Maar waarom niet Den Haag?

Twee jaar geleden besloot NRC Media naar Amsterdam te verhuizen.Waarom daarheen, en niet het centrum van Rotterdam of Den Haag?

Was het bedrog, een complot of gewoon heel slim onderhandelen? Zes weken nadat NRC eind 2010 bekendmaakte van Rotterdam naar Den Haag te willen verhuizen – compleet met een filmpje waarin hoofdredacteur en uitgever enthousiast een rondleiding geven door hun nieuwe Haagse onderkomen – werd het toch ineens Amsterdam.

Ga dat maar eens uitleggen.

Om de lezer tijd te besparen: er was géén vooropgezet plan om via Den Haag de huur in Amsterdam omlaag te krijgen. Ook was het niet zo dat het Amsterdam ‘moest’ worden. Het enige dat al heel lang vaststond, was dat het huurcontract voor de huidige vestiging (Marten Meesweg 35 in Rotterdam) op 31 december 2012 zou aflopen.

Verlengen was geen optie: als het aan de redactie had gelegen, had de krant hier nooit gezeten. Rotterdam mag dan stads klinken, de Marten Meesweg is een bedrijventerrein aan de rand van Capelle aan den IJssel. Eind jaren tachtig was de Dagbladunie er heen verhuisd omdat er ruimte was, parkeerruimte met name. De redactie had niet goed opgelet toen het op inspraak aankwam. Er is nog wel een dag gestaakt, onder leiding van verslaggever Henk Kool, maar toen had de directie van de toenmalige eigenaar het huurcontract allang getekend.

Kroeg

Toen in 2010 het zoeken naar een nieuwe locatie begon – de NRC was inmiddels twee eigenaren en vele directies verder – was het devies: Terug Naar Het Centrum met hoofdletters. Niet zozeer omdat journalisten na de arbeid graag een kroeg bezoeken – al kan dat trouwens heel nuttig zijn. De krant wil gevestigd zijn in het hart van de samenleving, omdat ‘het’ daar gebeurt. En de krant wil zichtbaar zijn. En zichtbaarheid is méér dan lichtreclame, te zien vanaf de snelweg.

Dit laatste vergt misschien toelichting. In de jaren na ‘Fortuyn’ kreeg NRC, met voor sommigen een nogal elitair imago, wel eens het verwijt onderdeel te zijn van ‘de macht’, de ‘kaasstolp’ en al die andere vermeende samenzweringen die in Nederland misschien ooit status opleverden maar de laatste jaren vooral hoon wekten. Ten onrechte. De krant ziet zichzelf juist als controleur van de macht, niet als onderdeel ervan. Er is ook niets geheimzinnigs aan wat wij doen. Ja, wij maken NRC Handelsblad, nrc.next en nrc.nl voor mensen met een brede belangstelling, maar er is geen ballotage. Iedereen die kan lezen is welkom.

Zouden we dat met onze nieuwe huisvesting ook tot uitdrukking kunnen brengen? Zouden we, zoals de opiniepagina’s een centrum zijn voor debat, ook van het gebouw en debatcentrum kunnen maken? Zouden we een ontmoetingsplaats kunnen creëren voor lezers en krant? Kunnen we, om met aandeelhouder Peter Visser te spreken, de redactie ‘aanraakbaar’ maken?

Zo werd in het programma van eisen opgenomen dat NRC niet alleen een plek zocht waarin je goed een krant kunt maken, maar ook een gebouw waarin je dat aan de lezers kunt laten zien. Niet met een kantine, maar met een publiek toegankelijk restaurant en café – makkelijk te vinden, makkelijk te bereiken.

La Place

Een krant die een restaurant begint, is dat niet gek? Ach, we hebben al een webwinkel. En was er niet eerder al een warenhuis dat een restaurant begon? Een computerfabrikant die een eigen winkel opende? Inmiddels gelden La Place (van V&D) en de Apple stores als voorbeelden van succesvolle innovatie.

Een transparant, toegankelijk gebouw met horecagelegenheid in het centrum van een grote stad dus.

Om een gelijk speelveld te creëren en maximaal zicht te krijgen op de mogelijkheden verwoordden we onze wensen ook in een mail aan de gemeentebesturen van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. En o ja, schreven we: de totale kosten van de nieuwe huisvesting mogen niet hoger worden dan die aan de Marten Meesweg.

