Tegen Mahler zeg ik nee

Ton Koopman (68) dirigeert deze week zijn Amsterdam Baroque Orchestra & Choir in Bachs Weihnachtsoratorium. Dat gaat gepaard met twijfel en schroom. „Zou Bach mijn spel hebben geoorloofd? Hij was heel streng.”

J.S. Bach

„Ik ben nu bezig met cd-opnames van alle werken van Dieterich Buxtehude; een wereldprimeur. Het is fantastische muziek die je veel te weinig hoort. Maar uiteindelijk is Bach de grootste. Als vakman onovertroffen, en daar komt de rest dan nog bij. Soms heb ik bijna het gevoel dat ik een hartaanval krijg, zo direct raakt het me. Om van zulke muziek uitvoerder te zijn – dat maakt beschroomd. Ik heb mijn leven lang geprobeerd een zeer serieuze leerling te zijn van al wat Bach ons leert, maar dan nog… Doe ik het goed? Zou Bach mijn spel hebben geoorloofd? Hij was heel streng. Maar dat heeft ook een goede kant. Het dwingt tot creativiteit. En dat is in muziek óók essentieel. Ik geloof sterk in de combinatie van hersenen en hart. En in twijfel. Zodra ik denk dat ik de waarheid in pacht heb, moet ik stoppen.”

Het Gooi

„Aanvankelijk wilde ik niet in zo’n villa uit de negentiende eeuw wonen. Veel te modern. Het prettigst voel ik me omringd door muziek en spullen uit de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw. Ik verzamel die. Boeken, stemvorken, Delfts blauwe tegeltjes met musici, prenten. Als je musicus bent, moet je begrip hebben voor stijl – in de breedste zin. En al mijn spullen kan ik, vooralsnog, hier kwijt. Mijn bibliotheek en de kantoren van het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir zijn hier ook gevestigd. Schiphol is vlakbij.”

Een ton voor Ton

„Mijn Amsterdam Baroque Orchestra & Choir waren bijna weg toen onze subsidie in 2007 opeens werd stopgezet. De afgelopen twee jaar hebben we weer een half miljoen gekregen. Voor het nieuwe kunstenplan hebben we geen aanvraag meer gedaan. We spelen waarschijnlijk toch te weinig in Nederland om in aanmerking te komen. Hier meer concerten geven gaat niet. Met winst uit het buitenland dekken we onze Nederlandse verliezen af.We zijn druk met het werven van mecenassen, ‘een ton voor Ton’, jaarlijks. Voor enkele kinderconcerten is al een substantieel bedrag binnen. Dat geeft moed. Maar het is niet leuk bijna zeventig te zijn en nog steeds je hand te moeten ophouden. Een Zwitserse farmaceut betaalt de helft van mijn Buxtehude-project. Dan heb je het over tonnen. Dat doen ze heus niet uit liefde voor Buxtehude, dat doen ze omdat ze mij waarderen. Dat gevoel mis ik soms een beetje in Nederland.”

Harmonie

„Muziek is harmonie. Ondanks de perikelen vinden de musici het nog steeds leuk om in ons orkest en koor te werken. Dat is belangrijk. Vroeger zei ik altijd: het orkest stopt als ik stop. Inmiddels ben ik niet meer principieel tegen een opvolger, maar wie wil dat nou? Ik heb genoeg oud-leerlingen die een eigen barokorkest ambiëren, maar die kunnen beter zelf iets beginnen met musici die op no cure no pay-basis willen beginnen. En het is natuurlijk ook wel echt zo dat ik vergroeid ben met deze groep, en zij met mij. De specifieke klank van Amsterdam Baroque; dat zijn zij met mij en ik met hen.”

Oude Muziek

„Toen ik studeerde, werkten er twee nieuwsgierige generaties naast elkaar. Nu dreigt onder de jongste lichting musici een soort ‘barok-Esperanto’. Ze kennen de uitgangspunten van een historisch geïnformeerde speelstijl en nemen die zo over. Maar ze moeten zélf vragen stellen. Ik denk dat we nog geen derde weten van wat er te weten is. Wij interpreteren als het ware een bijbel waaruit talloze stukken ontbreken. Hoe werk je de trillers uit bij Buxtehude? Hoe zit het met rubato? Wat is de goede stemming voor Rameau? Wat zijn de alternatieven? Waarom zijn die aannemelijk, of juist niet? Ik lees heel erg veel. Overal kun je puzzelstukjes vinden. In de combinatie van spelen en studeren ligt ook de toekomst, denk ik. Daarom blijf ik graag hoogleraar in Leiden tot na mijn zeventigste. Studenten uitdagen en helpen, zorgen dat ik meer weet dan zij. Ja, ik zou graag een echte uomo universale zijn.”

