Column

Tot hun 24ste zijn veel mannen gevaarlijk

Buitenboys tegen Nieuw Sloten eindigde dus in een drama, met een dode grensrechter en drie jonge spelers in de cel. Naar het waarom van redeloos geweld blijft het gissen. Mij schoot SCP-directeur Paul Schnabel te binnen, op een congres vorige maand. Hij sprak beeldend over mensen met een ‘dikke ik’, die zich niet beheersen. Velen identificeren zich volgens hem niet met de handhavers, maar leven op een ‘high’ van drift, spanning en testosteron. Schnabel noemde dat een gevolg van de ‘intensivering van het bestaan’. Jongeren worden opgevoed tot assertiviteit, met het korte lontje als kenmerk. De agressie tegen de „lager geplaatste geüniformeerde controleurs” is een epidemie. De sociale controle neemt af, de dikke ik rukt op. Ik vond die term terug bij de filosoof Harry Kunneman. Het volgevreten, permanent ontevreden individu, die met ‘onverschillig, lomp of zelfs gewelddadig gedrag’ steeds meer ruimte claimt.

Dat korte lontje vind je ook in de psychiatrie, bij de zogeheten antisociale persoonlijkheidsstoornis. Die afwijking is niet zeldzaam. Gemiddeld komt die bij 4,3 procent van de mannen ‘ooit in het leven’ voor. Maar in de groep 18 tot 24-jarigen is dat 13,3 procent. Dat blijkt uit het Nemesis-2-onderzoek van het Trimbos-instituut. Deze jongens kunnen zich niet houden aan regels, zijn oneerlijk, liegen, zwendelen, zijn impulsief, kunnen niet vooruitdenken, zijn agressief, prikkelbaar, roekeloos, onverschillig voor andermans veiligheid, onverantwoordelijk, hebben geen spijtgevoel en zoeken oorzaken buiten zichzelf. Je zal hun treinkaartjes maar moeten controleren, of voor hun overtredingen moeten vlaggen. Deze stoornis neemt na het 24ste jaar dramatisch af, naar 4,9 procent. Kennelijk groei je er uit. Of leer je het af. Vermoedelijk doen wat ervaren politiemensen de ‘drie W’s’ noemen hun werk. Als ‘Woning, Werk en Wijf’ zijn geregeld, passen de jongens zich aan en ontgroeien ze hun wilde fase. Voor die tijd kunnen ze behoorlijk gevaarlijk zijn.

Hoe je (blijvend) agressieve jongeren vroeg kunt herkennen is zo’n beetje de heilige graal van de forensische psychiatrie. ADHD is als component lang verdacht geweest. Deze aandachttekortstoornis met hyperactiviteit gaat samen met stemming- en angststoornissen en leerproblemen. In de adolescentie is een kwart ook agressief. 5 tot 6 procent van de jeugdbevolking heeft ADHD. Van de jonge tehuisbewoners zelfs 17 tot 22 procent. ADHD is erfelijk, maar ook sociaal te versterken door slechte gezinsomstandigheden, verwaarlozing, afwijzing, misbruik. Uiteindelijk bleek dat hoe vroeger jongeren gedragsproblemen vertonen hoe groter ook de biologische component is – en hoe langer het probleemgedrag doorzet. Als jongens pas in hun adolescentie agressief worden, dan is de kans dat hun gedrag tijdelijk is ook groter.

Nu weet ik niets van de spelers van Nieuw Sloten. Mogelijk zijn het gewone pubers. Net als die in Haren, die voor de kick gingen zuipen en vechten. Rellen als kermisvertier. De plunderaars van Albert Heijn bleken ook niet in staat om vooruit te denken. In de sociologie wordt zo’n incident het vieren van een ‘morele vakantie’ genoemd. Geweld als belevenis, ook voor de niet expliciet gestoorde jeugd.

En nu de hamvraag: wat doe je er aan? Toevallig kwam vorige week Wat werkt nu werkelijk? uit, een overzicht van effectieve ‘sociale interventies’ op ongewenst gedrag. Met daarin ook aandacht voor criminaliteit door criminoloog Peter van der Laan (VU Amsterdam). Hij geeft een instructief lijstje van wat er in ieder geval niet werkt. Pure vergeldingsstraffen, in Nederland bekend van de geflopte Glen Mills School, halen niets uit. Ook schrikprogramma’s waarbij jongeren de gevangenis bezoeken, hebben geen blijvend effect. Hetzelfde geldt voor thuisarrest met enkelbanden en GPS-controle. Survivalgroepstochten beïnvloeden individueel functioneren in een groep. Maar het leidt niet tot blijvend ander gedrag. Ook van gevangenisstraf mogen geen hoge verwachtingen worden gekoesterd. 90 procent van alle celstraffen in Nederland is bovendien korter dan een maand.

Van der Laan noemt zeven beginselen waaraan methodes van ingrijpen in het leven van een jonge verdachte moeten voldoen. Met vergelding heeft het weinig te maken, waarschuwt hij. Slachtoffers zijn er ook niet direct mee gediend. Het blijvend veranderen van gedrag gebeurt vooral met trainingen, bijvoorbeeld voor cognitieve vaardigheden. Drie maanden lang twee maal per week een middag leren nadenken alvorens te handelen. Of een leefstijltraining voor langdurig verslaafden, gericht op zelfbeheersing, wegblijven uit risicosituaties en andere gedragskeuzes maken. Of de cursus Respect Limits, bedoeld om ‘seksuele interactiecompetenties’ te leren. Justitie heeft een repertoire van 23 volledig erkende gedragsinterventies die de rechter kan opleggen. Ongetwijfeld vat een deel van de publieke opinie dit samen als ‘daders knuffelen’. Waarmee we weer terug zijn in het repressie- en resocialisatiedebat, waarin we onvermoeibaar langs elkaar heen praten. Criminaliteit is een duivels probleem, waarvoor geen eenduidige oplossingen bestaan, was Schnabels conclusie. Zo is het, helaas.

Deze doorgaans wekelijkse rubriek over de rechtsstaat wordt hervat op 5 januari. Debat op nrc.nl/rechtenbestuur, twitter #rechtsstaat.