'Doha' vertraagt opwarming aarde niet

De klimaattop in Doha is in stapjes blijven steken. ‘Kyoto’ is gered, maar de uitstoot van broeikasgas daalt voorlopig amper.

In de allerlaatste uren, ver in de extra tijd, kwam er zaterdag toch nog een verrassing op de klimaattop in Doha. Concrete afspraken over de financiering van klimaatbeleid in arme landen waren al lang mislukt, maar ineens hield de Filippijnse onderhandelaar een emotioneel betoog over de tyfoon die het land vorige week teisterde. Is dit niet wat ons steeds vaker te wachten staat als de klimaatverandering doorzet, vroeg zij zich in tranen af. En wie draait op voor de schade? Ooit was toch afgesproken dat de rijke landen historisch verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de planeet?

De onderhandelaars van de Verenigde Staten schrokken zichtbaar. ‘Losses and damages’ stonden weliswaar al enige tijd op de agenda, maar het onderwerp werd niet eerder zo concreet en invoelbaar verwoord. Het onderwerp dreigde met een stevige paragraaf in de slottekst terecht te komen en Amerikaanse juristen hadden flink wat tijd nodig om de scherpe kantjes eraf te halen. Het mocht vooral niet worden gelezen als een verklaring van de geïndustrialiseerde wereld dat zij de volle verantwoordelijkheid op zich zouden nemen voor schade door klimaatgerelateerde gebeurtenissen. Dan maar liever in het pakket ‘ontwikkelingshulp’.

Tot dat moment hadden de Amerikanen – die vaak als de kwade genius van klimaattoppen worden aangewezen – in Doha rustig achterover kunnen leunen. Intussen ruzieden de ontwikkelingslanden en de Europese Unie over het Kyoto-protocol, dat eind van dit jaar afloopt. Voor de arme landen was voortzetting van ‘Kyoto’ essentieel. Zelfs al hebben de VS nooit meegedaan en al zijn Canada, Rusland en Nieuw-Zeeland de afgelopen tijd afgehaakt.

De Europese Unie heeft steeds gezegd geen bezwaar te hebben tegen een nieuwe termijn met verplichtingen, maar kon zich in Doha moeilijk laten gelden door onderlinge verdeeldheid. Polen weigerde akkoord te gaan als het zijn emissierechten uit de eerste Kyoto-periode niet mocht ‘meenemen’. Maar het land heeft zoveel ‘hot air’, zoals die overgebleven rechten worden genoemd, dat het hele kaartenhuis van de emissiehandel waardeloos wordt als Polen zijn hot air echt te gelde zou maken. Pas na lang soebatten werd een oplossing bedacht: Polen mag zijn hot air houden, maar de andere Europese landen beloofden er geen gebruik van te zullen maken.

Het Kyoto-protocol heeft daardoor weliswaar Doha overleefd, maar er is bijna niets van overgebleven. Alleen Europa en Australië doen nog mee. Samen zijn die landen verantwoordelijk voor slechts 15 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Hun bijdrage aan de opwarming van de aarde is dus al bescheiden. Bovendien stellen hun beloftes weinig voor. De EU heeft een reductie met 20 procent tot 2020 (ten opzichte van 1990) op zich genomen. Maar omdat de landen nu al op 18 procent zitten, hoeven ze nauwelijks iets te doen. Australië zal tot 2020 zijn CO2-uitstoot slechts met een half procent verminderen.

De klimaattop in Doha, waar een agenda is vastgesteld voor onderhandelingen over een geheel nieuw klimaatverdrag, heeft opnieuw laten zien dat stevige beloftes voor de lange termijn, waartoe de landen zich gemakkelijk laten verleiden, zelden worden gecombineerd met serieuze actie op de korte termijn. Zo hadden de rijke landen in Kopenhagen in 2009 toegezegd om vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar te storten in een klimaatfonds voor arme landen, maar bleken ze nu voor de komende jaren niet verder te willen gaan dan de belofte om zich ‘in te zetten’ voor wat extra geld tot die tijd.

Ook gaapt er nog een immens gat tussen wat wetenschappers nodig achten om een te grote temperatuurstijging te voorkomen en wat landen bereid zijn te doen. Dat thema staat dan weer op de agenda in Warschau, waar eind 2013 verder wordt gepraat.

    • Paul Luttikhuis