Stembussen in Ghana vandaag voor tweede dag open

Ghanezen staan voor de tweede dag in de rij voor het stemhokje in Accra, de hoofdstad, nadat er gisteren technische problemen waren met de biometrische identificatie van de kiezers. Foto Reuters / Stringer Ghanezen staan voor de tweede dag in de rij voor het stemhokje in Accra, de hoofdstad, nadat er gisteren technische problemen waren met de biometrische identificatie van de kiezers. Foto Reuters / Stringer

We klagen in Nederland soms over het ouderwetse stemmen met een rood potlood, maar het heeft ook zo z’n voordelen. In Ghana openden vandaag zo’n 413 stembuslocaties opnieuw de deuren door onverwachte technische problemen tijdens het stemmen gisteren. Een nieuw systeem met biometrische identificatie zorgde voor gedoe.

Door de problemen stonden sommige Ghanezen de hele dag gisteren voor niets in de rij bij hun stemlokaal en moesten ze vandaag opnieuw gaan stemmen. De 413 stembussen staan voor 1,6 procent van de in totaal ruim 26.000 stembussen, waarvan de meesten in de hoofdstad Acra staan.

De technische problemen zou je kunnen zien als een klein smetje, maar Ghanezen zien vandaag juist als iets dat de eerlijke, transparante en geweldloze verkiezingen die Ghana - in tegenstelling tot sommige andere landen op het Afrikaanse continent - al ruim tien jaar weet te organiseren juist onderstreept. De inwoners van Ghana zijn daar ontzettend trots op en de verkiezingen leven dan ook enorm onder de bevolking. In de periode voorafgaand aan de verkiezingen deden media enthousiast verslag van de politieke campagnes, er waren debatten, peilingen en de laatste toespraken van de twee belangrijkste kandidaten deze week trokken duizenden aanhangers.

Verkiezingen draaien om twee partijen

Twee partijen domineren deze verkiezingen: de regerende New Democratic Congress (NDC), die na de plotselinge dood van president John Atta Mills in juli, geleid wordt door de 54-jarige John Mahama. Zijn opponent is Nana Akufo-Addo van de New Patriotic Party, een voormalige minister wiens vader een van de grondleggers van Ghana is.

NRC-correspondent Pauline Bax schreef gisteren in NRC Handelsblad dat er weinig verschil tussen beide partijen zit. Hoewel het Ghana economisch behoorlijk voor de wind gaat sinds in 2007 een onverwacht grote voorraad olie voor de kust werd aangeboord, heeft de welvaart nog niet iedereen bereikt. Volgens Bax is de toenemende welvaart, en de olie dan ook inzet van de verkiezingen:

Opmerkelijk is eerder wat niet wordt genoemd. Achter het uithangbord van economische groei schuilen statistieken die een ander beeld laten zien. Een spectaculair gebrek aan sanitaire voorzieningen, bijvoorbeeld. Bijna een vijfde van de bevolking van 24 miljoen moet een emmer of de buitenlucht als toilet gebruiken. De waterleidingen in Accra zijn zo verroest dat rijkere inwoners schoon water laten aanleveren door privébedrijven. Het stadsriool loopt rechtstreeks uit in zee. Intussen zitten boeren in het veel armere noorden ’s avonds bij het licht van een petroleumlampje. Op de smalle vervallen wegen in het binnenland rijden zich wekelijks tientallen mensen te pletter. Een frontale botsing met minder dan twintig doden haalt hier niet eens de voorpagina meer.

Vorig jaar bereikte Ghana de status van lower-middle-income-country, een term die het IMF op inkomen baseert, schreef Bax:

Dat veroorzaakte verwarring, vertelt Ebo Duncan van Ghana’s dienst voor de statistiek. „Veel mensen dachten: ha, dan behoor ik nu tot de middenklasse. Maar dat zagen ze niet terug in hun portemonnee. Het leven is de afgelopen jaren juist duurder geworden. Er wordt wel eindeloos gepraat over olie, maar dat heeft niet de verwachte ontwikkeling opgeleverd.” De frustratie over de regeringspropaganda is reëel, beaamt analist Kissy Agyeman-Togobo. „De gemiddelde Ghanees kan het zich niet veroorloven om naar het winkelcentrum te gaan. Die vraagt zich af wanneer hij iets gaat merken van de zogenaamde economische groei.”

De uitslag van de verkiezingen wordt dinsdag verwacht.