Van palazzo naar glaspaleis

De voormalige Optiebeurs, een gebouw van architect Cees Dam, is voor NRC onherkenbaar verbouwd. Een korte geschiedenis en een rondleiding met architect Jaap Dijkman in vier begrippen.

Amsterdam 4-12-2012 Nieuw onderkomen van NRC Media Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

De voormalige Optiebeurs, die NRC Handelsblad nu betrekt, was bij de oplevering in 1987 een recalcitrant gebouw. Met zijn torentje op de hoek, bekroond met een gouden balletje, was het door Cees Dam ontworpen gebouw in het Nederland van de jaren tachtig een van de zeldzame, onverbloemde uitingen van postmodernisme, de stijl die bekendstaat om zijn verwijzingen naar historische architectuur.

Cees Dam was een van de weinige Nederlandse architecten die zo durfden te bouwen. Dat kwam doordat Aldo van Eyck, ‘het geweten van de Nederlandse architectuur’, in 1981 in een beruchte lezing met als titel Rats, posts and other pests de banvloek had uitgesproken over het postmodernisme. In deze tirade, die grote invloed had op de Nederlandse architectuur, vergeleek hij postmodernistische architecten als Robert Venturi met misdadigers en postmodernisme met fascisme.

Cees Dam was in Van Eycks lezingen en artikelen altijd het zwarte schaap. Dam schuwde in zijn werk niet de monumentaliteit, zoals bijvoorbeeld de mede door hem ontworpen Stopera uit 1985 liet zien. Dit was tegen het zere been van Van Eyck die in zijn uitlatingen over Dams Stopera meestal al gauw de naam van Hitlers hofarchitect Albert Speer liet vallen.

Cees Dam trok zich hier niets van aan. Integendeel. Alsof hij Van Eyck wilde jennen, maakte hij van de Optiebeurs een nog postmodernistischer gebouw dan de Stopera. De hoektoren van het beursgebouw, een glazen cilinder met een feestmuts, was niet alleen een antwoord op het gebouw aan de overkant van de steeg waar het staat, het Art-Nouveau-kantoor van Gerrit van Arkel uit het begin van de 20ste eeuw, maar ook een ode aan La Conica, de beroemde koffiepot van de Italiaanse architect Aldo Rossi, een van de helden van het postmodernisme.

De rest van het gebouw, dat het hele grondvlak tussen Rokin en Nes beslaat, was met zijn verticale ramen en de driedeling van de gevels in basis, middenstuk en daklijst een heel klassiek gebouw. Het was een soort moderne versie van een Italiaans Renaissance-palazzo. De piramidevormige uitsteeksels van de betonnen gevelplaten deden denken aan de ornamenten waarmee renaissancearchitectuur in de vijftiende en zestiende eeuw werd getooid. Aan de onderkant had Dam het kantoor een verbreding gegeven, zodat het op eenzelfde manier stevig op de grond stond als het naburige Koninklijk Paleis op de Dam.

Het afgelopen jaar heeft het palazzo van de Optiebeurs, die al in 1995 uit het pand trok, een gedaanteverwisseling ondergaan. De nieuwe hoofdhuurder van het gebouw, NRC Media, wilde vooral een ‘transparant’ gebouw. Wat er binnen gebeurt, moet buiten zichtbaar zijn. Daar heeft Cees Dam, samen met zijn zoon Diederik, op een radicale manier voor gezorgd. Alle sporen van de oude Optiebeurs hebben ze uitgewist: het postmodernistische palazzo is veranderd in een modernistisch glaspaleis. In plaats van de betonnen gevels met verticale ramen zijn, aan alle drie zijden van het gebouw en van onder tot boven, glazen vliesgevels gekomen. Die glazen gevels maken het nieuwe NRC-gebouw tot een verre nazaat van het Cineac-gebouw, de Nieuw-Zakelijke bioscoop van Jan Duiker die het oude Handelsblad in 1934 in de Reguliersbreestraat in Amsterdam liet bouwen. Zoals de projector in de Cineac vanaf de straat zichtbaar was, zo kunnen de voorbijgangers vanaf het Rokin nu de werknemers van NRC Media zien zitten.

Ook het interieur van het voormalige Optiebeursgebouw is, naar een ontwerp van architect Jaap Dijkman, rigoureus aangepakt. Niet alleen transparantie was hierbij de leidraad. Ook de logistiek van een krantenbedrijf en het restaurant op de begane grond waarmee NRC Handelsblad zijn nieuwe onderkomen tot een publiek gebouw wilde maken, stelden hun eisen. Bovendien streefde Dijkman naar tijdloosheid.

De architect aan het woord aan de hand van vier voor hem belangrijke begrippen.

