In Vukovar staat Europa wel voor vrede

Maandag krijgt de Europese Unie de Nobelprijs voor de Vrede. Voor de meeste Europeanen is oorlog iets uit een ver verleden. Zo niet in Vukovar, in kandidaat-lidstaat Kroatië, waar alles nog geweld ademt.

Former Croatian general and chief of special police Mladen Markac (C) surrounded by the former members of his unit takes part in a march called a "Memory Column", in the eastern Croatian town of Vukovar on November 18, 2012, commemorating the 21st anniversary of the town's fall to Serb forces, the bloodiest episode of the 1991-95 war. Markac, along with former general Ante Gotovina was on November 16, 2012 - acquitted by the International Criminal Tribunal for the former Yugoslavia (ICTY) of crimes against the Serbs during the 1990s breakup of Yugoslavia with the two widely seen as heroes in Croatia. AFP PHOTO/STRINGER/Nikola SOLIC

In het koffiehuis van hotel Lav heerst een gezellige drukte, obers rennen af en aan. De inwoners van Vukovar, in het uiterste oosten van Kroatië, drinken er koffie. De mannen nemen er cognac bij, de vrouwen water. Buiten stroomt de Donau voorbij, precies op de grens met Servië.

De Kroatische burgemeester onderhoudt in een hoekje een gezelschap hoogwaardigheidsbekleders. De Servische advocaat met het grijze ringbaardje zit aan zijn eigen tafeltje. De Roetheense oud-bibliothecaresse zit met een vriendin te praten. Ze heeft haar hoedje opgehouden.

Vukovar is ruim twee decennia nadat Servisch geschut de stad in puin legde, nog altijd een stad van minderheden. Dat was ook de voorwaarde voor het vredesverdrag dat in 1995 werd getekend, toen het gebied na de Servische bezetting weer onder Kroatisch bestuur kwam: gelijke rechten voor alle minderheden. Ook de Servische.

De meeste bezoekers van het koffiehuis zijn oude bekenden van elkaar, ook al zitten ze aan aparte tafeltjes. Ze weten precies wie er heeft helpen meeverdedigen tegen het Servische beleg in 1991. Welke Kroaten er na de val van de stad door de Serviërs zijn afgevoerd naar concentratiekampen aan de andere kant van de rivier. Wie een zoon of een vader heeft verloren.

Ze hebben met elkaar op school gezeten toen hun land nog Joegoslavië heette en Vukovar een welvarende stad was, met het hoogste gemiddelde inkomen per persoon van de deelrepubliek Kroatië.

Oorlog en vrede is midden in de eurocrisis niet bepaald de eerste zorg van Europa. In het Westen is vrede niets bijzonders meer, oorlog hoort bij een ver verleden.

Komende maandag wordt de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo uitgereikt aan de Europese Unie. Voor veel Europeanen kwam de toekenning van de vredesprijs volkomen als verrassing. Hoezo een vredesprijs? Was er oorlog dan?

Verdere uitbreiding van de Europese Unie hoeft ook al niet op veel sympathie te rekenen. Moeten we nog meer zwakke economieën binnenhalen? Met misschien wel nog meer corruptie?

Toch zal Kroatië waarschijnlijk op 1 juli 2013 de 28ste lidstaat worden. De onderhandelingen zijn afgerond, het ratificatieproces is in volle gang.

Maar gezien vanuit het zwaargehavende Vukovar, dat ooit de Parel van de Donau werd genoemd, zijn het allebei belangrijke gebeurtenissen. De toekenning van de Nobelprijs geeft de 28.000 inwoners die al twintig jaar, veelal werkloos, tussen de ruïnes leven de overtuiging dat de EU ertoe doet en een garantie is voor vrede. Het aanstaande lidmaatschap van de EU betekent economische kansen. Het zal de stad in oude glorie herstellen, is de hoop.

