Looprek

legt aan een inwoner van Abu Dhabi uit wat kunst is.

De maquette is zo groot dat er een heel gebouw omheen is gezet. Een tijdelijk gebouw, dat wordt afgebroken als alle plannen op de maquette zijn uitgevoerd. Toch is er ruim een miljoen dollar aan gespendeerd, zonder blikken of blozen, want we zijn in Abu Dhabi, de rijkste van alle Golf Emiraten, waar geld geen rol speelt.

Jassar, mijn gids, wijst aan: „Hier komt het Louvre, daar het Guggenheim, daar het National Museum, het Muziektheater, het Maritiem Museum…”, en zo gaat hij nog een tijdje door. De musea komen naast elkaar te staan op het nu nog braakliggende Saadiyat-eiland, waar het om half tien ’s morgens al zo’n 37 graden is. Het museumeiland moet over vijf jaar klaar zijn en gaat ongeveer 27 miljard dollar kosten. Spullen om de musea mee te vullen zijn er nog niet, maar daar heeft men deals voor gesloten met het Louvre, het Guggenheim, het Picasso Museum en het British Museum, die bereid zijn kunst uit te lenen. Daar krijgen ze natuurlijk geld voor. Het Louvre bijvoorbeeld een slordige 1,3 miljard dollar. En wat niet wordt geleend, wordt gewoon gekocht. Geld zat.

Het Abu Dhabi Guggenheim alleen al heeft een aankoopbudget van zeshonderd miljoen dollar, ongeveer tweehonderd keer zoveel als het originele Guggenheim Museum in New York. Deze Arabische kunstmarathon wekt wrevel in het Westen. Dit soort geldsmijterij verstoort de internationale kunstwereld, zegt men. Smaak is niet te koop. Typisch nouveau riche. Van kunst hebben ze geen kaas gegeten.

Vorige week was Jassar in Amsterdam. Hij wilde wel eens zien wat wij dan onder kunst verstaan. Ik loods hem door het nieuwe Stedelijk Museum. We stuiten op een werk van Cady Noland: vier metalen looprekjes en wat oude nummerborden aan een stang. Hij vraagt: „Wat is dit.” Ik zeg: „Kunst.” Dan lees ik hem de bijbehorende tekst voor: „In een schijnbaar achteloze, maar in werkelijkheid zeer precies gearrangeerde compositie zijn vier metalen looprekjes gecombineerd met twee stangen waaraan nummerplaten van Amerikaanse auto’s bungelen. De materialen zijn afgedankt, verouderd, vergaan. Zo geeft Noland overtuigend gestalte aan denkbeelden over fysieke, sociale, economische en psychologische mobiliteit – en immobiliteit – binnen de Amerikaanse consumptiemaatschappij, samengebald in het contrast tussen de afgedankte looprekjes en ‘de auto’, Amerikaans’ vrijheidssymbool nummer één.”

Jassar fronst. Ik vertel hem dat Nolands werk miljoenen dollars opbrengt op veilingen. Een installatie werd zelfs ooit voor 6,6 miljoen dollar afgehamerd. Hij schatert het uit: „En wie had er volgens jullie ook alweer geen verstand van kunst?”

    • Ivo Weyel