Den Haag wil geen voldongen feiten meer

De Tweede Kamer wil beter betrokken worden bij voorbereiding van Europese besluiten. Ook het kabinet wil dat het in Brussel anders gaat.

A worker wheels out chairs in preparations for the Nobel Peace Price ceremony, in Oslo City Hall, Norway, Friday, Dec. 7, 2012. (AP Photo/Heiko Junge, NTB Scanpix) AP

Hoe gaat volgens Frans Timmermans Europese besluitvorming in de praktijk? „Niks aan de hand, niks aan de hand, niks aan de hand... en dan is er plotseling een voldongen feit.’’

De ‘Europese Quick Step’ noemde de minister van Buitenlandse Zaken het afgelopen week in de Tweede Kamer. Zo moet het dus niet langer, vindt hij. En de Tweede Kamer is het met hem eens. Kamerleden ergeren zich in toenemende mate aan de manier waarop zij betrokken worden bij de zaken, die tijdens de vele ontmoetingen in Brussel worden besproken door de regeringsleiders. Kamerlid Van Bommel (SP): „Als we iets willen zeggen, zijn we altijd óf te vroeg, óf te laat.”

Niks aan de hand. Dat is ook de houding van premier Rutte als het gaat om de jongste voorstellen van EU-president Herman van Rompuy, die de regeringsleiders van de Unie komende donderdag en vrijdag in Brussel zullen bespreken. Hij wordt niet zenuwachtig als Van Rompuy spreekt van een ‘ begrotingsunie’, zei Rutte afgelopen vrijdag tijdens zijn wekelijkse persconferentie: „Je zou kunnen zeggen dat we die al twintig jaar hebben in de vorm van het Stabiliteits- en Groeipact en de Economische en Monetaire Unie’’.

Dus niet die politiek gevoelige overdracht van bevoegdheden van individuele lidstaten naar Brussel? De premier leest het niet in het rapport van Van Rompuy, van vorige week. Dat is een ‘roadmap’, in nauwe samenwerking opgesteld met voorzitter Barroso van de Europese Commissie. Het gaat, zegt Rutte, „om het poolen van macht op het niveau van de regeringsleiders’’.

En er is dus ook geen sprake van een vergezicht van Van Rompuy. Nee, zegt Rutte. Als Van Rompuy het heeft over een economische en begrotingsunie „dan is dat geen vergezicht, maar het schetsen van de geschiedenis’’. Van belang zijn volgens Rutte de concrete maatregelen die Van Rompuy voorstelt. Voor een deel worden deze door Nederland onderschreven, zoals het voorstel om te komen tot een Europees bankentoezicht. Maar een speciaal fonds, waarmee vanuit Europa landen financieel gesteund kunnen worden bij plotselinge tegenvallers, ziet Nederland niet zitten. Toch passen deze maatregelen wel degelijk in een groter geheel, althans volgens Van Rompuy. Hij heeft het over „verreikende veranderingen’’. In zijn stuk spreekt hij letterlijk over „het versterken van de mogelijkheid op Europees niveau besluiten over economische politiek te nemen’’.Herhaaldelijk duiken de begrippen diepere en verdere integratie op. Dat is een heel ander uitgangspunt dan dat van het Nederlandse kabinet, dat stelt dat de lidstaten van de Europese Unie „zelf verantwoordelijk zijn voor het voeren van verantwoord economisch en budgettair beleid’’.

De komende tijd zal moeten blijken hoe lang het kabinet dit principe nog kan handhaven. Het plan van Van Rompuy – eigenlijk een drietrapsraket – is bedoeld voor de lange termijn: aan zijn rapport is een bijlage toegevoegd waarin grafisch de verschillende noodzakelijke stappen worden geschetst. De laatste fase is voorzien voor na 2014: als een nieuw Europarlement is gekozen en een nieuwe Commissie. Komt er geen kabinetscrisis dan zit het kabinet-Rutte tot voorjaar 2017. Dat betekent nog heel wat confrontaties met de rest van Europa.

Anders dan de discussie over soevereiniteit wordt de discussie over de zogeheten bankenunie snel concreet. Niet voor niets moeten alle banken voor 2014 onder toezicht staan van de Europese Centrale Bank en moet er zicht zijn op een soort vangnet.

Waarom? Omdat de crisis in het eurogebied de laatste jaren duidelijk heeft gemaakt dat overheden en banken elkaar in een bijna fatale wurggreep houden. Toen enkele grote banken dreigden om te vallen, kwamen de overheden met miljarden te hulp. Die overheden werden vervolgens mikpunt van financiële markten omdat hun schulden toenamen. Schuldsanering is nauwelijks mogelijk omdat veel schuldpapier in handen van banken is. Die kunnen het zich niet veroorloven dat papier met verlies af te staan.

Omdat nationaal bankentoezicht binnen de eurozone niet meer blijkt te voldoen, moeten de ruim vierduizend banken onder toezicht komen van de Europese Centrale Bank. Van die noodzaak zijn de eurolanden wel overtuigd. Voor Nederland is dat zelfs een eerste voorwaarde, voordat er gesproken kan worden van een gezamenlijk vangnet. Anders dan het eerste kabinet-Rutte wil het huidige kabinet de vervolgstappen benoemen. Dat blijkt uit de brief over de toekomst van de EMU die het kabinet ruim een week geleden naar de Kamer stuurde. Een bankenunie bestaande uit Europees toezicht en „uiteindelijk een Europees depositogarantiestelsel [vangnet voor spaarders], een Europees resolutiefonds [vangnet voor de banken] en een resolutieautoriteit kan helpen” om banken en nationale overheden uit elkaars wurggreep te houden.

Bij het vorige kabinet overheerste nog angst dat de Nederlandse belastingbetaler bij een Europees vangnet zou moeten opdraaien voor bijvoorbeeld falende Spaanse of Griekse banken. Nu is in de kabinetsbrief ook oog voor het specifieke belang van Nederland „met een relatief grote financiële sector en daardoor potentieel aanzienlijke risico’s”. Wel wordt benadrukt dat goed toezicht moet voorkomen dat nationale risico’s Europees worden afgewenteld.

Gezien de problemen in de financiële sector is haast geboden, maar snelheid mag volgens de regering niet ten koste gaan van kwaliteit. Toch moet, zo is nu het plan, het Europese toezicht in twaalf maanden zijn opgezet. Op een manier waarmee alle zeventien eurolanden tevreden zijn. Ook voorzitter Van Rompuy van de Europese Raad laat zien dat er spoed is. In zijn voorzet voor de Europese Top verwacht hij komend jaar al met een voorstel te komen voor een Europese autoriteit die de eventuele redding van banken ter hand moet nemen. Dat zal in de praktijk min of meer het sluitstuk zijn. Van Rompuy gaat er vanuit dat de eurolanden het dan al eens zijn over het depositogarantiestelsel voor de spaarder en een resolutiemechanisme voor de kwakkelende bank.

    • Mark Kranenburg
    • Erik van der Walle