Aftreden Monti leidt tot onrust beleggers

De aankondiging van het aftreden van de Italiaanse premier Monti leidt tot onrust op de financiële markten.

Waarschijnlijk vermoeden de meeste beleggers wel dat oud-premier Berlusconi weinig kans maakt om in februari de vervroegde Italiaanse verkiezingen te winnen. Toch leidde de aankondiging van premier Monti dat hij aftreedt gisteren tot onrust op de financiële markten.

De rente op tienjarige Italiaanse staatsobligaties steeg gisteren met 29 basispunten tot 4,82 procent. Het was alweer even geleden dat de eurocrisis zich van deze grillige kant liet zien; de rentestijging van gisteren was de hoogste in vier maanden tijd. Ook de aandelenbeurs in Milaan kreeg klappen. De index sloot 2,2 procent lager, met Italiaanse banken als grootste verliezers. UniCredit verloor 5,2 procent, Banca Monte Paschi di Siena 5,9 procent, en Mediolanum (waarvan Berlusconi grootaandeelhouder is) 6 procent.

Monti voelde zich genoodzaakt te melden dat hij het land blijft leiden tot de nieuwe regering is aangetreden, en er dus geen machtsvacuüm ontstaat. „Ik begrijp de reactie van de markten, maar die moet niet worden overdreven”, suste hij.

Waar zijn de markten nu zo bang voor? Om te beginnen voor alles wat niet Monti is. In de dertien maanden dat hij nu de macht heeft is de tienjarige rente met ruim 2 procent gedaald. Dankzij strenge bezuinigingen koerst Italië dit jaar af op een overheidstekort van minder dan 3 procent, waardoor het land weer binnen de Europese normen valt.

Het is maar de vraag of een volgende premier, die anders dan Monti wel democratisch gekozen zal zijn, die koers weet vast te houden. „Berlusconi is niet de oorzaak van Italiës diepgewortelde economische problemen”, verklaarde Nicholas Spiro, een Londense analist op het gebied van kredietwaardigheid, tegen Bloomberg. „Maar hij belichaamt de disfunctionele aard van de Italiaanse politiek.”

Toch vrezen beleggers ook Berlusconi zelf. Hij moest in november vorig jaar aftreden toen de rente op Italiaanse staatsobligaties tot ver boven de 7 procent steeg. In de peilingen ligt hij momenteel zo ver achter dat weinigen geloven dat hij opnieuw premier kan worden. Het probleem voor investeerders is dat de campagne nog twee maanden gaat duren: twee maanden waarin Berlusconi voor onrust kan zorgen.

Hij zal waarschijnlijk fel tekeer gaan tegen de bezuinigingen en de leidende rol van Duitsland in het zoeken naar een uitweg uit de eurocrisis. Gisteren zag hij een complot in bezorgde opmerkingen van onder anderen de Duitse minister Westerwelle. Volgens Berlusconi is de „bemoeienis” in Italiaanse aangelegenheden een poging om de beurswaarde van Italiaanse bedrijven te verzwakken en ze tot makkelijke overnameprooien te maken.

Ten slotte is er de altijd aanwezige angst dat onrust in één land kan overslaan naar andere zwakke eurolanden. Griekenland heeft nog maar net een nieuwe tranche aan Europese steun kunnen bemachtigen, en beleggers wachten nog op een steunaanvraag van Spanje.

    • Hanneke Chin-A-Fo