Het rood-witte gevaarte jankt en raast

De Fyra is de eerste Nederlandse hogesnelheidstrein. Afgelopen weekend ging hij eindelijk rijden op het traject Amsterdam-Brussel. Een rij-impressie vanuit de cabine: een vluchtige sensatie in de polder.

Midden op de hogesnelheidslijn tussen Amsterdam en Rotterdam, vlak vóór de Groene Harttunnel, reikt de machinist ineens naar het raam. Soepel rolt hij het gordijn voor hem naar beneden. We rijden 250 kilometer per uur en in de cabine is het donker. Alleen de groene en gele lichtjes op het controlepaneel zijn zichtbaar en een paar vage schimmen. Het rood-witte gevaarte jankt en raast. De machinist gniffelt, laat de hendel voor hem los en steekt zijn handen de lucht in.

Het duurt nog geen halve minuut. Lang genoeg voor allerlei gedachten. Wat als een onverlaat iets op de rails heeft gelegd? Of als er een auto stilstaat op een overgang? Dan is een frontale botsing onvermijdelijk. Erger: we zien het niet eens aankomen. Is dit verantwoord?

De Fyra is de eerste Nederlandse hogesnelheidstrein. In 1989 bedacht een ambtenaar op het ministerie van Verkeer en Waterstaat het plan voor een supersnelle verbinding tussen Amsterdam, Rotterdam, Brussel en verder. Onder de paarse kabinetten in de jaren negentig werd het idee verder uitgewerkt en – geheel conform de tijdgeest – de lijn alvast openbaar aanbesteed. NS moest winnen en won de aanbesteding, voor een onrealistisch hoog bedrag; aanvankelijk 178 miljoen euro per jaar. Daarna volgde vele jaren misère. De trein zou in 2006 gaan rijden, het werd 2007, 2008 en later. Er kwamen problemen met de beveiliging van de lijn – het ingenieuze Europese ERTMS-systeem – en de supersnelle treinen stonden, ondergespoten met graffiti, op een rangeertrein in Amsterdam-Oost te wachten op de eerste passagiers.

Dit jaar was het dan eindelijk zover: in de zomer ging de Fyra rijden tussen Amsterdam en Rotterdam. Eerst met de hand op de rem, maar vanaf september, 23 jaar na de eerste plannen bij Verkeer en Waterstaat, op volle snelheid. En vanaf deze week is het officieel: Nederlands eerste hogesnelheidstrein verbindt Amsterdam en Brussel. Het is eind september als een van de de eerste Fyra’s Amsterdam Centraal aandoet. De trein heeft een streng gezicht met een lange, half geopende mond, alsof hij naar lucht moet happen. Fabrieksnaam: V250, bijnaam: Albatros, naar de reusachtige zeevogel. Hij heeft een ietwat lompe uitstraling, anders dan zijn Duitse concurrent de ICE, die een meer spitse, verbeten neus heeft.

Binnenin heeft NS gekozen voor de klassieke Intercitykleuren: blauw en rood. Om de trein wat meer cachet te geven, zijn de stoelen gestoffeerd in verschillende kleurtinten, de hoofdsteunen zijn wit. De tussendeuren openen automatisch als passagiers in aantocht zijn en bagage kan achter slot en grendel in het gangpad. Hoewel de trein tot Rotterdam zal rijden, is alles tweetalig: Nederlands en Engels.

Ffff. 13.06 uur. De trein begint zijn reis met een zuchtje. Langs het Amsterdamse Westerpark, dan richting Sloterdijk, Lelylaan, en de eerste stop, Schiphol. Hard gaat het niet; dit is regulier spoor. Maximaal 140 kilometer per uur en rond de stations maximaal 80. Alsof je een Formule 1-auto een rondje langs de grachten van Amsterdam laat rijden. Op Schiphol zwaait de deur van de cabine open. Achter de machinist staat een instructeur aanwijzingen te geven. Verder aanwezig: een Italiaanse techneut van treinbouwer AnsaldoBreda die bij vreemde geluiden driftig aantekeningen maakt en een woordvoerder van NS Hispeed.

Bij het verlaten van de Schipholtunnel klinkt een luide knal. Alsof iets de zijkant van de Fyra raakt. De woordvoerder zegt dat de luchtkleppen niet optimaal zijn afgesteld. „Passagiers schrikken soms van de dreunen.” Na Hoofddorp gaat het echt beginnen. De Fyra trekt zich omhoog aan het talud vlak na station Hoofddorp. Na een flauwe bocht, onder dalende vliegtuigen, strekt de hogesnelheidslijn zich uit richting het Groene Hart. Twee rechte sporen op een verhoogd podium onder dikke herfstwolken. Geen seinen meer, enkel spoor en bedrading.

Hier schakelt Fyra over van het reguliere spoor naar hogesnelheid. Van 1.500 volt naar 25.000 volt. Heel even gaat de stroom van de trein. Een rustmoment in een stroomloze sluis van 10 meter. De Albatros hapt naar lucht. Dan hernieuwd contact. De machinist duwt de hendel van zich af en opnieuw gaat de snelheid omhoog. De teller kruipt naar 180, 190 en verder. We passeren auto’s op de aangrenzende snelweg alsof we langs een file scheuren. 210, 220, 230. De machinist en de instructeur glimlachen naar elkaar. 240. Nog even en we duiken de Groene Harttunnel in. 250. Dan grijpt de machinist het rolgordijn en is het ineens donker. We zien niks.

Het kan geen kwaad, stelt de instructeur gerust. De trein ‘communiceert’ permanent met een centrale die automatisch een ‘treinpad’ kiest. Dat pad staat aangegeven op de boordcomputer in de cabine. De komende kilometers mag de Fyra nog 250 kilometer per uur, daarna, zo heeft de computer berekend, zal hij vanaf Bleiswijk moeten afremmen. Kiest de machinist ervoor om dat te negeren, dan zet het systeem de trein helemaal stil. De machinist kan volledig vertrouwen op het scherm voor hem. Hij heeft geen raam nodig.

En als er een auto stilstaat op een overgang? De instructeur: op de hogesnelheidslijn zijn geen overwegen. En als iets op het spoor ligt, heeft remmen toch geen zin meer: daarvoor rijdt de trein te snel.

In een paar minuten schiet de Albatros door het Groene Hart. Het licht aan het einde van de tunnel komt als een lichtbal op je af. Zoef. En het is weer licht. Ver weg zijn de contouren van Rotterdam reeds zichtbaar. Een piepje: de snelheid moet omlaag. Al kilometers voor het station van de havenstad glijdt de Fyra weer op normale snelheid over het spoor. Een supersnelle trein die tussen de twee grootste Nederlandse steden heel even van de rem mag: nog geen 15 minuten mag de Albatros zijn vleugels uitslaan. Daarna gaat hij gekooid naar het eindpunt. 13.47 uur, 41 minuten na vertrek uit Amsterdam Centraal, zet de machinist het gevaarte stil in Rotterdam. Een half uur sneller dan met de intercity.

Zes jaar na de geplande entree van de Albatros op het spoor, stuift hij nu van Amsterdam naar Brussel. Hoe nieuw ook, de glans is er na al die jaren al een beetje af. De instructeur van de trein, tevens machinist op de Franse Thalys en Duitse ICE, hoeft niet lang te denken over de vraag wat zijn favoriete trein is. De ICE is flegmatieker, krachtiger en – belangrijk – sneller dan de Fyra. Waar de Albatros tot 250 kilometer reikt, gaan de Duitsers soepel naar 300. De Fyra in de polder is een korte sensatie: even snel optrekken en dan weer op de rem.

    • Huib Modderkolk