Opinie

    • Christiaan Weijts

Einde van een slot

In tien bussen zijn ze van Slot Loevestein naar Den Haag gekomen: trommelaars, een dorpsomroeper, vier burgemeesters, vrijwilligers in middeleeuwse kostuums, fluitspelers en vooral heel veel schoolkinderen. Ze protesteren tegen een korting in de subsidie, waardoor het slot naar eigen zeggen moet sluiten.

En dat terwijl daar Hugo de Groot gevangen heeft gezeten en in een boekenkist ontsnapte. Nu draagt de proteststoet de boekenkist naar de ingang van de Tweede Kamer, waar opnieuw een Hugo de Groot uit verschijnt.

„Hij is opgenomen in de canon van de geschiedenis, maar verdwijnt straks uit ons nationale geheugen”, zegt Piet IJssels, burgemeester van Gorinchem.

Het lijkt heel billijk. Vooral wanneer je die schoolklassen met hun zelfgeschilderde spandoeken ziet, neig je ernaar ze gelijk te geven. Wat springen we in Nederland toch beroerd met ons historisch erfgoed om! Het huis waar Louis Couperus woonde, even verderop, is bijvoorbeeld gesloten, ondanks protesten sinds 2008, die inmiddels zijn gestaakt. In Frankrijk zou het ondenkbaar zijn een huis van Flaubert of Balzac te sluiten.

Maar dan de cijfers. Inderdaad krijgt het museum minder subsidie. Van de aangevraagde zes ton blijven er vier van over, in het advies dat de Raad van Cultuur uitbracht voor de jaren 2013-2016, en dat het kabinet overnam. Alleen de subsidie voor de museale functie van het slot vervalt dus, terwijl voor het onderhoud en het beheer van het slot zelf gewoon geld overblijft. Argumenten: de museale collectie is te regionaal, er is geen goed educatiebeleid. Die kritiek was al in 2004 geuit, en ook toen erkende Slot Loevestein dat daar nog wel iets kon verbeteren. Nu meldt het dat het „hard bezig is om de cultuureducatie en publieksfunctie sterk te verbeteren en te innoveren”.

Als al dat innoveren na acht jaar nog altijd geen vruchten afwerpt, moeten we misschien eens erkennen dat Slot Loevestein wel een bijzonder monument is, maar geen museum van nationaal belang. Nu overal in Nederland de musea het moeilijk hebben, is het de vraag of al die archeologische vondsten uit de Hollandse Waterlinie daar ondergebracht moeten blijven. Ook vraag ik me af of al deze joelende schoolkinderen zich realiseren dat ze opkomen voor vitrines met bodemvondsten.

Op de site schrijft directeur Ien Stijns: „Het ontsnappingsverhaal van Hugo de Groot wordt door jong en oud ervaren als een spannend jongensboek. Maar dan echt. De kennismaking met de boekenkist brengt de nationale geschiedenis tot leven. Als het aan de Raad van Cultuur ligt, wordt deze belevenis jaarlijks vele bezoekers ontnomen.”

Dat lijkt me overdreven. De Raad wil nu juist dat het slot een open monument wordt, maar dan zonder de museumvitrines. Ook met twee ton minder kan die boekenkist voor iedereen te zien blijven.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.

    • Christiaan Weijts