Vukovar ademt nog steeds oorlog en geweld. Iedereen heeft wonden. „Wie hier niet gek is, is niet normaal”, zegt de Amerikaanse therapeut Charles Tauber. Hij probeert al 17 jaar in opdracht van een Nederlandse organisatie om wonden te helen, maar ziet de angst en depressie alleen maar toenemen. Huiselijk geweld is volgens Tauber een van de grote problemen van de stad. De wederopbouw verloopt moeizaam. De woningnood is nog altijd hoog en gezinnen zitten opeengepakt in kleine appartementen.

In de Joegoslavische tijd werkten er in de buitenwijk Borovo nog 20.000 mensen in een industriecomplex rond de voormalige Bata-fabriek, waar rubber en schoenen werden geproduceerd voor binnen- en buitenland. Je had er de textielfabriek Vuteks en een van de grootste binnenhavens van Europa. Er was voor iedereen werk in het barokke stadje met zijn schilderachtige uitstraling en zijn betoverende rivierlandschap. In de Habsburgse tijd had de streek vooral Duitsers, Hongaren en Roethenen (uit het oosten van wat nu Slowakije is) getrokken, in de Joegoslavische tijd waren er vooral Serviërs bij gekomen, op zoek naar een goede baan.

Vrede betekent nog geen verzoening. Achter de schijnbaar gemoedelijke sfeer onder de elite in het koffiehuis, gaat een verscheurde werkelijkheid schuil. Dat had zelfs de eerste Chinees die een winkel kwam openen in Vukovar meteen in de gaten. Sollicitanten die zich kwamen melden kregen de vraag of ze Serviër waren of Kroaat. „Ik zoek namelijk een Kroaat”, legde de Chinees uit. „Ik heb al een Serviër en als ik nog een Serviër aanneem, sta ik straks bekend als een Servische winkel en dan komen de Kroaten niet kopen.”

Sinds het einde van de oorlog in 1995 zwijgen de inwoners van Kroatië over de etnische tegenstellingen. Serviërs en Kroaten mijden elkaar. Kroatische kinderen gaan naar Kroatische scholen, Servische kinderen naar Servische. Ze krijgen hetzelfde lesmateriaal in verschillende talen, alleen de geschiedenisboeken verschillen.

Confrontaties worden uit de weg gegaan, maar de argwaan blijft. „Heeft-ie weer flink zitten jeremiëren?” zal de Kroatische burgemeester later vragen als hij in het koffiehuis gezien heeft dat ik met de Servische advocaat zat te praten. „Ik krijg gewoon buikpijn als ik die man zie.”

De slag om Vukovar in 1991 kostte tussen de 3.000 en 5.000 burgers het leven. 21 jaar later worden nog altijd 436 mensen vermist, onder wie Jelena Pancic. Toen de Serviërs de stad onder de voet liepen was ze 19 jaar oud. Jelena’s moeder, Milka Pancic, draagt een button met het beeld van een vrolijk lachende jonge vrouw met zwart krullend haar.

Het is maandag 19 november, een kleine duizend mensen herdenken de val van de industriewijk Borovo. De Moeders van Vukovar leggen als eersten een krans voor de restanten van de schuilkelder van waaruit Jelena is afgevoerd. Hier zaten in de laatste oorlogsdagen 800 Kroaten bij elkaar gepropt, in de kelder van een fabriek. Moeder Milka zat zelf een eindje verderop in een andere schuilkelder. Ze heeft niet gezien wie Jelena heeft meegenomen.

Jelena had steeds bij haar moeder en vader gezeten. Maar ze was even met medicijnen en verband naar deze kelder gerend toen daar ineens de Serviërs voor de deur stonden. Iemand heeft nog gezien dat ze in een auto werd gestopt. Daarna ontbreekt al 21 jaar elk spoor. Is ze in de Donau gegooid of is ze in een massagraf in Servië zelf terechtgekomen?

