Column

Gesprekken die opeens verstomden

Voor het bijkantoor van dagblad Rijn en Gouwe in Woerden dromden lang geleden de mannen samen. Alleen mannen. Elke zondag rond vijf uur, tot het tijd werd om naar huis te gaan, daar werden zo langzamerhand de aardappels afgegoten.

Ze spraken over de voetbalwedstrijd die ze hadden gezien. Over de uitslag, over de spelers, over de scheidsrechters en hun fouten. En dat die grensrechter weer zo partijdig was. Intussen tuurden ze naar de etalageruit, waar de voetbaluitslagen van zaterdag al te lezen waren.

De uitslagen werden op plakkaten opgeschreven. Die waren op de krantenpagina’s geplakt, die op borden waren geprikt.

Steeds meer mannen kwamen langs, al maar luider klonken hun gesprekken.

Voetbal kent twee hoofdcomponenten: voetbal en praten over voetbal. Het werkwoord in de vorige zin kan moeiteloos worden vervangen door minder algemeen beschaafd Nederlands.

De gesprekken verstomden als een medewerker in het bijkantoor een bord weghaalde. Dat betekende: nieuwe uitslagen op komst. De mannen wisten al wat VEP had gedaan en of SC Woerden had gewonnen, maar hoe had de concurrentie het ervan afgebracht? Die clubs uit Den Haag of Rotterdam, uit Bergambacht of Waddinxveen.

Met viltstift werd de uitslag gekrast achter de wedstrijd die al tevoren op het plakkaat was geschreven. Het bord werd teruggehangen en de gesprekken werden vervolgd. Zo, zo: 2-1 voor Donk!

De borden met de plakkaten zijn allang verdwenen. Overbodig geworden door elektronische media. Teletekst, later internet. Niemand hoeft nog in de kou te wachten om te weten wat NSV of Unio heeft gedaan. Dat kan in de warme kantine. Glas bier erbij.

Maar de gesprekken over de uitslagen gingen door. Altijd. Tot afgelopen weekeinde. Ze praatten wel, die mannen, jongens, vrouwen en meisjes. Maar niet over de uitslag. Er was geen uitslag, ze ontbraken alle 33.000. Het voetbal schaamde zich dood.