Samen douchen tegen geweld

Dit weekeinde ligt het amateurvoetbal stil. Is volkssport nummer 1 nog te redden? Een hartekreet van voetballiefhebber Auke Kok.

Nederland, Almere, 04-12-2012. Sfeerbeeld op voetbalclub S.C. Buitenboys nav het overleiden van een lid, grensrechter, die in elkaar is geslagen door spelers van een tegenpartij. Op foto: De trainer van het team van SC Buitenboys die betrokken was bij de wedstrijd waarin de grensrechter is mishandeld omhelst een clublid/medetrainer. Foto: Olivier Middendorp

Een incident, maar geen geïsoleerd verschijnsel: zo kan de tragedie rond de grensrechter in Almere het beste worden samengevat. Uiteraard is het ongewoon als een groep tieners na afloop van een potje voetbal de achtervolging inzet op een grensrechter; dat ze hem schoppen en slaan en daarmee doorgaan als hij op de grond ligt.

Veel minder ongewoon is het als amateurs – junioren en senioren – tegen een grensrechter (of scheidsrechter) lopen te zeuren, hem van alles toewerpen, zelfs uitschelden. Deze gewoonte vormt de voedingsbodem voor incidenten zoals de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen, begin deze week.

Het zeuren tegen de scheidsrechter staat niet op zichzelf. Het staat voor een moreel verval op en rond de velden dat al decennia geleden is ingezet en dat zich niet beperkt tot de spelers. Het amateurvoetbal voltrekt zich in een veel te grote ernst. Wat doordeweeks nog een fijne hobby lijkt, wordt als het fluitje eenmaal heeft geklonken al snel een strijd waarbij alleen de winst telt. Terwijl het daar juist niet om gaat.

In dit hoogst serieuze pandemonium zien we spelers die per se willen winnen en die het moeilijk kunnen verkroppen als de ‘scheids’ of de ‘grens’ succes in de weg staat met discutabele beslissingen. Waar de jongelui in het verleden een elftalleider hadden die soms ‘goed zo!’ riep, zien we nu heuse coaches, die tekeergaan als teambuilders. Jongens of meisjes die even lopen te dromen, krijgen dat direct te horen. Concentratie is vereist, ruimtes moeten klein worden gehouden, ze moeten doordekken, hun man in de gaten houden: geen kreet uit Studio Sport waarvan de onbeholpen echo op de amateurvelden niet hoorbaar is.

Amateurs doen de profs na. Het scala van maniertjes – van de wijze waarop ze juichen tot de schwalbes – sijpelt door van de eredivisie tot de onderbond. Reken maar dat een trainer die op televisie een official ongestraft mag toe snauwen de volgende zaterdag navolging krijgt van honderden amateurtrainers. Want kennelijk hoort het zo. Je ongenoegen kenbaar maken, de scheidsrechter proberen te beïnvloeden met al dan niet oprechte verontwaardiging: het is er allemaal bij gaan horen.

De noodzakelijke cultuurverandering zal niet alleen van onderaf moeten plaatsvinden. Gezien de identificatie van amateurs met topvoetballers en -trainers is het te verwachten dat als de profs zich normaal gaan gedragen, de liefhebbers hun emoties beter in de hand zullen houden. Met een zero tolerance voor opmerkingen tegen het gezag zou al veel gewonnen zijn. Het lot van de 41-jarige grensrechter van SC Buitenboys zou op die manier de aanzet kunnen zijn tot een herstel van oude waarden als ‘accepteren’.

Zo’n renaissance van zelfbeheersing is niet naïef of romantisch. Het kan domweg beginnen met een verbod op praten tegen de scheidsrechter voor zowel spelers als trainers. Eén keer praten is geel. Twee keer is rood. Heel simpel. Het idee dat de spelers hun gemoed moeten kunnen luchten tegen de wedstrijdleiding, is onzin. In het rugby – geen sport voor doetjes – wordt het al jaren bewezen.

