Europa’s missie is nu digitale vrijheid

Morgen bespreekt het Europees Parlement: hoe regimes te straffen die technologie inzetten tegen de bevolking. Vijf obstakels.

Illustratie Joost de Boo

Voor dictators is digitale technologie minstens zo handig als voor hun tegenstanders op straat: ze herkennen er gezichten mee in een demonstratie, ze onderscheppen e-mails, Skype-gesprekken, sms’jes. Er zijn strenge Europese sancties tegen zulke politieke leiders. Maar er zijn ook Europese bedrijven die hun reclamefolders met nieuwe technieken naar dezelfde leiders sturen: waarom zou je een martelstoel gebruiken als er andere manieren zijn om aan informatie te komen?

Het Europees Parlement gaat morgen in Straatsburg akkoord met een lijst van ideeën voor een ‘digitale vrijheidsstrategie’ in het buitenlands beleid van de EU. „Omdat de geloofwaardigheid van Europa nu wordt ondermijnd”, zegt D66-Europarlementariër Marietje Schaake, die er een jaar aan werkte.

De Europarlementariërs vinden dat de meest agressieve digitale technologie op de lijst hoort van exportbeperkingen voor onderdrukkende regimes – of zelfs onderdeel zou moeten worden van wapenembargo’s. Europa zou ook nóg meer moeite moeten doen om de bevolking in zulke landen te leren hoe ze digitale techniek juist kunnen gebruiken om vrij hun mening te uiten. Want het gaat nu snel. „In Afrika”, zegt Schaake, „wordt de fase van de vaste telefoon overgeslagen. Bijna de helft van de Afrikanen heeft een mobieltje.”

Maar makkelijk zal het niet zijn om Europa tot digitale vrijheidstrijder te maken.

1 De Europese Unie komt op voor mensenrechten en is daar trots op, maar maakt tot nu toe niet de indruk digitale vrijheid heel belangrijk te vinden.

Politieke leiders in de wereld die hun bevolking onderdrukken weten wat ze van de Europese Unie kunnen verwachten: hun bankrekeningen in Europa worden bevroren, ze mogen de EU niet meer in en de handel met hun land wordt beperkt. Maar het is meestal ook weer niet de bedoeling dat de bevolking er te veel onder lijdt.

Europese bedrijven mogen aan zo’n land geen wapens meer verkopen, diamanthandel wordt stilgelegd. Voor Iran en Syrië kwam er ook een beperking op export van technologie waarmee mensenrechten worden geschonden. „Maar dat gebeurde ad hoc”, zegt D66-Europarlementariër Marietje Schaake. „Ik zou willen dat Europa er een visie over had. Nu zeggen we: als het helemaal mis is met een land doen we de technologie-export ook maar niet meer. Je zou moeten nagaan wat je wilt exporteren en wat niet. Je kunt je afvragen of digitale massasurveillance sowieso toegestaan moet zijn: dat je met honderdduizenden mensen kunt meekijken en meeluisteren, niet alleen gericht.”

Schaake zag reclamefolders van westerse bedrijven, bedoeld voor dictatoriale regimes, met martelwerktuigen erop. Die waren niet meer nodig, was de boodschap, als regeringen het wat slimmer aanpakten.

2 Europa exporteert graag veel. Dus ook digitale technologie die regeringen helpt om tegenstanders te ontmaskeren.

In Tunesië, vóór de omwenteling, werd een techniek gebruikt die e-mailberichten veranderde tussen het verzenden en ontvangen: mensen werden beschuldigd omdat ze boodschappen hadden verstuurd die ze nooit hadden verstuurd. Gevangenen in dictatoriale landen worden soms geconfronteerd met al hun e-mailwisselingen, telefoongesprekken, Skype-conversaties.

De technologie die erachter zit, komt vaak uit Europa. „Dat is heel akelig voor die mensen in de gevangenissen”, zegt Schaake. „Maar het gaat ook in tegen ons eigen strategische belang. We weten niet in wiens handen de technologie terechtkomt. Op een dag kan die ook tegen ons gebruikt worden.”

De technologie wordt steeds sneller en goedkoper – en hoeft niet te worden verscheept in zeecontainters. „We weten niet hoe groot de industrie is”, zegt Schaake, „omdat er geen wetten of regels voor zijn. Maar er gaan vele miljarden euro’s in om. Zuid-Soedan bestaat nog maar net en is op internationale markten al op zoek naar techniek om de inwoners te kunnen controleren.”

