Voor een junior is het geen spelletje

Voetbal verkeert in een geweldspiraal. Van jong tot oud, op alle niveaus: alles draait om winnen – met alle excessieve gevolgen van dien.

In de kantine van Buitenboys wordt ter nagedachtenis aan Richard Nieuwenhuizen een shirt gehangen met een lieveheersbeestje, symbool tegen zinloos geweld. Foto Ilvy Njiokiktjien

„Stel”, zo richtte de voorzitter zich zaterdagmiddag in de kantine tot een twintigtal C-junioren, „je krijgt een schop van een tegenstander. Wat doe je dan?” Het antwoord liet niet lang op zich wachten. „Terugschoppen”, riep een 14-jarig spelertje. „In het veld, maar niet na de wedstrijd”, voegde hij er meteen aan toe. Met een mengeling van verwarring en begrip hoorden voorzitter, jeugdleiders, trainers en ouders de hartekreet aan. Een jeugdleider probeerde het gepassioneerde voetballertje op het hart te drukken dat hij beter even zijn wraakgevoelens kon beheersen om later zijn revanche met een mooie actie te halen. Tja, doe dat maar eens in het vuur van de strijd.

Het is de mores van het voetbal in het bijzonder en de sport in het algemeen. Ingesleten tot op het bot, tot in de jongste leeftijdscategorieën. Winnen willen ze, winnaars willen ze zijn. Titels, medailles, bekers, foto’s en triomfstukken in de krant, huldigingen omringd door uitgelaten supporters die bewonderend de winnaars toezingen. Opgezweept door trainers die roepen: „Wij zijn de besten van de wereld.” Waarom zou een junior dan bedenken dat voetbal maar een spelletje is?

Zelfs voor sportorgaan NOC*NSF telt alleen winnen. Er wordt vooral geld uitgetrokken voor sporters en sportbonden met de meeste medaillekansen. Breedtesport, recreatie, plezier, aandacht voor de verliezers en minder getalenteerde sporters zijn van ondergeschikt belang.

Afgelopen zaterdag verloren de meest fanatieke supporters van het Duitse voetbal, die van Borussia Dortmund, hun zelfbeheersing. Een arbitrale beslissing van scheidsrechter Wolfgang Stark leidde tot een thuisnederlaag. Hij gaf een Borussia-speler een rode kaart wegens vermeend hands op de doellijn. Strafschop: 1-1. Na afloop gaf Stark zijn fout toe, maar het publiek eiste dat de scheidsrechter werd ‘opgehangen’. Borussia verloor met 3-2. De spelers kregen van trainer Jürgen Klopp een interviewverbod. Zo hard komt een (onterechte) nederlaag aan, ook in Dortmund. De club met de grootste, trouwste en sportiefste supportersschare van Duitsland, tevens de club met de meest onderscheiden fanbegeleiding en sociale projecten, met de sociaal bewogen Klopp als trainer, kan deze sportieve tegenslag niet verwerken.

Voetbal werd ongeveer 150 jaar geleden op Engelse kostscholen bedacht om de agressie van jongens te kanaliseren. De studenten mochten zich op een grasveld uitleven in het spel, dat al sinds de middeleeuwen op straat werd uitgevochten en waarin schoppen en slaan geoorloofd was. Hopelijk hadden ze dan geen energie meer voor nóg gevaarlijker dingen. Na enige tijd werd voetbal verboden. Kostschooldirecties voelden zich genoodzaakt spelregels in te voeren. Voor de aanhangers van ruwe sport het sein om hun eigen sport uit te vinden: rugby. Die sport dient nu als voorbeeld, omdat daar (wel) respect voor tegenstander en scheidsrechters heerst.

De bondscoach van Italië, Cesare Prandelli, lanceerde als trainer van Fiorentina de Viola Fair. Hij stelde een paar jaar geleden voor dat het verliezende elftal na afloop een erehaag voor het winnende elftal vormt en applaudisseert. Na een verloren thuiswedstrijd tegen Inter Milaan stelde Prandelli zich inderdaad op in de rij van zijn spelers en klapte hij mee voor de winnaars. Het gebruik is intussen verwaterd. Prandelli stelde als bondscoach vervolgens regels van fatsoen op. Zo maakte de recalcitrante Mario Balotelli als international regelmatig kennis met de erecode van Prandelli en werd international Daniele De Rossi vorige maand door de bondscoach drie wedstrijden uit de nationale selectie gezet omdat hij in een competitiewedstrijd een tegenstander in het gezicht sloeg.

Prandelli is zich bewust van de voorbeeldfunctie van profvoetballers. Dat was ook Laureano Ruiz, de oprichter de geroemde jeugdopleiding van Barcelona. Begin jaren zeventig won hij met de jeugd vijf titels op rij. Hij was in 1976 even hoofdtrainer en baarde opzien met sportief en attractief spel. Het is de leer van Ruiz die nog altijd klinkt in La Masia, het opleidingscentrum van Barcelona. Ruiz (en niet Cruijff) legde de basis voor het spel waarmee Barcelona triomfen viert. Voornaamste regel voor de jeugd: fair play. Verbod op bekritiseren van scheidsrechter en tegenpartij; de trainer zwijgt langs de lijn; en te alle tijde nederigheid ten opzichte van elkaar.

Winning isn’t, it’s the only thing, zo werd Ruiz geconfronteerd met de Amerikaanse mentaliteit toen hij daar later zijn Soccer Academy oprichtte. De Bask haastte zich de Amerikanen ervan te overtuigen dat die mentaliteit slechts tot agressief gedrag leidt. De vreugde voor het spel staat voorop, meende Ruiz. En wie Barcelona de laatste jaren ziet spelen kan niet anders dan een voorbeeld nemen aan deze voetballers. Met triomfen, loftuitingen en steeds meer bewonderaars tot gevolg.

    • Guus van Holland