Wandelend gettoleed

Precious (Lee Daniels, 2009, VS)Canvas, 23.35 - 01.20 uur

Precious valt met de deur in huis. En wat voor huis: een flatje in Harlem waar hels oranje licht door gesloten gordijnen filtert en het behang frituurvet zweet. Een monsterlijk dikke, zwarte deegbal van een meisje wordt op een smoezelige matras verkracht door haar junkievader. Close-ups van een zweterige buik. Piepende bedveren. Varkenspoten bruisend in het vet. En in de deuropening het silhouet van moeder die toekijkt.

Het is 1987, Precious’ moeder spendeert haar dagen rokend voor de televisie en leeft haar bitterheid uit in fysieke, seksuele en verbale terreur richting dochter. Precious is analfabeet, zestien en zwanger van het tweede kind van haar vader. Haar enige ontsnapping is een tv-fantasie waarin jonge Obama’s haar aanbidden. O ja, pa heeft Precious met hiv besmet.

Een wandelende catalogus van gettoleed; dat kan niet lang zo blijven in een Amerikaanse film. Inderdaad wandelt Precious schuchter de alfabetiseringsklas ‘Each One, Teach One’ binnen, in de armen van juf Blue Rain met haar serene reeënogen. Die verheft haar met Oprah-slogans als „de langste reis begint met één stap”. Uit haar klas groeit een warme familie.

Precious lijkt zo een onuitstaanbaar Amerikaans opbouwwerkje. Toch verdeelde de film bij het uitkomen in 2009 de zwarte gemeenschap diep. Oprah beval hem aan, anderen spreken van ‘ghetto porn’. Precious ontregelt én bevestigt. Ontregelend is haar herkenbare zelfhaat als zwarte kalkoen die een blonde zwaan wil zijn. Bevestigend is dat de steevast pikzwarte verliezers het met hulp van lichtbruine rolmodellen wel rooien.