonden van atletiek, zwemmen en turnen worden in 2015 de eerste Europese Spelen in Baku (Azerbajdzjan) gehouden. Vooralsnog staan die drie sporten niet op het programma.

Daarmee worden de Europese Spelen, waartoe afgelopen weekeinde in Rome door het Europese Olympisch Comité (EOC) werd besloten, een evenement met een tweederangs bezetting. Grote bezwaar van de drie weigerachtige bonden is de overvolle agenda en de toenemende concurrentie op de sponsormarkt. Daarbij is niet iedereen gelukkig met de keus voor Baku. Azerbajdzjan ligt in een politiek explosieve regio en heeft een slechte reputatie op het gebied van mensenrechten.

Sylvia Barlag, het Nederlandse bestuurlid van de Europese atletiekfederatie (EAA), zegt dat atletiek vrijwel zeker niet op het programma zal staan. „Daartoe biedt de agenda eenvoudigweg geen ruimte.”

Volgens Erik van Heijningen, Nederlandse vicevoorzitter van de Europese zwemfederatie (LEN), is ook nagenoeg uitgesloten dat zwemmen meedoet. Ook voor zwemmen geldt dat de eigen agenda overvol is en genoeg mooie wedstrijden telt. Alleen met heel veel geld kunnen volgens Van Heijningen bonden nog over de streep worden getrokken.

Turnen twijfelt als enige van de ‘grote drie’ over deelname aan de Europese Spelen, waarvan wel het jaar maar niet de data vaststaan. Met de Europese turnbond EUG zijn nog gesprekken gaande.

Vooralsnog bestaat het programma van de Europese Spelen, die de steun hebben gekregen van sportkoepel NOC*NSF, uit vijftien sporten: boogschieten, badminton, boksen, kanovaren, schermen, handbal, judo, rugby (sevens), schieten, taekwondo, tafeltennis, triathlon, volleybal, squash en dansen. Die laatste twee zijn niet olympisch.