Meestal heeft de vleermuis het gedaan

David Quammen: Spillover. Animal infections and the next human pandemic. Norton, 587 blz. €23,99.

Vogelgriep, hiv en SARS, maar ook hondsdolheid en de pest. Zomaar wat ziektes op een rij? Nee. Het zijn alle zoönoses: ziektes die op enig moment zijn overgedragen van dier op mens. Maar Spillover, zoals David Quammen zijn laatste boek heeft genoemd, is een veel intuïtievere naam voor dit verschijnsel.

Zie elk dier, eend, vleermuis of rat, als een reservoir gevuld met zijn eigen ziektekiemen. Verdrijf deze reservoirs nu uit hun natuurlijke omgeving, eet ze op of houd ze in kleine hokken, en zie hoe ze overlopen. Hun virus wordt ons virus. Dat is spillover.

Quammens beangstigende boodschap is dat die reservoirs overal kunnen overlopen. Het kan een jager in Congo overkomen, die met ebola geïnfecteerd gorillavlees terugbrengt naar zijn dorp. Of misschien een toerist in Bangladesh, die de schattige, brutale, herpesdragende makaken voert. Of iemand die langs een geitenboerderij fietst. Gewoon, in Noord-Brabant.

Elk hoofdstuk in Spillover begint als een moordmysterie. Eerst zijn er de onheilspellende voortekenen. Een Australisch renpaard begint te schuimbekken. Een arts in Los Angeles stelt vast dat het immuunsysteem van vijf homoseksuele mannen zo wak is, dat ze ziek zijn geworden van een normaal ongevaarlijke schimmel. Meestal schiet de vlam niet veel later in de pan. Hendra-virus waart door de stallen. Hiv raast de wereld over.

Vijf jaar lang volgde Quammen de daders op de voet. Soms een bacterie, zoals tijdens Q-koorts-epidemie in Noord-Brabant, maar meestal een virus. Tijdens zijn vele reizen hoort hij getuigen van allerlei slag.

Soms zijn dat slachtoffers en nabestaanden. Zoals de Amerikaanse onderzoeker die zich ’s avonds laat, aleen in het lab, per ongeluk prikte met een injectienaald. Even daarvoor had zij met diezelfde een muis met ebola geïnfecteerd. Zij overleefde. Of de Nederlandse toerist die in Oeganda besmet raakte met het Marburgvirus, na een bezoek aan een grot samen met een gids en haar partner. De bodem was bedekt met de guano van vleermuizen. Zij stierf in Leiden, twee weken later.

Vaker nog spreekt Quammen de onderzoekers die spillovers in kaart brengen. De epidemiologen die brandhaarden identificeren. De veldwerkers die de mistnetten opspannen om vleermuizen te verzamelen. De laboranten die de genetische codes van virussen en bacteriën ophelderen. De theoretici die de overdracht van virussen vangen in formules en vergelijkingen.

Vaak blijken de reservoirs lastiger te vinden dan de boosdoeners zelf. Komt dat nieuwe virus van gorilla’s? Uit dadelsap? Van teken? Vooruit dan, één hint: meestal heeft de vleermuis het gedaan.

Quammen verweeft de mooie reisverslagen, anekdotes en gesprekken naadloos met heldere uitleg waarom RNA-virussen zo veranderlijk zijn en hoe het komt dat sommige uitbraken snel uitdoven en andere worden aangewakkerd tot pandemie.

In de eerste en laatste hoofdstukken betoogt Quammen dat het risico op spillovers toeneemt nu de mens de natuur verstoort en dieren uit hun leefomgeving verdringt. “We shake the trees, figuratively and literally, and things fall out.” Het klinkt aannemelijk, maar waarom laat Quammen juist in deze passages geen wetenschappers aan het woord?

Het is een klein kritiekpunt op een meesterlijk en razend spannend geschreven boek. Dan rest er nog één onplezierige gedachte. Quammen reisde voor zijn boek naar Australië. Congo. China. Noord-Amerika. Maleisië. Bangladesh. Noord-Brabant. Als hij nu maar geen onbekend, besmettelijk en dodelijk virus over de wereld heeft verspreid.

Lucas Brouwers

In januari verschijnt de Nederlandse vertaling van Spillover, Van dier naar mens, bij uitgeverij Atlas.