Het is weer tijd om in weelde te baden

Beeldende kunst

Abundantia, t/m 31/3 in Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Di-zo 11-17u. Inl: boijmans.nl ***

Lang na de ondergang van Rome kon de godin Abundantia zich onverwacht verheugen op hernieuwde populariteit. Ze was een B-god uit het klassieke pantheon en de personificatie van weelde. Vanaf de Renaissance herleefde ze als allegorie op de voorspoed van de nieuwe wereld. Nooit had ze eigen tempels gehad, en nu troonde ze op prenten glorieus op praalwagens. En in de Barok werd ze fysiek exuberanter, met gewaden en vetplooien. Toch was ze zelden zo wulps als in 1870, toen Hans Makart (1840-1884) haar schilderde voor de eetzaal van een Weens stadspaleis. Hij portretteerde haar omringd door kinderen, ook een weelde, terloops borstvoedend en gehuld in exotische kleding – een droom van oosterse stoffen en sieraden – terwijl jongelingen overdaad aandragen, korenaren, schalen waar het fruit af valt.

Nu hangt het schilderij, 4,5 meter breed, in museum Boijmans Van Beuningen dat het in langdurig bruikleen kreeg van de Ger Eenens Collectie. Het museum viert dat met een tentoonstelling over Abundantia door de eeuwen heen. Daarvoor maakt het wat sprongen – staat Abundantia zelf niet op een kunstwerk, dan maar haar hoorn des overvloeds en is die er niet, dan voldoen bloemstillevens ook wel.

Die vrijheid vergeef je het museum, dat waarschijnlijk een excuus zag om kunst te tonen die lekker smeuïg uitpakt. Zoals mythologische voorstellingen in boomgaarden waar decolletés al even vruchtbaar opbollen als de geschilderde vruchten, of stillevens waar de zeventiende-eeuwse Jan Davidsz. de Heem de onbetwiste winnaar is.

Maar al is er veel effectbejag, het werkt wel. Met zijn warme donkere kleuren en gouden achtergrond is Makarts schilderij als een warm bad dat naar patchouli en rozenblaadjes ruikt, een verlangen naar geborgenheid en weelde, wat nogal op losse schroeven stond in het politiek onrustige Europa. Onzekerheden veroorzaken angst en dat roept nostalgie op, wat Makarts dromerige kunst razend populair maakte. Hij was een ster die in zijn atelier de meest exclusieve feesten gaf – Boijmans vergelijkt hem met Factoryman Andy Warhol – en als decorateur de publieke ruimte bespeelde door historische praaltochten te ontwerpen.

Toch doofde Makarts roem als schilder snel na zijn dood – wat beter is dan daarvoor – en raakte hij nog verder vergeten toen het sobere modernisme zich ging afzetten tegen dit soort academische decadentie.

Maar dat Boijmans nu dit schilderij van Makart centraal opstelt is allesbehalve tegendraads. Makart en academische consorten zijn allang weer afgestoft en, net als Abundantia, in ere hersteld. Al wordt haar naam nu vooral gebruikt door schoonheidssalons en beleggingsfirma’s, weelde mag weer in de kunst. Met als enige kanttekening dat we Makarts rijkdom vooral waarderen als camp. Tegenover zijn schilderij zette Boijmans een sculptuur van de ketchupsmerende dildokunstenaar Paul McCarthy, een van glazuur druipende stapeling van groteske voeten en zuurstokken. En die combinatie werkt nog ook.

    • Sandra Smets