Business as usual op Wall Street

Na de kredietcrisis hoopte men dat de financiële sector zou leren van zijn fouten. Maar vier jaar later is alles weer terug bij het oude, schrijft Manon Korthals.

Good credit, bad credit, no credit? No problem. Met deze aanlokkelijke slogan probeert het Amerikaans bedrijf Yrent New Yorkers te verleiden om een extra lening te nemen om toch dat droomhuis te kopen. Weg illusies dat de Amerikanen iets geleerd hebben van de financiële crisis van 2008. Het is business as usual op Wall Street én op Main Street.

De afgelopen maanden werkte ik bij één van de waakhonden op Wall Street, de toezichthouder Financial Industry Regulatory Authority (FINRA). Tijdens mijn werk en gedurende de vele gesprekken die ik daar met financials, journalisten en academici en gewone Amerikanen voerde constateerde ik keer op keer dat er maar weinig veranderd is.

Toegegeven, op Wall Street zijn de bonussen ietsje minder groot dan in de gouden jaren voor de crisis. Maar de grote baas van JP Morgan, Jamie Dimon, neemt in het jaar dat zijn bedrijf bijna negen miljard dollar verloor door een verkeerde gok, nog altijd 23 miljoen dollar mee naar huis. Daarnaast blijkt het risico op too big to fail nog levensgroot, zoals een bestuurslid van de Federal Reserve onlangs in een speech toegaf. De cultuur in de capital of capital is ook niet wezenlijk anders – het nemen van extreme risico’s wordt nog altijd rijkelijker beloond dan het netjes op het geld van je klanten passen. Zie bijvoorbeeld het boek van Greg Smith, Why I left Goldman Sachs, waarin deze oud-werknemer vertelt hoe Goldman Sachs langzaam is verworden tot een zeer winstgevend casino.

Op Main Street, waar de gewone consumenten wonen, is er ook weinig veranderd. Wat je als gewone consument kunt kopen is angstaanjagend. Zo zijn de producten waardoor veel Amerikaanse consumenten hun huis, spaargeld of pensioen verloren nog volop in omloop. De beruchte mortgage backed securities, doorverpakte pakketjes hypotheken, worden hier zonder probleem aan gewone consumenten verkocht. Dit is zorgelijk. Want niet alleen consumenten snappen weinig van deze producten, ook adviseurs en zelfs de toezichthouder kunnen de risico’s ervan maar moeilijk inschatten. Daarnaast blijken veel van de producten die voorheen als even veilig werden beschouwd als sparen in je oude sok, toch risicovoller dan gedacht. Dit geldt bijvoorbeeld voor de municipal bonds.

Municipal bonds zijn een soort obligaties die worden uitgegeven door staten, dorpen, verpleeghuizen, kerken en noem maar op. Voorheen kreeg je als investeerder zo goed als altijd je inleg mét een beetje rente terug. Nu blijkt echter dat deze ogenschijnlijk veilige potjes steeds vaker breken – met als gevolg dat je je spaargeld voor pensioen of huis kwijt bent. Gelukkig worden deze producten in Nederland niet aan gewone consumenten verkocht. Wij kennen zo goed als geen municipal bonds, en we kunnen niet even langs de bank om de hoek om ons spaargeld in verpakte hypotheken te stoppen. Laten we daarom hopen dat deze Amerikaanse producten ook aan de andere kant van de oceaan blijven.

Toezicht op de financiële ondernemingen is er in de Verenigde Staten natuurlijk ook. De talloze Amerikaanse toezichthouders doen wat ze kunnen. Een nieuwe toezichthouder, Consumer Financial Protection Bureau, houdt zich nu speciaal bezig met de bescherming van consumenten. Ook andere toezichthouders zoals de Securities and Exchange Commission (SEC) en FINRA bezoeken talloze ondernemingen en voeren onderzoeken naar fraude, insider-trading of mis-selling uit. En niet zonder succes. Zowel Goldman Sachs als JP Morgan en andere ondernemingen zijn op hun vingers getikt door de toezichthouder. Maar de boetes die daar tegenover staan zijn een lachertje. Denk maar niet dat JP Morgan schrikt van een bedrag van 500 miljoen dollar. Een dagje werken – meer is het vaak niet.

Toch is er ook hoop. Wall Street-bestrijder Elisabeth Warren lukte het om ondanks de tegen haar gerichte oorlogsvoering en lobby van de financiële sector een plek in de Senaat te bemachtigen. Ook de overduidelijke herverkiezing van president Barack Obama moet hem in staat stellen om Wall Street nu eens echt aan te pakken. Bij voorkeur niet met meer regels, maar met betere regels, met meer budget en een sterkere onafhankelijkheid voor de toezichthouder. Tegelijkertijd ligt er ook een rol voor consumenten – zij moeten kritischer zijn en op de zapknop drukken wanneer een reclame zoals die van Yrent voorbijkomt. Pas dan kan het door Obama vier jaar geleden beloofde ‘change’ ook in de buurt van Wall Street voorzichtig weer in de mond worden genomen.

Manon Korthals is politicoloog en werkzaam als toezichthouder bij de Autoriteit Financiële Markten. Zij schreef dit artikel op persoonlijke titel.

    • Manon Korthals