Parade van Europese geselbroeders

Het was ook bijna te mooi om waar te zijn in de eurozone. Portugal kondigde al aan binnen een jaar of wat terug te kunnen keren op de kapitaalmarkt, al is het dan voor kortlopende leningen. De Ieren zijn hard op weg. Spanje kreeg weer een beetje lucht. De Grieken kochten succesvol 10 miljard euro aan staatsleningen terug tegen een flinke korting – al was dat dan deels van hun eigen banken. Eigenlijk keerde het tij voor de eurocrisis al aan het einde van de afgelopen zomer, toen topman van de Europese Centrale Bank (ECB) Mario Draghi aankondigde dat zijn instituut onbeperkt staatsleningen zou inkopen van probleemlanden als die zich zouden aanmelden voor een Europese noodregeling.

De rust keerde daarna geleidelijk een beetje terug. De rente op langer lopende Spaanse en Italiaanse staatsleningen, die met grote regelmaat door de 7 procent schoot, daalde richting de 5 en soms zelfs 4 procent. Dat ontembare beest, de financiële markt, sloop weer in de richting van zijn hok.

Maar als de druk van de ketel af gaat, dan blijkt hoe hard we dat beest kennelijk nodig hebben. Dit weekend suggereerde Silvio Berlusconi een terugkeer in de Italiaanse politiek, waarbij zijn campagne vaart zou moeten krijgen door kritiek op de zo moeizaam bevochten herstructurering van de Italiaanse economie van Mario Monti. Duitsland verzet zich tegen een gemeenschappelijk toezicht op alle 6.000 Europese banken door de ECB, en wil een uitzondering voor de eigen kleine (spaar)banken – hetgeen een buitengewoon slecht idee is.

Zonder bankenunie, die moet bestaan uit gemeenschappelijk toezicht, de mogelijkheid om falende banken te sluiten of op te delen en te verkopen, en uiteindelijk een gemeenschappelijke depositogarantie, komt een werkelijke monetaire unie er niet.

Zo wordt er nu alweer gedraald. Dat is niet verwonderlijk. Een politiek systeem dat zo complex is als de eurozone heeft slaag nodig om vooruit te komen, in de vorm van een serie van crises – tot een existentiële aan toe. En het opmerkelijke is dat als die slaag van de markt uitblijft, de unie dan zichzelf maar met de zweep bewerkt.

Vanmorgen schrokken de markten zeer van de Italiaanse ontwikkelingen. De dreigende patstelling bij de bankenunie had de sfeer vorige week al een beetje verzuurd. Maar vergis je niet: het is hier niet de financiële markt die de eurozone weer in de problemen brengt. Die markt reageert nu enkel op politieke gebeurtenissen.

Zo is er eigenlijk sprake van een unie van flagellanten, geselbroeders, die zichzelf met de zweep bewerken om zo het rechte pad te blijven bewandelen. Woensdag vergaderen de ministers van Financiën verder over het bankentoezicht. Het zou best erg zijn als Duitsland blijft bij de wens van beperkt toezicht op de banken. Het zou best erg zijn als Berlusconi het goed zou doen in de Italiaanse polls. En het is het allerergst als dit allemaal kennelijk nodig is om de euro weer een stap verder te krijgen. Klatsj!

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.

    • Maarten Schinkel