Het Italiaanse bedrijf Area SpA hielp tot vorig najaar de Syrische president Assad met het opzetten van een internet-bewakingssysteem. Consultants van het bedrijf gaven in Syrië zelf uitleg. Het Europees Parlement wil dat zulke bedrijven niet meer mogen meedoen aan openbare aanbestedingen in Europa.

3 Stel: het lukt om Europese bedrijven tegen te houden. Zij verkopen hun technologie dan aan firma’s die niemand kent en die handelen gewoon verder met Syrië of Iran.

De multinational Nokia Siemens Networks hielp in 2008 het Iraanse telecombedrijf aan technologie waarmee klanten konden worden afgeluisterd. De reputatie van het bedrijf leed eronder, een ander bedrijf nam het werk over. „Trovicor”, zegt Marietje Schaake. „Geen idee wat voor bedrijf dat is. Als je nagaat waar de aandeelhouders zitten, kom je uit in de belastingparadijzen.”

Wat er ook wordt bedacht aan regels, Europa kan dat niet voorkomen. Het is wel zo dat Europese en Amerikaanse bedrijven leidend zijn in de digitale technologie, de Chinezen en Russen lopen achter. Schaake: „In Europa zou je met exportvergunningen kunnen werken voor bepaalde categorieën van techniek en voor bepaalde landen. Wapenembargo’s zijn ook nooit 100 procent waterdicht, maar de regels zijn duidelijk. Technieken om mensen te controleren kun je ook wapens noemen. Denk aan gezichtsherkenning. Dat is leuk voor je vriendennetwerk. Maar je kunt foto’s maken van een plein vol demonstranten en nagaan wie er meededen.”

4 Ook kandidaat-lidstaten van de Europese Unie, zoals Turkije of landen op de Balkan, gebruiken internet om hun bevolking eronder te houden.

De Europese regeringsleiders bedachten in 1993 in Kopenhagen de voorwaarden waar landen aan moesten voldoen om bij de EU te kunnen horen. Er stond niets bij over internet. Maar de Europese Commissie laat bij de beoordeling van aanstaande EU-landen nu wel meetellen of ze de gebruikers van internet vrij laten, of de bevolking juist digitaal in de gaten proberen te houden.

De problemen zijn er ook dicht bij huis en het Europees Parlement, dat de toetreding van elke nieuwe lidstaat moet goedkeuren, let vooral op Turkije – dat een paar jaar lang YouTube verbood. „Vrije meningsuiting staat daar onder druk, ook online. Veel websites zijn niet vrij toegankelijk”, zegt Schaake. „En de toezichthouder op de media heeft meer bevoegdheden dan wij hier goed vinden. Het gaat in de richting van censuur.”

Het parlement van Macedonië stemde dit najaar voor een wet die bepaalt dat online serviceproviders strafbaar zijn als er op webpagina’s beledigende informatie staat. Zo’n ‘serviceprovider’ kon ook een blog, chat of een forum zijn. Macedonische websites hielden op 8 oktober uit protest een ‘internet black out’.

5 Door de eurocrisis verliest de Europese Unie gezag in de wereld. Zelfs als er een Europese ‘strategie’ komt voor internetvrijheid en alle 27 EU-landen zich eraan houden, maakt die geen indruk.

Europa heeft geen krachtig buitenlands beleid, de ministers van Buitenlandse Zaken laten het niet graag over aan EU-buitenlandcoördinator Catherine Ashton. Door de crisis zijn de Europese landen vooral met zichzelf en met elkaar bezig en neemt de invloed van Europa in de wereld af. Schaake: „Maar in de telecomsector is Europa heel sterk. We zijn het grootste handelsblok in de wereld en we zijn de grootste donor van ontwikkelingslanden.”

Het Europees Parlement komt met de ideeën voor een ‘digitale vrijheidsstrategie’, omdat het vindt dat Europa moet leren om die macht beter te gebruiken.

Bij de omwenteling in Egypte kregen de telecombedrijven – met westerse firma’s zoals Vodafone als grootste aandeelhouders – van het regime het bevel om internet en telefoon stil te leggen. Dat deden ze.

Mensen op straat werden bang. Ze konden geen ambulance bellen voor de gewonden, ze wisten niet wat het laatste nieuws was.

Marietje Schaake is daarna langsgegaan bij Vodafone. „Het zou voor zulke bedrijven zo handig zijn”, zegt ze, „als de politieke lijnen in Europa kort waren en ze een draaiboek hadden. Dan kunnen ze zeggen: ‘Het mag niet wat je vraagt. Bel Catherine Ashton maar.’ ”

    • Petra de Koning