De reacties waren enthousiast. Vertegenwoordigers van de stad Rotterdam toonden ons diverse gebouwen waarvan er een, het zogeheten Central Post Office naast het Centraal Station, schitterende ‘open vloeren’ bood, waar we alleen nog maar de stekker in het stopcontact hoefden te steken. Ideaal, die vloeren zonder tussenwanden: een krant maak je nu eenmaal het best als je zoveel mogelijk collega’s binnen gezichts- en roepafstand hebt.

Maar het was wel op de zevende verdieping. En de begane grond was al helemaal vergeven. Wel in het centrum dus, maar niet zichtbaar voor de lezers.

In Amsterdam kregen we een tour door de Beurs van Berlage. Schitterend, maar donker en door de status van monument niet zomaar te verbouwen. The Bank op het Rembrandtplein: mooiste gebouw uit de hele reeks, maar ook het duurste. Het Hirschgebouw op het Leidseplein: 100 procent NRC-uitstraling, alleen waren de beste verdiepingen al gereserveerd voor Apple.

Vanuit Den Haag kwam de uitnodiging voor een kopje koffie met burgemeester Van Aartsen en wethouder Henk Kool – inderdaad, dezelfde die jaren geleden als verslaggever een staking organiseerde tegen eerdere verhuisplannen en die inmiddels de politiek was ingegaan. Toen zij de verlangens van de NRC aanhoorden, riep Kool uit: ,,Ja hallo, wat jullie zoeken is zoiets als de Centrale Bibliotheek!”

De Centrale Bibliotheek geldt als trots van Den Haag , midden in de stad, bereikbaar te voet, op de fiets, per tram, bus en auto, met grote, open vloeren en een begane grond waar Hagenaars in luie stoelen tijdschriften lezen, zichtbaar vanaf de straat dankzij een gevel van glas. Ja, zoiets moois zochten wij inderdaad.

Twinkelen

Waarna Kools ogen begonnen te twinkelen. Want waarom eigenlijk niet? De burgemeester bestelde nog een rondje koffie en ter plekke werd een plan opgesteld. De boeken zouden een etage inschikken, de leeszaal op de begane grond zou verbouwd worden tot café, de roltrappen zouden we delen. Er volgden denk- en rekensessies en op 3 november 2010 was het officieel: NRC maakte het voornemen bekend naar Den Haag te verhuizen.

Een tot de verbeelding sprekend plan. Vonden ze in Amsterdam ook. Nog dezelfde avond belde burgemeester Van der Laan zijn Rotterdamse collega (en partijgenoot en bekende uit het Amsterdamse stadsbestuur) Aboutaleb. Was het echt waar dat de NRC uit Rotterdam zou vertrekken? Ja, dat was waar. Aboutaleb had de directie van NRC op bezoek gehad om hem dat persoonlijk te vertellen.

Dan gaan nu de handschoenen uit, zou Van der Laan later vertellen. Bedrijven actief weglokken uit steden waar ze al gevestigd zijn, zeker als het een stad is met een partijgenoot als burgemeester – dat dóe je niet. Maar als het besluit eenmaal was gevallen dat de krant Rotterdam zou verlaten, dan moest het natuurlijk Amsterdam worden, meende Van der Laan. Hij nodigde de NRC-directie en -aandeelhouders uit: vertel me wat jullie precies willen. Horecavergunning? Terras? Ledschermen tegen de gevel? Ik beloof dat ik mijn uiterste best ga doen om het voor elkaar te krijgen.

Terwijl Van der Laan aan het werk ging, was het dromen in Den Haag in de fase van praktische bezwaren gekomen. Stond de architect van het bibliotheek-stadhuiscomplex, de Amerikaan Richard Meier, ingrijpende verbouwingen wel toe? Was er op de begane grond werkelijk ruimte voor een grand café of werd het meer een koffiecorner?

Allemaal oplosbaar, maar het was niet meer nodig toen Amsterdam een ‘offer you can’t refuse’ deed. Een gebouw helemaal voor NRC zelf, midden in de stad, tegen een scherpe prijs, vrijwel onbeperkt aanpasbaar aan de wensen van de krant, et cetera et cetera. En zo verscheen op 23 december 2010 het tweede NRC-verhuisbericht. „De bibliotheek in Den Haag is een prachtige locatie en het aanbod van Den Haag was goed. Maar de combinatie van locatie, gebouw en prijs is in Amsterdam toch nog beter.”

Hans Nijenhuis is adjunct-hoofredacteur van NRC.In 2010 was hij directeur/uitgever.