'Spanning Egypte heeft het kookpunt bereikt'

De Moslimbroederschap en president Morsi misbruiken de revolutie voor hun eigen doelen, zegt ex-woordvoerder Helbawy. „Morsi heeft grote fouten gemaakt.”

DR Kamal Helbawy arriving at SOAS University today. A conference on ÔPolitical IslamÕ is scheduled to take place at the University of London's School of Oriental and African Studies (SOAS) from 23-27 March 2009.The speaker at the event is the UK-based extremist Dr Kamal Helbawy (pictured), a former spokesman for the Muslim Brotherhood. The conference is aimed at police and civil servants who are reportedly charged GBP 430 a day to attend. Web page for the conference: http://www.soas.ac.uk/business/interface/political_islam/index.html . 23/03/09(Facundo Arrizabalaga) Facundo Arrizabalaga

Nog voor president Morsi donderdagavond zijn speech gaf waarin hij voet bij stuk hield, namen opnieuw drie prominente figuren uit zijn entourage ontslag uit protest tegen zijn beleid. Alles samen hebben al negen van Morsi’s adviseurs ontslag genomen.

Kemal Helbawy heeft niet zo lang gewacht. Op 31 maart 2012 zei hij live op televisie dat hij na 61 jaar uit de Moslimbroederschap stapte. Het was de dag waarop de Moslimbroederschap Khaiter al-Shater naar voren schoof als presidentskandidaat, hoewel ze altijd hadden gezegd dat ze niet zouden meedoen aan die verkiezingen. (Morsi kwam pas op het toneel nadat Shater gediskwalificeerd werd, en velen zeggen dat Shater de man achter Morsi is.)

Maar dat was niet eens de reden, zegt Helbawy, 73, in zijn kantoor in Nasr City in Kairo. „Het was de aarzelende houding van het leiderschap van de Moslimbroeders ten opzichte van de revolutie sinds het begin.”

Toen jonge activisten in Kairo in januari 2011 plannen maakten voor een grote betoging tegen president Hosni Mubarak, was Helbawy in Londen, waar hij 23 jaar in ballingschap heeft doorgebracht. In zijn positie als ex-lid van het bestuur van de Moslimbroederschap, en haar woordvoerder in de jaren negentig, belde Helbawy zijn collega’s op in Kairo. „Ik zei dat het toch jammer was dat we de mensen niet opriepen om massaal naar het Tahrirplein te gaan. Want de leiding had net besloten dat ze niet zouden meedoen aan wat zij zagen als een zoveelste betoging.”

Pas op 30 januari, vijf dagen na het begin van de opstand, schaarde de Broederschap zich officieel achter de revolutie. „Maar vervolgens gingen ze veel te vroeg weg. Ze hebben niet of nauwelijks deelgenomen aan de betogingen tijdens de overgangsperiode. Ik begon mij af te vragen waarom ik nog lid was van een club die had verzaakt aan zijn eigen basisprincipes.”

Als Hassan al-Banna, de oprichter van de Moslimbroederschap in 1928, nog had geleefd in november 2011, toen de activisten slag leverden tegen het leger, „dan was hij met een dekentje naar het Tahrirplein getrokken om er de nacht door te brengen met de revolutionairen. Maar wat deed de Moslimbroederschap? Ze zeiden dat de revolutionairen tuig van de straat waren.”

Vorige week zaterdag, toen honderdduizenden aanhangers van president Morsi de straat op gingen in Kairo, werd alles duidelijk, zegt hij. De betoging verliep onder de leus ‘Sharaja en shari’a’. „En daar is het de Moslimbroederschap altijd om te doen geweest: de macht (letterlijk: legitimiteit) en de islamitische wetgeving. Ze hebben de revolutie enkel gebruikt om dat doel te bereiken.”

Hij pakt een kopie van de ontwerpgrondwet waarover de Egyptenaren op 15 december moeten stemmen in een referendum. „De eerste regel zegt: ‘Dit is onze grondwet.’ Dat is heel goed. Maar de volgende regel zegt: ‘Dit is het document van de revolutie van 25 januari.’ Het is niet aan hen om een document van de revolutie op te stellen. De revolutionairen hebben dat recht, de moeders en vaders van de martelaren, zij die trouw zijn gebleven aan de revolutie. Maar niet de grondwetgevende vergadering. Dit document moet aangepast worden. Er staan woorden in die verschillende betekenissen, tegenstrijdige betekenissen hebben.”

Over president Morsi is hij weinig vleiend. „Morsi heeft gefaald. Hij heeft niet gedaan wat hij heeft beloofd. Of hij nu echt de touwtjes in handen heeft of niet: hij is de president, en hij is volledig verantwoordelijk voor wat er gebeurt.”

„Morsi heeft domme fouten gemaakt. Toen zijn aanhangers naar het paleis trokken, is hij naar buiten gekomen en heeft hij met hen gesproken. Toen de anderen, de oppositie, naar het paleis kwamen, gaf hij niet thuis. Het land was al verdeeld voor Morsi aan de macht kwam, maar niet op een ernstige manier. Nu is het ernstig. En dat is deels Morsi’s fout.”

De gebeurtenissen van de voorbije dagen noemt hij bijzonder gevaarlijk. „Niet alleen wat rond het paleis is gebeurd, maar ook wat zich in de provincie afspeelt. We hebben het kookpunt bereikt.”

Helbawy wil president Morsi nog net geen dictator noemen. „Hij is een verkozen president. Maar er zijn tekenen van dictatoriaal gedrag. Als je gekozen wordt en vervolgens komt het volk in opstand, en je blijft maar zeggen dat je de gekozen president bent: dat is dictatoriaal gedrag. Je moet altijd opnieuw naar de mensen luisteren. Gekozen zijn is niet heiligmakend. Er zijn veel gekozen regeringen in het Westen die hun termijn niet uitzitten.”

In tegenstelling tot Morsi en zijn aanhangers beschouwt hij de oppositie niet als een te verwaarlozen minderheid. „Natuurlijk, de meeste van onze mensen zijn moslim en zij houden van de islam. Wie inspeelt op hun emoties, eerder dan op hun verstand, die heeft het volk mee. De anderen hebben het nadeel dat zij minder wortels hebben in het volk. Maar als zij erin slagen om de mensen te bereiken en hun ervan te overtuigen dat dit niet de juiste manier is, dat Morsi’s decreet onaanvaardbaar is, dat een referendum op dit moment niet goed is, dat de grondwet vol fouten staat... Als het je lukt om de mensen dat duidelijk te maken en hen te overtuigen, dan verliest Morsi. Dan verliest de Moslimbroederschap. Het is een echte strijd nu om de wil van het Egyptische volk. Wie hen kan overtuigen is de winnaar.”

    • Gert Van Langendonck