Milka Pancic, inmiddels een bejaarde vrouw, heeft iedere mogelijke getuige opgezocht en alle sporen gevolgd, zelfs naar Belgrado, zonder enig succes. Jelena is in het niets verdwenen. Er zijn nog verschillende massagraven in Servië, aan de andere kant van de Donau. Maar de identificatie van stoffelijke resten verloopt uiterst traag. Afgelopen jaar kon maar één slachtoffer worden geïdentificeerd. De Serviërs maken geen haast met opgraven. Zeker niet nu; tegen de Servische republiek heeft Kroatië een genocideclaim ingediend bij het Internationale Strafhof in Den Haag.

De herdenking in Borovo is een sobere versie van de herdenking een dag eerder in Vukovar zelf. De ‘heldenstad Vukovar’ is het symbool van de Kroatische onafhankelijkheidsstrijd. Een dag per jaar is de stad het middelpunt van Kroatisch nationalisme. Dan rijden bussen met vlaggen zwaaiende Kroaten uit het hele land de stad binnen om mee te doen aan de ‘kruisgang’: van het ziekenhuis waar de laatste verzetsstrijders zaten naar de begraafplaats 8 kilometer buiten het centrum, waar hun stoffelijke resten liggen. Dit jaar kwamen er wel 60.000 mensen op af.

Een architect van middelbare leeftijd uit Osijek, 25 kilometer naar het westen, vindt dat er zo veel mogelijk ruïnes moeten blijven staan om te benadrukken wat de Kroaten is aangedaan. Wederopbouw is mooi. „Maar iedereen moet altijd blijven zien wat hier gebeurd is.”

Even verder in de stoet vertelt een jonge Roetheense kleuterjuf hoe ze met haar ouders een paar maanden voor de val van de stad in 1991 is weggevlucht naar Zagreb. Toen ze tien jaar later terugkwamen stond van hun huis nog één muur overeind, tussen het puin groeide een forse boom.

Dit jaar is de sfeer bij de herdenking bijna feestelijk, omdat een dag eerder twee helden van het slotoffensief van 1995 zijn vrijgelaten door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag: Ante Gotovina, de man die in 1995 het land bevrijdde van ‘Servische bezetting’, en politiegeneraal Mladen Markac.

Het tribunaal heeft bepaald dat de twee zich niet schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden. Eindelijk is het bewijs geleverd dat de Kroaten geen blaam treft voor de oorlog, is het gevoel. De nationalistische euforie is groot. Met de vrijspraak van de generaals kan Kroatië straks ‘onbezwaard’ lid worden van de Europese Unie, denkt de kleuterjuf.

De Serviërs die ook nog altijd in de stad wonen, vertonen zich vandaag liever niet op straat. Angstig kijken ze naar een menigte die door de straten trekt. Sommigen in de menigte drinken bier. Dit is niet het moment om in discussie te gaan of nuances te zoeken.

Maar Jovan Ajdukovic heeft er lak aan en komt toch naar het koffiehuis. De Servische advocaat is specialist op het gebied van eigendomsrecht. Zijn visie op Europa? Hij hoopt dat het toekomstige lidmaatschap van de Europese Unie rechtsgelijkheid zal brengen voor de Servische minderheid in Kroatië. Hij is ervan overtuigd dat zijn zoon geen rechter kan worden omdat hij Servisch is. Hij mag wel studeren maar krijgt geen stageplaats en zonder stage kan hij geen rechter worden. Simpel.

Ajdukovic is verontwaardigd over de vrijspraak van de Kroatische generaals door het Joegoslavië-tribunaal. „Slachtoffers hebben recht om te weten wie de misdaden heeft begaan. Ook aan Servische kant zijn tweeduizend slachtoffers gevallen. Iemand heeft dat gedaan. 200.000 mensen zijn weggejaagd. Die komen nooit meer echt terug. Behalve om hun pensioen op te halen of hun huis te claimen.” Ajdukovic vecht voor het voortbestaan van de Servische identiteit in Kroatië. Hij erkent dat Zagreb zijn hoofdstad is, maar waarschuwt voor assimilatie: Serviërs moeten Serviërs blijven, ook in Kroatië. Daarom moeten de scholen van Vukovar strikt gescheiden blijven.

