Spartacus Gids

Hij moet er steeds iets op verzinnen. De Ghanese mannen hangen om hem heen en grijnzen samenzweerderig als ze hem vragen naar zijn vriendin in Nederland. Hij schudt zijn hoofd: nee, hij heeft geen vriendin in Nederland. Hierop wordt de grijns enkel breder: „Then you must have a Ghanian woman! Let me find one for you.” Nog voor ze enthousiast vriendinnen, zussen, buurvrouwen en argeloze omstanders kunnen gaan aanbieden, werpt hij tegen: „Nee, nee, ik ben op zoek naar een langere relatie, niet iets voor even.” De mannen zijn een moment verbaasd en laten het onderwerp vervolgens schouderophalend varen. Ze zijn nooit wantrouwend, ze vragen nooit verder. De werkelijkheid komt simpelweg niet in ze op: homo’s zijn voor hen zieke, verderfelijke mensen. De eigenaar van het hotel in Accra, een jongen waar we bier mee dronken en over de Ghanese verkiezingen praatten, gruwelde zichtbaar toen het onderwerp op het Nederlandse homohuwelijk kwam: „Het is een schande. Die mensen zijn bezeten van de duivel.” Jan ziet er ziek noch bezeten van de duivel uit: hij is dus gewoon nog steeds zoekende naar een lief, zorgzaam meisje in Nederland om een bups kinderen en wat Golden Retrievers mee groot te brengen.

Jan vertelt me over het bestaan van de Spartacus Gids: een gids die over de hele wereld aangeeft waar de cruiseplekken en de homobars zich bevinden. In sommige steden worden er uitbundige discotheken aangegeven, op sommige plekken moet de lezer het doen met: ‘In dit Roemeense stadje ga je naar het meest linker café van het grote plein. Hier loop je het rechter wc-hokje in, klopt een paar keer ritmisch op de muur en imiteert zacht het geluid van een stervende gans. Veel plezier!’ In de hele Spartacus Gids zijn er maar twee Afrikaanse landen te vinden: Marokko en Zuid-Afrika. Verder is het complete continent onbegaanbaar terrein, een zwarte vlek voor de man op zoek naar een man – niemand weet iets, niemand doet iets, niemand is iets.

Natuurlijk gebeurt het wel. In bosjes, op slaapkamers, in rokerige Masai-hutten. Jan was in een hotel-foyer in Addis Abeba waar een wat oudere man hem volgde naar de wc. Naast elkaar bij de pisbakken vroeg de man nog voor de vorm „Hi, how are you?”, maar zijn blik had zich volledig gericht op een ander gedeelte van Jans lijf. Terwijl Jan „Good” mompelde en zo snel mogelijk zijn broek weer dicht wilde knopen om weg te gaan, probeerde de man hem een wc-hokje in te trekken. Twee dagen later was er opnieuw een man die zijn kamernummer probeerde los te peuteren. Toeval? Zou het hotel een eervolle vermelding in de Spartacus Gids verdienen? Of zijn het gewoon wanhopige mannen die een alleen reizende mannelijke toerist zien en het proberen?

Ook hier in Ghana ziet hij soms jongens die naar hem kijken, anders dan anders. Maar ook al zou hij willen, hij gaat nooit naar de bosjes, naar een slaapkamer of naar een verdwaalde hut – geen zin om in de gevangenis te belanden (al lijkt mij dat juist een uitstekende plek om aan je trekken te komen). Om in Afrika te kunnen rondlopen moet hij gewoon maar even die ander zijn – die jongen die nog altijd op zoek is naar de rondborstige liefde van zijn leven.