Waarom er nog maar weinig meisjes Maria heten - naam-individualisering

Traditionele (christelijke) namen als Chris (Christus), Johan (Johannes), en bij meisjes Maria, lijken langzaam uit te sterven. Foto AFP /Johan Ordonez

Een alarmerend artikel in het Amerikaanse magazine The Atlantic: de naam Mary, begin jaren zestig nog veruit de populairste naam in de Verenigde Staten, lijkt uit te sterven. Maria, ook in Nederland is de naam al lang niet meer één van de populairste. The Atlantic legt uit waarom.

Er zijn verschillende redenen. Allereerst is Mary (of Maria) bij uitstek een traditionele, christelijke naam. En steeds minder mensen zijn (devoot) christelijk. Ik las jaren geleden al eens een fantastische sociologische naam-analyse van Nederland in het blad HP/De Tijd. Daaruit bleek dat traditionele namen in Nederland eigenlijk alleen nog echt populair zijn op de Bible Belt.

Een kaartje met daarop de populairste naamgroepen in een bepaalde gemeente als kleur aangegeven (groen voor traditionele (uit de Bijbel afgeleide) namen, blauw voor Friese namen, rood voor moderne namen, zwart voor islamitische namen, als ik me niet vergis) toonde vanuit Zeeland, door Zuid-Holland een prachtige groene band richting de Veluwe.

Een uitleg op Wetenschap24.nl over waarom wij onze kinderen een bepaalde naam geven (van minuut 2.13 tot 6.00):

Steeds grotere drang tot originele namen

Maar secularisering bepaalt niet alles, stelt The Atlantic. Belangrijker nog is de (sinds de jaren zestig) radicaal toegenomen drang tot individualiteit, tot originaliteit, tot onderscheid ten opzichte van de ander.

In 1961, toen Mary nog de populairste Amerikaanse naam was, werden 47.655 geboren meisjes Mary genoemd. In 2011 kregen bij eenzelfde aantal geboortes nog maar 21.695 meisjes de in dat jaar populairste naam (Sophia). Er komen dus simpelweg steeds meer namen bij. In Nederland zijn er ondertussen zo’n 500.000 geregistreerd. Mensen hebben anno 2012 een sterke voorkeur voor namen die anders zijn.

Toch is de ironie dat juist die drang tot originaliteit alsnog leidt tot duidelijke trends. Weliswaar betreft het meer kortstondige naamhypes, minder massaal dan het aantal Mary’s van 1961. Maar toch.

De invloed van religie, woonplaats en economische klasse op namen

Mensen denken vaak dat zij de naam voor hun kind geheel autonoom kiezen, dat zij daarin volledig origineel kunnen zijn. Maar niets is minder waar, zo stelde het artikel van jaren terug in HP/De Tijd al. Welke naam een koppel ook voor zijn kind kiest, deze is bijna altijd sterk bepaald door zaken als religie, woonplaats, economische klasse én mode.

Zo zal je niet snel een moslim tegenkomen die Klaas heet. Een Pier zal bijna altijd uit Friesland komen, of op zijn minst Friese ouders hebben. En een Kimberley die het schopt tot voorzitter van de Rotary zal ook zeldzaam zijn. Uiteraard is het geen keiharde wiskunde, maar met enige kansberekening kom je wel degelijk een heel eind bij het gokken wat voor naam een stel voor zijn kroost zal kiezen.

Hoe een drang tot originaliteit leidt tot mode-namen

Blijft over: de mode. Daar ben ik zelf een product van. Niels is mijn naam. Mijn ouders dachten daarmee begin jaren tachtig enorm origineel te zijn. De keuze mij die naam te geven was nadrukkelijk mede-gebaseerd op het feit dat destijds nog niet veel jongens Niels heetten.

En inderdaad is het zo dat ik praktisch geen Niels ken die ouder is dan ik. In dat opzicht hadden mijn ouders dus gelijk. Maar jammer genoeg zat ik vervolgens wel mijn hele middelbare school én mijn universitaire opleiding in de schoolbanken en collegezalen naast ten minste één andere Niels.

    • Niels Posthumus