Wielrenner

Ik fiets naar huis en word frontaal geschept door een fietsende student die te belazerd was om een bocht te nemen en zo minimalistisch mogelijk schuin overstak. Ik kon geen kant op: links die sociëteitspreses op een Batavus-herenfiets, rechts terrasmeubilair.

Daar gaan we weer: in slow motion duik je tegen het plaveisel. Lig je over het trottoir met je fietsje. Knie kapot. Broek kapot. Stuur uit het lood. Je blijft even liggen. Dan besef je dat er mensen staan te kijken en dat het er debiel uitziet, op de stoep onder je racefiets liggen. Dus je staat op, sjort je stuur recht. Eventuele bloedpap inspecteer je thuis wel, je moet nog verder. Ik hoef niks te winnen. Heb geen sponsor in mijn nek hijgen. Mijn gemiddelde boeit niet. Maar ik moet naar huis, met fiets.

Je realiseert je dan dat je doet wat al die lui in Touretappes, Giro’s en Rondes altijd doen. Met je knieën aan gort op je fiets stappen en verder trappen. Voel je je even één seconde toch nog een echte wielrenner.