Afkomst maakt niet uit

Jeugdspelers van Spartaan’20 zijn niet te vinden in de kantine van de amateurclub uit Rotterdam-Zuid als het zaterdagmiddag gaat over de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen. Het zijn vooral trainers, begeleiders en bestuursleden die met elkaar in debat gaan. Een bewuste keuze, zegt vicevoorzitter van de club Marius Heinerman. „We hebben vijfhonderd jeugdleden. Als je die allemaal uitnodigt, heeft dat weinig effect.” Volgens Heinerman werkt het beter als trainers en begeleiders met elkaar over het incident praten en het later bespreken met hun pupillen. „Kinderen worden zich op die manier bewuster van het probleem.”

Spartaan’20 is een van de bekendste amateurverenigingen uit Rotterdam. De club heeft ruim achthonderd leden en geldt als kweekvijver voor jong talent. Internationals Jetro Willems en Bruno Martins Indi begonnen hun carrière bij Spartaan.

Meer dan dertig nationaliteiten kent de club uit het multiculturele Rotterdam-Zuid. Bij de jeugd is ongeveer 85 procent van de kinderen van allochtone afkomst. Maar dat is zaterdag geen onderwerp van gesprek bij Spartaan, ondanks de discussie afgelopen week over de etniciteit van de jongens die grensrechter Nieuwenhuizen doodtrapten. Voetbalgeweld zou vaker voorkomen onder Marokkaanse jongens, zo was vaak te horen. „Ik heb me daaraan geërgerd”, zegt Heinerman. „Het heeft niets met afkomst te maken. Vorig jaar is in de buurt bij een andere club een scheidsrechter belaagd. Dat waren Nederlandse jongens.”

Waar het geweld op de velden dan wel mee te maken heeft? Opvoeding, discipline en niet streng genoeg optreden tegen wangedrag, vindt Hakan Özturk, voetbalvader en trainer van de B-jeugd bij Spartaan. „Een jongen in mijn team misdroeg zich en is naar een lager elftal gezet. Daar is hij weer in de fout gegaan. Toen moest hij weg. Een maand later speelde hij alweer bij een andere club. Verenigingen moeten met elkaar afspreken dat zoiets niet kan.”

Arman Avsaroglu