221 jaar oud, maar zó fris

Regisseur Simon McBurney zet Mozarts opera Die Zauberflöte op een eigentijdse manier neer. Met Papageno als zwerver en de ‘Drei Damen’ als hitsige ME’ers.

Thomas Oliemans (Papageno), Nina Lejderman (Papagena)

Een van de slijtvaste charmes van opera is dat je verrast kunt worden waar je dat het minste verwacht. Mozarts Zauberflöte, dat filosofische sprookje met zijn taaie, aan ontgroeningsrituelen gewijde tweede akte en zijn parade aan bizarre personages – wat moet je ermee als eigentijds regisseur?

Niet voor niets wordt Die Zauberflöte bij veel operahuizen rond Kerst geprogrammeerd als gezellige familievoorstelling. Prins en Prinses krijgen elkaar, de malle vogelvanger Papageono vindt z’n Weibchen en dan is er nog een trio van schattige koorknaapjes die waar ontsporing dreigt met wijze stemmetjes de weg wijzen.

De eindeloos inventieve Britse regisseur Simon McBurney is een meester in visuele en theatrale vondsten van grote poëtische eenvoud. De vogeltjes van vogelvanger Papageno zijn ritselende A4’tjes in de handen van een team mimespelers. Diens klokkenspel is een rij wijnflessen die met gulzige slokken en gewater uit eigen gulp op stemming worden gebracht.

Groot is ook de rol van overweldigende geluids- en beeldeffecten die worden geprojecteerd op gaasdoek of zomaar een snel uitgerold wit lapje. Daarop verschijnt levensgroot de enge slang uit de eerste scène en het portret van Pamina. Eenmaal samen doorstaan Tamino en Pamina hun waterproef in een kolkende zee. In werkelijkheid zweven ze aan koorden door de lucht, maar door de projecties lijkt alles levensecht.

McBurney is geen geboren operaliefhebber. Hij pakt Die Zauberflöte aan als was het een nieuw werk en doet er alles aan je als toeschouwer bij de voorstelling te betrekken. Tijdens de ouverture, die begint met het zaallicht nog aan, worden auteur, titel en scheppingsjaar op een levensgrote lei gekrijt. Oh ja, gecomponeerd in 1791. Om nog geen tien minuten later te denken: wat wonderlijk dat een regisseur een 221 jaar oud werk zó fris en eigentijds weet te brengen.

En zo geestig. De tekstcoupures verduidelijken en versnellen de voorstelling en geven die de enorme vaart die McBurney van de eerste tot de laatste maat weet vast te te houden. Zelden werd er in het Muziektheater zo vaak en hard gelachen tijdens een opera. Om de droge ironie waarmee de ‘Ingewijden’ als een vermoeiende politieke sekte worden gepresenteerd. Of om de goedbedoelde hulp van de drie knaapjes, horrorachtig uitgedost als bejaarde variant van Harry Potters huiself Dobby.

Het onder Marc Albrecht dramatisch lekker scherp accelererend Nederlands Kamerorkest zit niet in de bak, maar zichtbaar, half verzonken voor het podium. Dat maakt een directe wisselwerking mogelijk tussen handeling en muziek. Zo neemt opperpriester Sarastro even het stokje over van Albrecht en wordt de toverfluit on stage bespeeld door orkestfluitist Hanspeter Spannring.

Ook vocaal biedt deze Zauberflöte vele verrassingen. De stem van Iride Martinez is misschien wat klein om als Königin der Nacht veel indruk te maken, maar zij is hier een oude dame in een rolstoel, waardoor de beperking passend is.

Brindley Sherratt is een Sarastro met een makkelijke, gewijde laagte en de heldere Maximilian Schmitt een uitstekende Tamino. Naast hen zijn er twee echt memorabele rollen: de Nederlandse bariton Thomas Oliemans als vocaal warme en soepele en theatraal volstrekt geloofwaardige vogelvanger Papageno en sopraan Christina Landshamer die als Pamina puur op de straalkracht van haar stem ontroert en betovert.

Een feeërieke Zauberflöte in letterlijke zin? Nee, dat is dit niet. Met Papageno als viezige zwerver en de ‘Drei Damen’ uitgedost als hitsige ME’ers is de sprookjessfeer onder McBurney even duister als modern. Zelfs de gewijde rituelen worden gefileerd vanuit een 21ste-eeuws wantrouwen voor gesloten systemen.

En toch: overkoepelend kan het effect van opera niet verkwikkender. Het genie van toen (Mozart en librettist Schikaneder) opgepoetst met de toverkracht van nu (McBurney) – het is een tijdloos pleidooi voor echte oorspronkelijkheid.

OPERA

Die Zauberflöte van W.A. Mozart door De Ned. Opera/Ned. Kamerorkest o.l.v. Marc Albrecht. Nog in het Muziektheater Amsterdam t/m 30/12. www.dno.nl