Nu pas beamen ze dat ze gelijk had

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Saskia Noorman-Den Uyl en de keerzijde van de goede bedoelingen. Ofwel: hoe de Kamer per abuis regelde dat bedrijven zijn gaan streven naar méér wanbetalers.

Vóór dat gevalletje met Co Verdaas waren het merkwaardig rustige dagen in Den Haag. Twee weken geen spektakel – het kon zo niet blijven natuurlijk. Nu maar afwachten of het exit van de staatssecretaris de rust doet weerkeren: er zijn onderwerpen die erbij zouden winnen.

Op de dag van Verdaas’ val publiceerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) cijfers over armoede in Nederland. Armoede is een relatief begrip, met hetzelfde inkomen kun je in Amsterdam arm zijn en in Dokkum prima rondkomen. Maar de trend is duidelijk. In 2010 hadden volgens het SCP 945.000 mensen te weinig geld om in hun elementaire levensbehoeften te voorzien. Vorig jaar steeg dat naar ruim 1,1 miljoen mensen; 7,5 procent van alle huishoudens. De prognose voor dit jaar, dit zal niemand verrassen, is een verdere stijging.

Dus mensen maken meer schulden. En aan mensen met schulden kun je verdienen. De incassobranche wordt in dit opzicht al jaren beklaagd, niet in de laatste plaats omdat elke kickbokser zich als incassobureau kan presenteren. Het is een vrij beroep. Verhalen over wildwestpraktijken duiken met de regelmaat van de klok op, ook tot afschuw van bonafide incassobureaus.

Armoede is typisch zo’n thema geworden waarvoor de meeste politici geen geestdrift meer opbrengen. Media zijn er ook niet tuk op. Armoede – dat is saai, droevig, niet leuk. En armoedebestrijding is al jaren een niet te reproduceren regelbrij. Alleen het taaltje al. Ooit bedachten ze op Sociale Zaken de Meerjarige Echte Minima, de MEM. Probeer daar maar eens een krantenkop van te maken.

Dus zoiets als met die incassobureaus moet je agenderen in Den Haag, en agenderen is een kunst op zich. In dit geval was het Saskia Noorman-Den Uyl, het oud-PvdA-Kamerlid (1994-2006), dat er, in 2008 alweer, in slaagde de zaak in beweging te brengen. Zij vertelde iets dat vaker opvalt. Zittende Kamerleden halen het nieuws met plannen en ideetjes. Maar oud-Kamerleden lukt het, op de een of andere manier, beter ook iets te bereiken.

Dit komt, legde zij uit, doordat je als oud-parlementariër wel over de reputatie en het netwerk beschikt, maar niet lijdt onder Haagse beperkingen. „Wanneer je als Kamerlid te veel op de bühne staat wordt dat niet gewaardeerd door collega’s”, zei ze. Mooie paradox van de mediacratie: de parlementariër die zich als succesvol in de media weet te presenteren, zal op meer weerstand stuiten bij de uitoefening van het Kamerwerk. „Als je een meerderheid wil halen”, zei Noorman-Den Uyl, „moet je niet te vaak ‘Kijk mij nou’ zeggen.”

De agendering van dubieuze incassopraktijken verliep in etappes, vertelde ze, want dat is ook zoiets: wie wil agenderen moet niet bang zijn hetzelfde verhaal vaker te vertellen. Maart 2008 publiceerde de belangengroep van sociaal raadslieden LSOP, waarvan Noorman-Den Uyl voorzitter is, een gedocumenteerd overzicht over mensen met kleine schulden die soms op bizar hoge incassokosten worden gejaagd. Het heette Mensen met schulden in de knel. En dit is het interessante: geen van de landelijke kranten schreef er destijds over, maar als je het nu googelt, bijna vijf jaar later, haalt het 13.000 hits.

Dat komt, vertelde Noorman-Den Uyl, doordat ze haar partijgenoten in het toenmalige kabinet ervan overtuigde dat er iets moest gebeuren. Wouter Bos (minister van Financiën), Frank Heemskerk (staatssecretaris Economische Zaken) en, vooral, Ahmed Aboutaleb (staatssecretaris Sociale Zaken) wilden daarna een maximumbedrag voor incassokosten invoeren. Het ministerie van Justitie, geleid door CDA’er Ernst Hirsch Ballin, zag er niets in. Er waren al gerechtelijke richtlijnen, was zijn argument, dat is genoeg.

En dus publiceerden de sociaal raadslieden een half jaar later, november 2008, nog een onderzoek. Het nieuwe feit was dat incassobureaus bij mensen met een kleine schuld kosten rekenden die de gerechtelijke richtlijnen ruim overschreden. En dit waren de bonafide bureaus, niet de kickboksers.

