Golf geweld tegen Frans huizenbezit op Corsica

Een „vorm van racisme” heeft volgens de Franse minister van Binnenlandse Zaken, Manuel Valls, afgelopen weekend geleid tot een reeks aanslagen op vakantiehuizen van Fransen op Corsica.

Valls, die vorige maand zei het geweld op het eiland te willen „uitroeien”, deed zijn uitspraken gisteren tegenover radiostation Europe 1. Hij verweet het eilandsbestuur de recente geweldsgolf niet krachtdadig genoeg te veroordelen. De 26 huizen van vooral Fransen van het vasteland werden in de nacht van vrijdag op zaterdag door bommen beschadigd. Daarbij vielen geen gewonden.

Formeel zijn de aanslagen niet opgeëist, maar ze lijken het werk van een van de vele nationalistische bewegingen die op het eiland in de Middellandse Zee actief zijn. Corsica maakt sinds de achttiende eeuw deel uit van Frankrijk, maar de laatste vijftig jaar strijden ‘nationalisten’ voor meer autonomie en erkenning van de taal en cultuur van het eiland. Villa’s van niet-Corsicanen waren al vaker doelwit van hun acties.

Bij een van de getroffen woningen is ‘FLNC-UC’ op de muur gekalkt, de naam van een afsplitsing van de bekendste Corsicaanse separatistengroep. Net voordat de bommen ontploften, zou de politie bij een routinecontrole een 32-jarige militant van deze groep hebben aangehouden die explosieven in zijn kofferbak vervoerde. Zaterdag vierden nationalisten hun jaarlijkse ‘feest van de natie’, een soort onafhankelijkheidsdag.

Een 29-jarige man, die vrijdag in de badplaats Calvi werd doodgeschoten, lijkt het negentiende slachtoffer van een criminele liquidatie op het eiland dit jaar. Volgens aanklagers in Parijs is de georganiseerde misdaad op het eiland ten dele voortgekomen uit de nationalistische beweging. Minister Valls wil nu korte metten maken met deze „maffia”.