Om te beginnen zijn KNVB-directeuren nodig die niet lafhartig naar ‘de maatschappij’ wijzen, zoals deze week weer gebeurde. Zij moeten juist richtlijnen uitvaardigen waar iedereen zich aan te houden heeft. Het adagium ‘voetbal is emotie’ wordt al veel te lang als smoes gebruikt om aanstellerij te vergoelijken. Alsof opgefoktheid een acceptabele emotie is. Misschien kunnen voetballers en begeleiders daar dit voetballoze weekend eens over nadenken.

De withete Amsterdamse pubers van SV Nieuw-Sloten, die zondag op Nieuwenhuizen inhakten, zijn uiteraard niet representatief voor de meer dan een miljoen leden van de KNVB. En ook de Marokkaanse en Antilliaanse achtergrond van de drie verdachten, en hun eventuele sociale en justitiële problemen, zijn eerder uitzondering dan regel. Toch lijkt hier sprake te zijn van omstandigheden die alleen maar tot de veelbesproken horror konden leiden in een sportklimaat waarin ‘emoties’ steeds meer als een gegeven worden beschouwd.

Het meest verontrustende is daarom de vanzelfsprekendheid van de situatie. Het luidkeels blijk geven van ongenoegen komt zo vaak voor dat het inmiddels als inherent aan de volkssport wordt beschouwd.

Protocollen voor het betuigen van wederzijds respect kunnen hier wat aan doen. Waarom worden bij kleine sporten, zoals judo, allerlei beleefdheidsrituelen gecultiveerd en bij volkssport nummer één nauwelijks? Juist bij contactsporten zijn zulke regels belangrijk . Teams zouden van te voren even kennis kunnen maken, om eens wat te noemen, bijvoorbeeld door de kleedkamers te delen. Niets lijkt een beter middel in de strijd tegen misplaatste vijandschap dan omkleden en douchen in dezelfde ruimte. De suggestie dat er iets belangrijks op het spel staat, wordt er meteen mee weggenomen. Bij rugby, ook een contactsport, werkt het uitstekend. Door het delen van kleedkamers onderscheiden amateurs zich van de profs – precies het goede signaal: hier gaat het om de lol.

Daarnaast zie je nu dat ouders van jeugdvoetballers vaak twee kampjes vormen; ieder moedigt ‘zijn’ team’ aan. Veel beter zouden zij door elkaar kunnen staan: spreken ze nog eens iemand anders; zien ze de wedstrijd van twee kanten.

Er zijn tijden geweest dat grensrechters – doorgaans reservespelers of ouders van jeugdspelers – de tegenpartij het voordeel van de twijfel gaven. Dat getuigde van sportiviteit en het scheelde een hoop gelazer. Hetzelfde geldt voor de scheidsrechter, meestal iemand van de ontvangende club: gewoon de bezoekers in geval van onzekerheid de bal gunnen. Kan probleemloos in het protocol worden opgenomen.

Zulke blijken van gastheerschap kom je weinig meer tegen. Je maakt er in eigen kring ook geen vrienden mee. De zege is er, ook als het nergens om gaat, te belangrijk voor. Het bevorderen van het eigen team zorgt vervolgens weer voor zoveel spanning en frustraties, dat er van het plezier in het spel weinig meer overblijft.

Volgens Het Parool stond Richard Nieuwenhuizen bekend als ‘fanatiek maar nooit agressief’. Maar zelfs een eigenschap als fanatisme is in het jeugdvoetbal nauwelijks op zijn plaats. Enthousiast moet ruimschoots voldoende zijn. Enthousiasme leidt tot ontspanning , tot relativering, tot: de scheids na afloop allemaal een handje geven en hem bedanken voor het leiden van de wedstrijd, ook al kon hij er natuurlijk weer geen hout van.

Jaren geleden bracht iemand zomaar ergens langs de lijn het treffend onder woorden. Als reactie op een luidkeels „Dat was geen buitenspel!” van omstanders zei hij doodleuk: „Ja hoor, buitenspel.” Iedereen keek zijn kant op. Deze snoeshaan had er duidelijk geen verstand van. „Natuurlijk”, zei hij triomfantelijk. „De scheidsrechter floot ervoor.”

De ultieme vorm van accepteren. Het zou mooi zijn.

Auke Kok is journalist en sportschrijver. Hij schreef o.a. het boek Wij waren de besten, over het WK van 1974.

    • Auke Kok