Rechter beslist of AIVD bronnen mag achterhalen

Alleen de rechter beslist voortaan of de AIVD bijzondere bevoegdheden mag inzetten om bronnen te achterhalen van journalisten die een beroep doen op bronbescherming. Een opsporingsambtenaar of een officier van justitie mag dit niet meer op eigen houtje doen.

Dat schrijft minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) in een brief aan de Tweede Kamer. De minister reageert daarmee op een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over het afluisteren en gijzelen van twee journalisten van De Telegraaf in 2006. Het hof oordeelde eind vorige maand dat dat onterecht was gebeurd. Plasterk wil daarom een aanpassing van de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten.

De Telegraaf publiceerde in 2006 artikelen over staatsgeheime dossiers van de BVD (voorloper van de AIVD), onder meer over topcrimineel Mink K. Een oud-medewerker van de AIVD, en twee handlangers, zouden de dossiers hebben gestolen en hebben doorgespeeld aan criminelen en aan De Telegraaf. De hoofdverdachte in de strafzaak die daarop volgde, ex-BVD’er Paul H., eiste van de rechter-commissaris dat de journalisten Bart Mos en Joost de Haas hun bronnen zouden onthullen in verband met de „waarheidsvinding”. De verslaggevers weigerden hun bronnen bekend te maken, waarop de BVD ze afluisterde en door de rechter-commissaris enkele dagen in gijzeling liet nemen.

Staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) komt deze maand met een voorstel dat het verschoningsrecht voor journalisten wettelijk moet regelen. Nu beschermt alleen de rechter journalisten tegen overheidsdwang om bronnen prijs te geven. Dat is meteen de eerste vorm van ‘persregulering’ die in Nederland wordt ingevoerd – een bijzonder recht om bronnen geheim te mogen houden.

Plasterk zegt vanochtend in De Telegraaf dat het „achteraf gezien anders had gemoeten”. En: „in de toekomst zullen we het anders gaan doen”. De minister zegt de uitspraak als onherroepelijk te beschouwen en de conclusies over te nemen.