Bij het laatste rapport zat een berekening dat de bonafide bureaus per jaar minimaal 130 miljoen euro te veel rekenden. Dit haalde bijna alle media nadat, vertelde Noorman-Den Uyl, haar organisatie Radar tipte, het consumentenprogramma van de Tros. De presentatrice, Antoinette Hertsenberg, concludeert er doorgaans dat de gewone man de klos is van de grote jongens. Zo ook 11 november 2008.

De opzet slaagde. De dag na Radar ging de minister van Justitie om: er zouden alsnog maximale incassotarieven in de wet worden vastgelegd. De Kamer wilde het ook, bleek korte tijd later uit een algemeen overleg.

Toen brak de interessante fase aan. Zo’n nieuwe regel moet in een wet geschreven worden. Tijdrovend precisiewerk is dat. En ze zeggen wel eens dat het poldermodel op sterven na dood is, maar nee hoor: alle betrokkenen, ook de incassobureaus, kregen de kans zich met de conceptie van de nieuwe regels te bemoeien.

Het leidde er uiteindelijk toe dat de Kamer voorjaar 2011 een wetsvoorstel behandelde waarin het incassotarief voor mensen met een kleine schuld (tot 250 euro) op een maximum van 40 euro werd gesteld. Goed nieuws voor deze schuldenaren: tot die tijd moesten ze veel hogere boetes ophoesten.

Maar er was een probleempje, het kwam in de Kamer uitvoerig aan de orde. Was het 40 euro voor het totale schuldbedrag, of 40 euro per niet betaalde rekening? Voor het totale schuldbedrag, zei de Kamer. Anders was het gevaar dat incassobureaus en nutsbedrijven, het Kamerlid Ard van der Steur (VVD) noemde KPN, het maximumtarief zouden misbruiken: iemand kan de energie- of telefoonrekening vijf maanden niet betalen en wordt per maandrekening voor 40 euro beboet. Dat tikt aan.

Met Paul Ulenbelt (SP) diende Van der Steur een wijzigingsvoorstel om dit te beletten. Het was alleen slordig geformuleerd, signaleerde André Moerman, eigenlijk de onzichtbare held in dit hele verhaal: hij schreef de twee rapporten die de zaak in 2008 op de agenda zette, en zijn website – schuldinfo.nl – is een soort Wikipedia voor mensen met schulden.

In een brief van 14 april 2011 aan de Kamerleden, mede ondertekend door Noorman-Den Uyl, noteerde hij in een vet lettertje dat „dit amendement niet de oplossing van het probleem is”. Hij zette er een tekstwijziging bij om de omissie uit de wereld te helpen, maar helaas: het amendement werd met algemene stemmen aangenomen. De Eerste Kamer, ook aangeschreven door Moerman, deed de zaak af als een hamerstuk.

Sinds 1 juli is de wet van kracht, en inderdaad: alle betrokkenen stellen nu vast dat Moerman en Noorman-Den Uyl gelijk hadden. Een beetje rondvragen en je kunt de meest schrijnende verhaaltjes optekenen. Gezin met werkloze moeder wordt door de bank gedwongen oplopende hypotheekschulden te voldoen, en voelt zich genoodzaakt dan maar de rekeningen van energie en water een half jaartje te laten lopen, het energie- én het waterbedrijf leggen een boete op: 400 euro. Een 11-jarige sms’t te enthousiast, kan haar telecomrekeningen van een paar tientjes drie maanden niet betalen, boete: 120 euro. Geen details voor mensen die onder die armoedecijfers van het SCP vallen.

En het cynische is dat bedrijven door dit hele misverstand belang hebben bij méér wanbetalers. „Het is fijn om wanbetalers te hebben”, vertelde Joke de Kock van de vereniging van schuldhulpverleners. „Er zijn zelfs energiebedrijven die een verdienmodel hebben ontwikkeld: hoe meer wanbetalers, hoe liever”, zei Ingrid van Noordenne van de branchevereniging van incassobureaus.

Vanzelfsprekend heb ik Van der Steur, Ulenbelt en het ministerie gevraagd of ze hiervan wisten, en hoe ze hun vergissing verklaren. Ze zeiden alle drie dat ze er nooit van hadden gehoord.

En de waarschuwing van Moerman en Noorman-Den Uyl, van april 2011, was beide Kamerleden ontgaan. „Je krijgt zeker 25 brieven per dag”, zei Van der Steur. Ulenbelt verving een collega die met zwangerschapsverlof was, Van der Steur is niet meer de fractiewoordvoerder. Maar net als het ministerie zeiden ze dat dit uiteraard „gerepareerd” moet worden.

Het was mogelijk geweest hiervan een nieuwsberichtje te maken dat op een zaterdag als deze mogelijk de aandacht zou hebben getrokken: Kamer in actie om eigen fout te herstellen.

Maar ja, dit zou suggereren dat het ook meteen gebeurt. En denk dan even terug aan de uitzending van Radar, 11 november 2008, waarna de meeste media al meldden dat het probleem gerepareerd zou worden.