Familie

„Muziek is mijn leven, mijn hobby, mijn liefde. Maar ik ben niet monomaan. Eens in de zeven weken neem ik met mijn vrouw een week rust, vaak in ons vijftiende-eeuwse huis in Frankrijk of onze zestiende-eeuwse huuretage in Verona. Studeren, wijn drinken met vrienden, lezen, het nieuws volgen. Ik speel ook graag spelletjes en ik wil die winnen. Alleen voor mijn kleinzoontjes maak ik een uitzondering.”

Pater familias

„Mijn drie dochters zijn opgegroeid met Bach. Aan tafel gold zelfs een door hen afgekondigd spreekverbod op Bach. ‘Zelfs onze poes kijkt neer op mensen die Bachs opusnummers door elkaar halen’, zeiden ze ooit. Hoewel ik vaak weg was, zijn we dankzij mijn vrouw toch een hechte familie gebleven. Dat vind ik heel fijn en belangrijk. Mijn broers en zusters zie ik nog op onze Koopmandag. Dan voel ik me een beetje de pater familias.”

Dirigeren

„Ik ben musicus, langzaam is het dirigeren in mijn agenda dominant geworden. Ik denk dat het nu tweederde van mijn agenda vult. Vaak gaat het samen. Dan leid ik een orkest bijvoorbeeld vanachter het klavecimbel. Geld speelt in die balans geen rol. Het liefst zou ik alleen mijn eigen orkest leiden, maar dat is niet haalbaar. En ik vind het interessant met moderne orkesten te werken: musici verleiden een totaal andere klank uit hun instrument te halen. Bij het National Symphony Orchestra in Washington waren ze boos omdat ik de klank had veranderd. Nu vragen ze me om die reden juist terug.”

Maestro

„Ik heb achting voor collega’s die de ingewikkeldste maatsoorten kunnen slaan. Ik doe het ze niet na, maar de muziek die ik leid eist dat ook niet. Het gaat vooral om je ideeën. Een tv-programma als Maestro? [Waarin BN’ers een symfonieorkest dirigeren.] Nee, dat hoeft voor mij niet zo. Om een orkest iets te kunnen vertellen – dat eist ervaring. De grootste dirigenten zijn zij die zowel technisch als stilistisch onderlegd zijn, zoals Simon Rattle. Hij belt me soms voor advies. Dat zeg ik niet omdat ik daarmee wil pronken, maar omdat ik het een teken vind van grootheid. Open blijven staan, adviezen vragen, maximale voorbereiding. Om het daarna allemaal weer los te laten. Mijn gevoel van het moment van het concert speelt altijd een heel grote rol. Gewoon, let’s have fun with music!”

Repertoire

„Veel collega-dirigenten met wortels in de oude muziek breiden hun repertoire uit naar muziek van de negentiende en twintigste eeuw. De Weense klassieken, Mozart en Haydn, dirigeer ik heel graag. Vooral bij grote orkesten in de Verenigde Staten overigens, het Concertgebouworkest vraagt me eigenlijk alleen voor de Matthäus Passion. Tegen aanbiedingen om de symfonieën van Bruckner en Mahler te dirigeren zeg ik nee. Er is zoveel muziek die me veel meer trekt. De oratoria van Händel, de kerkmuziek van Monteverdi, Biber, Orlando di Lasso… Mijn verlanglijst is lang.”

Ouderdom

„Ik ben 68. Laatst flapte een studente eruit: ik wou dat ik zo’n opa had als jij! Daar schrok ik wel van. Ik wil honderd worden. De huisarts zei dat ik het dan rustiger aan moest doen, dus nu probeer ik geen drie uur per nacht meer te slapen, maar zes.”

Bach, Weihnachtsoratorium door Amsterdam Baroque Orchestra & Choir o.l.v. Ton Koopman. Concerten op 15/12 (14.30 Rotterdam en 20.15 Utrecht) en 16/12 (Amsterdam).