Bij vissen gaan de goede papa's er als eerste aan...

Sportvissers vangen de beste vissenvaders weg. Vissen die hun broed streng bewaken, happen als eerste toe. Vissen die minder broedzorg geven, laten de haak met aas juist aan zich voorbijgaan. Sportvissers selecteren dus onbewust de beste vaders weg. Dat blijkt uit onderzoek dat visbiologen vorige week publiceerden Proceedings of the National Academy of Sciences.

De biologen onderzochten het gedrag en voortplantingssucces van de Noord-Amerikaanse forelbaars (Micropterus salmoides). Deze vissoort is geliefd onder Amerikaanse sportvissers. Forelbaarzen worden relatief groot (gemiddeld 45 centimeter) en kunnen aan de haak fiks tegenstribbelen. Bij forelbaarzen verlenen de mannetjes broedzorg aan kuit en kroost. Ze bewaken het legsel wekenlang en voorzien het nest van vers water door met hun vinnen te waaieren.

Voor hun onderzoek gebruikten biologen twee experimentele forelbaarslijnen met een bijzondere afstamming. De ene lijn stamt af van vissen die in één visseizoen vier keer of vaker met een hengel gevangen zijn. De voorouders van de andere lijn waren in datzelfde seizoen juist helemaal niet gevangen. De vissen uit de eerste groep waren groter en agressiever dan die uit de tweede, maar ook kwetsbaarder voor visserij.

De onderzoekers plaatsten afstammelingen van deze twee lijnen samen met wilde vrouwtjes in verschillende kunstmatige vijvers. Snorkelaars doken elke dag in deze vijvers, om te zien of de mannetjes een nest bewaakten en hoe ze zich gedroegen. Aan het einde van het experiment werden de vijvers drooggelegd en alle nakomelingen geteld.

De vissen uit de kwetsbare groep bleken de betere vaders in alle opzichten. Ze kregen meer nakomelingen, verdedigen hun kuit langer, waaierden vaker vers water over het legsel en gedroegen zich agressiever tegenover mogelijke nestrovers.

In het wild zouden dus juist deze vaders het eerste worden gevangen. Jaren van zulke selectieve visvangst zouden uiteindelijk het broedgedrag van complete forelbaarspopulaties kunnen veranderen.

De onderzoekers denken dat hun resultaten ook opgaan voor andere vissoorten waar de mannetjes de broedzorg verlenen. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld de snoekbaars en meerval.