Klappen voor de rechten van de mens

‘De Assemblee applaudisseerde luider dan bij welke gelegenheid ook tijdens de gehele zitting’, schreef de Leeuwarder Courant op 11 december 1948 op de voorpagina. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties had een dag eerder met 48 stemmen voor en 8 onthoudingen de „eerste algemene verklaring van de rechten van de mens” aangenomen.

Aan de formulering was tweeënhalf jaar gewerkt, schrijft de krant. Het resultaat belichaamt „de fundamentele principes vervat in de oorspronkelijke Engelse magna charta de Amerikaanse verklaring van onafhankelijkheid en de Franse rechten van de mens. Zij stelt vast dat alle mannen en vrouwen vrij geboren zijn en gelijk zijn in waardigheid en rechten onverschillig ras, kleur, geslacht, taal of politieke overtuiging”.

Het applaus was bestemd voor Eleanor Roosevelt, weduwe van president Franklin Delano Roosevelt en voorzitter van het VN-mensenrechtencomité dat de verklaring had opgesteld en erover onderhandeld.

De Universele Verklaring werd niet unaniem omarmd. „Vysjinsky heeft zich namens Sovjet-Rusland tot het einde toe verzet”, aldus de Leeuwarder Courant. Andrej Vysjinski, sovjetdiplomaat en later minister van Buitenlandse Zaken, vond de mensenrechtenverklaring de VN onwaardig. De Leeuwarder Courant beschrijft zijn redenering: „De kwestie van de rechten van de mens was een regeringszaak. De rechten waren illusoir buiten de jurisdictie van de regering. In een klassenloze samenleving kon er geen conflict bestaan tussen staat en individu.”

De status van de Verklaring is lang onderwerp van discussie gebleven. De Britse historicus Paul Kennedy schrijft in The Parliament of Man, over de geschiedenis van de VN, dat uit de notulen van de onderhandelingen blijk dat veel regeringen het document niet bindend achtten, aangezien het van de Algemene Vergadering afkomstig was en niet van de Veiligheidsraad. Volgens Kennedy is het document „het begin en niet het eindpunt” van de mensenrechtenbeweging.

Volgens jurist Malcolm Shaw is de Universele Verklaring de hoeksteen van de mensenrechtenbescherming door de VN. De Verklaring zelf is niet bindend, concludeert Shaw in zijn standaardwerk International Law, maar de bepalingen zijn zó fundamenteel, en zó ingeburgerd geraakt dat ze als onderdeel van het internationaal gewoonterecht wel degelijk verplichtingen scheppen.

    • Melle Garschagen