Als ik even later tegen een andere Serviër, Srdjan Antic, zeg dat ik de verhoudingen in Vukovar verwarrend vind, reageert hij: „Het is niet ingewikkeld, het is alleen maar walgelijk.” Antic is een generatie jonger dan Ajdukovic en probeert al jaren samen met een Noorse organisatie een gemengde school op te zetten. Het is volgens hem nog niet gelukt omdat de politiek blijft tegenwerken. „Omdat er baantjes op het spel staan.” Servische en Kroatische nationalisten hebben er belang bij om tegenstellingen te laten voortbestaan. Ze werkten bij de laatste verkiezingen zelfs samen om te voorkomen dat er een nieuw stadsbestuur zou komen. „De nationalistische partijen die in de oorlog tegen elkaar hebben gevochten, vormen een front tegen de oppositie om hun baantjes te behouden.” Cynisch spreekt hij van beroeps-Serviërs en -Kroaten.

Maar het nieuwe bestuur is er toch gekomen. De Kroatische theoloog Zeljko Sabo, een joviale vijftiger, won de verkiezingen in 2009 namens de sociaal-democraten, „Als we straks lid zijn van de EU, zijn alle problemen voorbij”, lacht hij schertsend vanachter een uitpuilende asbak in de burgemeesterskamer. „Maar, serieus, wij zijn hier straks de eerste stad achter de Schengen-grens, wij hebben hier de grootste snelweg van Europa voor de deur stromen: de Donau. In de haven kunnen we een miljoen ton overslaan. Verschillende bedrijven hebben al ruimte gereserveerd in de haven. Het komt er echt aan!”

De afgelopen jaren hebben buitenlandse investeerders de stad links laten liggen. De fabrieken lagen in puin en de bureaucratie was alleen bezig zichzelf in stand te houden.

Sinds de komst van Sabo is er een voorzichtige opleving. Vlak buiten Vukovar staat een gloednieuwe Italiaanse kunstmestfabriek. Een dezer dagen opent de Duitse supermarktketen Kaufland de deuren. Het zijn de eerste lichtpuntjes voor de duizenden werklozen in de stad die bereid zijn voor 350 euro in de maand te werken. Kaufland bood 100 banen aan, er meldden zich 1.000 gegadigden.

En er zijn meer positieve ontwikkelingen, zegt de burgemeester trots. „We hebben een kleine babyboom.” Met buitenlands geld is hij erin geslaagd om het stadsgroen vrij te laten maken van mijnen. „Vrijende paartjes kunnen er weer hun gang gaan”, lacht hij. „Dit jaar zijn er al 210 kinderen geboren in de stad, vorig jaar waren dat er maar 194.”

Sabo probeert de stagnatie te doorbreken en de jeugd voor zich te winnen. Op het charity dinner dat hij geeft om de slimste studenten te kunnen laten studeren, zit half Kroatië aan. Emotioneel vertelt hij de aanwezigen dat zijn stad na de bijna totale vernietiging langzaam aan het opstaan is. Donderend applaus volgt.

Maar het verleden blijft loeren. Ook de joviale burgemeester heeftdrie maanden in een Servisch concentratiekamp gezeten na de val van de stad. Onderweg heeft een Servische bekende hem te grazen genomen en drie van zijn ribben gebroken. Later, toen de vrede getekend was, zag hij de bewuste man in het centrum lopen en alarmeerde de politie. „Maar die wilde niks doen: het was mijn woord tegen het zijne.” De Serviër is inmiddels aan de andere kant van de rivier gaan wonen. „Het is beter dat we elkaar niet tegenkomen”, zegt de burgemeester-theoloog dreigend. Gevochten wordt er allang niet meer in zijn stad. Maar de vrede houdt grimmige trekken.