1. Transparantie

Jaap Dijkman: „Transparantie is een metafoor die vaak in de architectuur wordt gevraagd, misschien zelfs wat al te vaak. Maar voor een krant is transparantie wel toepasselijk. Redacteuren en andere werknemers van NRC beseffen door de doorzichtige gevels steeds dat ze midden in de stad zitten, en dat was toch een van de overwegingen van de krant om naar het centrum van Amsterdam te verhuizen. Van buiten kunnen de voorbijgangers niet alleen naar binnen kijken, maar zien ze, vanaf het Rokin, ook drie grote, langwerpige LED-schermen op de gevel. Hierop kun je laten zien hoe de krantenpagina's worden gemaakt,of hoe het laatste nieuws wordt verwerkt.”

„Maar transparantie en openheid hebben ook nadelen. Het hoofdkantoor van Microsoft is bijvoorbeeld helemaal open en kent alleen maar flexplekken. Bedoeling was dat de directeur als het ware naast de portier zou zitten. Maar dat werkte toch niet. De directeur huurt nu in een naburig hotel een suite om rustig te kunnen werken. Zeker bij een krant zijn er ook werkplekken nodig waar je in afgeslotenheid kunt werken. Daarom zijn ook de deuren van de kantoren van hout gemaakt. Die verbeteren bovendien de akoestiek. Glas heeft als nadeel dat het een slechte akoestiek met zich meebrengt, zeker als de plafonds ook nog van beton zijn, zoals het in nieuwe NRC-gebouw. Daarom zijn aan het plafond ook nog akoestische panelen gehangen, waarin de verlichting, koeling en de sprinklerinstallaties zijn verwerkt.”

2. Krantenbedrijf

„In een klassiek krantenbedrijf zitten alle redacteuren op één grote, open verdieping, met als hart de zogenaamde middentafel waar de hoofd- en eindredacteuren zitten. Zo’n klassieke opstelling bleek met de vloeroppervlakten van de oude Optiebeurs niet mogelijk: de redacteuren moesten op verschillende verdiepingen worden geplaatst. Om toch te zorgen dat de middentafel makkelijk zichtbaar en bereikbaar is, is in het midden van het gebouw dwars door verschillende verdiepingen heen, een groot gat van 10 bij 10 meter gezaagd. Dat is een rigoureuze ingreep en het heeft voor een totaal ander, open interieur gezorgd. Maar wonderlijk genoeg heeft het gat maar 200 van de 5.000 vierkante meter gekost.

„In dit gat is tussen de eerste en tweede verdieping een vloer gebouwd waarop de middentafel staat. De wanden rondom het gat zijn hoofdzakelijk van glas. Zo kan iedereen in het gebouw elkaar en de middentafel gemakkelijk zien.

„Een ander probleem van het oude gebouw was dat de verdiepingshoogte te laag was. Met de systeemplafonds was die slechts 2 meter 20, lager dan het Bouwbesluit toestaat. Alle systeemplafonds zijn dan ook verwijderd. Daardoor hangen de leidingen in het zicht, maar dat heeft ook een voordeel. Daar kun je bijvoorbeeld ook dingen aan ophangen.”

3. Restaurant

„Behalve als een gewoon café-restaurant is het NRC-restaurant op de begane grond, dat in februari gaat proefdraaien, bedoeld als een plek waar het publiek met de krant in contact kan komen. Redacteuren gaan er bijvoorbeeld lunchen en er komt een zaal waar debatten en seminars kunnen worden gehouden.

„Het ruimtelijke probleem van het café-restaurant was dat ook de begane grond een heel lage, diepe en dus nare ruimte was. Dit probleem is opgelost door de tussenvloer voor de middentafel, die tussen de eerste en tweede verdieping in het gat is gebouwd. Die gaat een soort koepel worden, in de traditie van de Parijse brasserieën met glas-in-lood plafonds, zoals La Coupole. Het is bedoeling dat op het plafond van de ‘koepel’ steeds andere afbeeldingen worden geprojecteerd. Zoals een wereldkaart waarop de plekken oplichten waar het nieuws vandaan komt dat in Handelsblad en next verschijnt. Met de projecties kun je elke dag een andere sfeer aan het restaurant geven.”

4. Tijdloos

„Ik weet ook wel dat je als ontwerper niet kunt ontsnappen aan de tijdgeest en dus nooit helemaal tijdloos kunt ontwerpen. Maar ik heb gestreefd naar tijdloosheid door materialen te gebruiken die mooi oud worden. In de trappenhuizen is natuursteen gelegd en voor het interieur heb ik heb ik veel hout verwerkt, essenhout om precies te zijn. Niet alleen de deuren en wandpanelen zijn van essenhout, maar ook de bureaubladen en de kasten die ik heb ontworpen – behalve architect ben ik ook meubelmaker.”

„In het restaurant schuilt de tijdloosheid misschien juist wel in de flexibiliteit van de projecties op de koepel. Daarvoor zijn de mogelijkheden eindeloos. Ze kunnen steeds aan de actualiteit worden aangepast. Zo wordt het restaurant als het ware tijdloos door bij de tijd te zijn.”

    • Bernard Hulsman
    • Bureau Jaap Dijkman