Ik zorgde altijd voor anderen

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Ik heb de liefste en de beste cardioloog van Nederland. Laatst is ze hier thuis zelfs op de koffie geweest. Ze zei: ‘Niemand van mijn collega’s in het ziekenhuis hield het voor mogelijk dat jij d’r nu nog zou zijn.’ Maar het is zo. Hier zit ik.

„Ik was er afgelopen zomer vreselijk aan toe. Zeven weken heb ik in het ziekenhuis gelegen. Veel verschillende medicijnen, veel onderzoek. Uiteindelijk bleek dat ik niet meer in aanmerking zou komen voor een donorhart. Een domper.

„Ook was er sprake van dat bij m’n hart het allernieuwste type defibrillator kon worden geplaatst. M’n cardioloog raadde me dat sterk aan. Ik dacht eerst: als zij dat ziet zitten, dan doe ik dat. Toen volgde een gesprek met de hartchirurg, die een helder verhaal hield: ik had maar tien procent kans dat ik die operatie zou overleven.

„Dat cijfer maakte nog niet eens zoveel indruk op me. Het meest opmerkelijk vond ik dat die chirurg mij niet aankeek. Hij bleef maar naar de grond staren toen hij met me praatte. Na het gesprek begon ik daarover na te denken. Ik zei tegen mijn vrouw: ‘Volgens mij durft hij ’t niet aan, hij wil niet dat ik het loodje leg op zijn operatietafel.’ Mij leek dat opeens ook een vervelend idee. M’n lichaam laat me in de steek, maar geestelijk ben ik nog ijzersterk. Ik dacht: ‘Als ik toch doodga, dan liever rustig thuis dan in het ziekenhuis.’

„De volgende dag hebben we met de kinderen gepraat. Die namen m’n laatste twijfel weg: ‘Joh, hou toch op met al dat gedokter, ga lekker in de tuin zitten, een beetje barbecuen. We gaan het nog een paar weken gezellig maken.’

„Een maand of vier heb ik echt met de dag geleefd. Nog steeds houden we er rekening mee dat mijn tijd op deze aardkloot bijna om is. De ene na de andere hartstilstand heb ik gehad, waarna een dreun van de defibrillator me weer aan de praat hielp. Toen bleek, een maand of twee geleden, dat ik twee soorten medicijnen slikte die elkaar niet verdroegen. Ik krijg nu een middel minder en sindsdien heb ik geen hartstilstand meer gehad.

„Ondanks al die problemen zeg ik nu: ik ben zo ontzettend blij dat ik deze extra tijd nog heb gehad! Ik geniet, elke dag. Marjolein, de kinderen, mijn broer, mijn zus, familie, vrienden – iedereen is zo ongelofelijk zorgzaam voor mij. Dat heb ik nooit eerder meegemaakt.

„Ik zorgde altijd voor anderen – dat zit in mijn karakter. Ik ben zeventien jaar coach van een hockeyteam geweest: een lolteam van 26 mannen. Ja, zoveel hadden we d’r nodig om op zondagochtend vroeg elf spelers en twee reserves bij elkaar te krijgen voor een uitwedstrijd.

„Mijn beste vriend, m’n tandarts, had me bij het team gehaald. Ik deed ’r alles voor: speelschema’s maken, sponsorgeld binnenhalen, feestjes organiseren, bij zieken op bezoek gaan.

„Een jaar of tien geleden overleed mijn vriend, de tandarts. Vijf jaar geleden stierf een andere goeie vriend. Je hebt vast wel eens van hem gehoord: Bakker Bart, van de bakkerijketen – Bart van Elsland.

„Ik heb Bart leren kennen toen hij nog maar één winkel had, hier in Nijmegen. Ik moest wat aan z’n winkel verbouwen voor het plaatsen van de oven. Toen zijn we bevriend geraakt. Hij heeft me altijd uitgebreid verteld over z’n zakelijke avonturen.

„In die jaren werd mijn hart zo slecht dat ik helemaal in de WAO terechtkwam. Een half jaar voordat Bart stierf, logeerden we bij hem, in z’n huis in Barcelona. Had hij van Frank Rijkaard gekocht: een kast met vier etages en weet-ik-hoeveel kamers. Bart zei: ‘Joh, kom toch hier wonen, wij zoeken een oppas voor de kinderen; de au pairs die we tot dusver hadden, zijn niet zo betrouwbaar.’ We zeiden: ‘We zullen d’rover nadenken.’

„Op Nieuwjaarsdag 2008 kregen we een sms’je van de vrouw van Bart. Hij was plotseling overleden: hartstilstand. Zijn vrouw vertelde me later: ‘Hij was bezig met een Nieuwjaarswens aan jou; die heeft hij niet meer kunnen versturen.’

„Ik denk dat ik, juist doordat ik al zoveel mensen om me heen heb verloren, nu nog steeds zo positief in het leven sta. Ik tob al zeventien jaar met m’n hart; Bart was lekker met vakantie in Oostenrijk en zakte dood in elkaar. De vader van mijn schoonzus was een echte sportman en kerngezond. Zat rustig thuis in z’n stoel – dood.

„Het heeft mij geleerd: niemand weet wanneer je laatste uur geslagen heeft. Maak je daarover dus geen zorgen. Zonde van je tijd. Het komt als het komt – vanzelf.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nlTwitter: #hetlaatstewoord