De nieuwe gastarbeiders komen weer uit het zuiden

De crisis wordt ook zichtbaar in de migratiestromen. Net als in de jaren zestig en zeventig komen arbeiders vanuit Zuid-Europa naar het noorden.

Na de Polen en de Roemenen komen de Spanjaarden en de Grieken. De crisis in Europa wordt langzaam zichtbaar in de statistieken over migratie: die tonen het begin van een nieuwe migratiestroom binnen Europa, van het door massawerkloosheid geplaagde zuiden naar het noorden, dat de crisis beter doorstaat.

Het Duitse Statistisches Bundesamt noemde vorige maand één trend heel opvallend: de „sterke toename” van het aantal immigranten uit Zuid-Europa. De ontwikkeling is in de cijfers van het Nederlandse CBS al langer te zien, en wordt in landen als Spanje met zorg besproken. „De crisis versnelt de emigratie van Spanjaarden”, kopte El País dit voorjaar.

In Duitsland arriveerden de eerste zes maanden van dit jaar 15.700 migranten uit Griekenland – 78 procent meer dan in de eerste helft van 2011. Het aantal Spaanse en Portugese nieuwkomers steeg met meer dan de helft, tot respectievelijk 11.300 en 5.700 per half jaar. De Duitse taalklassen van de Goethe-instituten in Spanje, Portugal en Griekenland zitten vol met jongeren die naar Berlijn of München willen.

In Nederland was het aantal Spaanse migranten in de eerste tien maanden van dit jaar met 3.500 al hoger dan het totale aantal van 2011, blijkt uit voorlopige CBS-cijfers. En dat waren er al twee keer zoveel als in 2007, voor het begin van de crisis. Het aantal Griekse nieuwkomers in Nederland verdrievoudigde van rond 800 in 2007 tot 2.400 in 2011.

Officiële cijfers over migratie vertellen niet alles. Ze laten alleen de bewegingen zien van degenen die zich laten inschrijven. Soms ook verschillen de definities. Maar samen duiden afzonderlijke onderzoeken wel op een trend.

Volgens cijfers van Eurostat, het statistisch bureau van de EU, vertrokken uit Griekenland, Spanje en Portugal vorig jaar voor het eerst sinds de vroege jaren negentig meer mensen dan er binnenkwamen.

Nog maar kort geleden was Spanje een van de belangrijkste immigratielanden van Europa. Migranten kwamen uit Zuid-Amerika en Noord-Afrika, maar ook uit Oost-Europa: het aantal Roemenen in Spanje verdubbelde tussen 2005 en 2008 tot 800.000.

De vreemdelingen keren Spanje nu als eerste de rug toe – ze zoeken hun heil weer in eigen land of elders. Maar een groeiend deel van de emigranten vormen de Spanjaarden zelf. In 2011 verlieten meer dan 62.000 Spanjaarden hun land, flink meer dan in 2010 (37.000).

Die groei zet door in 2012, voorspelt het statistisch instituut INE. De meesten verhuizen binnen Europa, maar ook Spaanstalig Zuid-Amerika is populair. Als het zo doorgaat, zullen de komende tien jaar meer dan

5 miljoen mensen Spanje verlaten. Het roept herinneringen op aan de stroom Zuid-Europese ‘gastarbeiders’ naar Noord-Europa in de jaren zestig en zeventig.

Nu is het de Polski Sklep, de Poolse winkel, die in veel steden laat zien waar de meeste migranten vandaan komen. In Nederland en Duitsland komen de meeste nieuwkomers nu uit Polen. Uit traditionele herkomstlanden als Marokko komen nu veel minder migranten.

In Nederland heeft arbeidsmigratie binnen Europa – vooral uit Midden- en Oost-Europa – gezinshereniging verdrongen als belangrijkste motief voor migratie. In 2011 vestigden zich 19.000 Polen in Nederland – aanzienlijk meer, voorlopig, dan het jaarlijkse aantal Zuid-Europeanen. Veel Polen blijven overigens tijdelijk. Vorig jaar keerden 7.000 Polen terug.

Dit jaar gaat het, afgaande op de voorlopige CBS-cijfers, om vergelijkbare aantallen Poolse migranten. De ophef over het PVV-meldpunt tegen Midden- en Oost-Europeanen, eerder dit jaar, lijkt de Polen niet massaal te hebben afgeschrikt.

De Poolse arbeidsmigratie in Europa vlakt wel af. Veel West-Europese landen worden door de crisis minder aantrekkelijk, terwijl in Polen zelf de economie hard groeit. Polen, dat zelf veel Oekraïners trekt, kende vorig jaar ongeveer evenveel nieuwkomers als vertrekkers.

Hoewel arbeidsmigratie in Nederland omstreden is, zien economen juist het gebrek aan mobiliteit van Europese werknemers als probleem. Vrij verkeer van werknemers was altijd een van de pijlers van het Europese project, belangrijk voor de werking van de interne markt én de stabiliteit van de eurozone. Economische schokken en grote verschillen tussen landen kunnen worden opgevangen als werknemers verhuizen naar waar het goed gaat.

Maar Europeanen zijn honkvast: terwijl jaarlijks zo’n 2,4 procent van de Amerikanen verhuist naar een andere deelstaat, vertrekt maar 0,3 procent van de Europeanen naar een andere lidstaat, berekende de OESO, de club van geïndustrialiseerde landen, onlangs nog.

De oorzaken zijn niet zozeer de formele barrières die landen opwerpen (ondanks allerlei restricties trokken veel Oost-Europeanen westwaarts), maar vooral taalbarrières en verschillen in beroepseisen.

Via de online vacaturebank EURES – op dit moment meer dan 1 miljoen vacatures, in 31 landen – probeert Europa de mobiliteit te bevorderen. Wie bijvoorbeeld als Spanjaard in Duitsland aan de slag wil in de toeristische sector, vindt daar meer dan 35.000 vacatures. Er is één obstakel: bijna alle beschrijvingen zijn in het Duits.

    • Mark Beunderman