Corruptie levert uiteindelijk geen voordeel op

Een lijst met de meest corrupte landen ter wereld, op 5 december gepubliceerd door Transparency International, omvat een paar van de snelst groeiende markten van het afgelopen decennium.

Corruptie zorgt in eerste instantie misschien niet voor het ontsporen van de groei of het afschrikken van investeerders, maar dat betekent niet dat dit in een later stadium niet alsnog kan gebeuren.

China en Vietnam scoren bijvoorbeeld slecht op de corruptieranglijst, de Corruption Perception Index. Beide landen behoren al tien jaar tot de onderste helft van de lijst. Toch zijn deze twee landen in dezelfde periode snel gegroeid.

De reële groei van het bruto binnenlands product van China bedroeg gemiddeld ruim tien procent per jaar, en die van Vietnam 7 procent.

Het slecht scorende Indonesië is meer dan 5 procent per jaar gegroeid – tegen een groei van krap 2 procent in veel minder corrupte landen als Groot-Brittannië en de VS.

Birma kan het komende decennium hetzelfde beeld te zien geven. Het ooit geïsoleerde Zuid-Aziatische land bungelde de afgelopen tien jaar bijna onderaan de lijst, en wordt ‘zeer corrupt’ geacht. Dit jaar stond Birma op de 172ste plaats, ondanks een aantal veelbelovende hervormingen.

Maar investeerders haasten zich om er een voet tussen de deur te krijgen en Intel is de laatste in een lange rij multinationals die hier een vestiging hebben geopend. Deze investeerders weten dat corrupte economieën toch rijk kunnen worden, en ook nog eens snel.

Er is alleen wel een probleem. De corruptie stopt de groei dan misschien niet, maar zorgt er wel voor dat de voordelen niet eerlijk worden verdeeld. De aandelenbeurs van Shanghai is de afgelopen tien jaar gemiddeld met slechts drie procent per jaar gestegen, ondanks de snelle groei van de economie. En de associatie met landen met een slechte reputatie kan investeerders later geld kosten.

Wal-Mart en Rolls-Royce zijn allebei verwikkeld in onderzoeken naar hun activiteiten op opkomende markten, terwijl de Amerikaanse beurswaakhond, de Securities and Exchanges Commission (SEC), vermeende fraude bij een aantal aan Amerikaanse beurzen genoteerde Chinese bedrijven heeft onderzocht. Daardoor is twijfel gezaaid over de vraag of deze bedrijven nog steeds welkom zijn.

Bovendien lijken niet-corrupte economieën uiteindelijk het rijkst te worden. Alleen de landen die tot de bovenste 30 procent van de index van Transparency International behoren, zijn in 2011 doorgedrongen tot de lijst van de rijkste tien landen qua bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking. Dat duidt erop dat corruptie op de langere termijn niet loont.

Misschien is het punt niet hoe ver China en Vietnam ondanks de corruptie zijn gekomen, maar hoeveel verder zij hadden kunnen komen zonder corruptie.

Breakingviews is een dagelijks commentaar vanuit de City in Londen. Vertaling door Menno Grootveld.

    • Katrina Hamlin