Het is crisis in het huis van Abe, ook Foppe ligt er wakker van

Bij sc Heerenveen, van oudsher een baken van rust, kraait dit seizoen oproer door het slechte spel. „Bierflesjes vlogen door de lucht. Ik dacht: dit kan niet waar zijn.”

Nooit in zijn lange leven met sc Heerenveen beleefde Foppe de Haan ook maar één slapeloze nacht van voetbal. Tot twee weken geleden, nadat hij zijn club kansloos had zien verliezen tegen RKC. In het Abe Lenstra Stadion nota bene, de vesting waarin De Haan twaalf jaar geleden, als trainer, nog Champions League speelde. „Het was zo slecht. En dan die lege plekken in het stadion. Ik heb hier twintig jaar mijn hart en ziel in gestopt. Dan begin je te malen. Dit kan toch niet doorgaan.”

Het is niet snel crisis in het gemoedelijke Heerenveen, waar doorgaans een sfeer hangt van kruidkoek, Thialf en rookworst. Nu is de stemming anders. De competitie is nog niet halverwege en Heerenveen heeft al meer wedstrijden verloren (zeven) dan in het hele vorige seizoen (zes), toen de club onder Ron Jans als vijfde eindigde en zelfs even op reis mocht, Europa in. Fans, inclusief erevoorzitter Riemer van der Velde, spraken euforisch over de coup die voorzitter Robert Veenstra pleegde met Marco van Basten. Ajax, AC Milan, Oranje, 1988. In een shirt met pompeblêden.

Met afgrijzen keek Marcel Annema afgelopen zaterdag om zich heen. De voorzitter van supportersvereniging FeanFan, die al ruim dertig jaar de wedstrijden ziet, zag na het verlies (3-1) bij Willem II voor het eerst Heerenveen-aanhangers op de vuist gaan met fans van de tegenpartij. „Bierflesjes vlogen door de lucht. Ik dacht: dit kan niet waar zijn. Fans die al dertig jaar mee gaan hebben we met tranen in hun ogen in de bus gezet om wat daar gebeurde. Het is helemaal niet des Heerenveens, mensen die met witte zakdoekjes zwaaien, die hun eigen spelers uitfluiten, die zingen: Marco neem je rotzooi mee.”

Het bordje ‘Trainingscomplex Fryso Nello’ kan Van Basten niet ontgaan als hij het drassige oefenveld betreedt. Van hier, achter het razende verkeer op rijksweg A32, is het duizend mijlen naar de bosrijke omgeving van Milanello, het hightech voetballaboratorium van AC Milan waar op mooie dagen de helikopter van Silvio Berlusconi landde. En waar Van Basten trainde met Ruud Gullit, Franco Baresi, Paolo Maldini en Roberto Donadoni. Nu trekt hij op een koude decemberdag op sportpark Skoatterwâld de wenkbrauwen op als de Guatemalteekse spits Marco Pappa een bal hoog over knalt. Even later laat hij zijn spelers rondjes lopen – ontevreden over hun inzet.

Maar, geen kwaad woord over Van Basten, zegt De Haan, die hem nog kent uit zijn KNVB-tijd. „Marco is hartstikke aardig. Maar hij had zelf altijd topvoetballers om zich heen. Dan is je referentiekader totaal anders. Maar ik moet zeggen: hij heeft zich er wel op gestort. Hij leert nu echt wat het trainersvak inhoudt.” Maar wegsturen? „Je moet keihard werken, en vooruit denken.”

Het zat Van Basten ook niet mee. Nadat hij had getekend, vertrokken de beste spelers – waaronder de hele voorhoede. De lijst doet FeanFans pijn aan de ogen: Bas Dost, Luciano Narsingh, Oussama Assaidi, Daryl Janmaat, Viktor Elm, Michel Breuer.

En aansprekende vervangers kwamen er nauwelijks. Van Basten voelde zich eind augustus zelfs „een klein beetje in de maling genomen”, omdat het bestuur ondanks de toezegging de helft van de transferinkomsten te herinvesteren, „niets” deed. „Als je weet dat er voor 17 miljoen verkocht is en er wordt niks teruggekocht, dan moet je hier niet vreemd van opkijken”, zei hij toen tegen Eredivisie Live.

Bij die openbare schermutseling met Veenstra bleef het. Van Basten heeft geleerd van zijn Ajax-tijd, zegt hij aan de vooravond van het cruciale duel tegen Roda JC, zondagmiddag. Daar stapte hij vlak voor het slot van een teleurstellend seizoen op. „Ik probeer te leren van die les. Je moet positief blijven, door blijven vechten totdat de resultaten wél goed zijn.”

Maar ongeruste fans vragen zich ondertussen af of San Marco ‘de Kerst’ nog haalt. „Ik kom al vanaf mijn zesde bij Heerenveen”, zegt Annema. „Maar zo futloos als de laatste weken wordt gevoetbald heb ik ook nog nooit meegemaakt. Je had altijd wel een aantal spelers die in hun handen spuugden en er tegenaan knalden.”

De directie erkent dat de club „absoluut in een hele moeilijke fase zit”, zegt technisch directeur Johan Hansma, die zelf ruim tweehonderd duels voor de club speelde. Maar de positie van Van Basten staat niet ter discussie. „We hebben het vertrouwen dat we meer kunnen dan we nu laten zien. Ik hoop dat we die lijn zondag tegen Roda JC gaan oppakken.”

De oorzaken liggen dieper, denkt De Haan, die tussen 1985 en 2004 meer dan vijfhonderd keer als trainer op de bank zat bij Heerenveen, in eerste en eredivisie. Sinds het vertrek van Van der Velde als voorzitter, in 2006, waren er veel te veel wisselingen in het bestuur en in de technische staf, meent De Haan. „Het is veel te onrustig. En je mist een boegbeeld. Riemer wist mensen te binden aan de club. En sponsors. Er bestond een unieke clubtrouw.”

Het is een veelgehoorde klacht: Heerenveen werd steeds minder een voetbalclub en steeds meer een bedrijf. Veenstra, oud-collegevoorzitter van Stenden hogeschool, zag de inkomsten kelderen en zette een saneringsoperatie op touw om de club weer gezond te krijgen.

Maar de verzakelijking vergrootte de onrust, denkt De Haan. In contrast met diens eigen Ferguson-eske tijdperk stelde Heerenveen de afgelopen vijf jaar drie keer een nieuwe trainer aan: Trond Sollied, Jans en Van Basten. „Hartstikke slecht”, meent De Haan. Hij kijkt kritisch naar de clubleiding, het stichtingsbestuur, de raad van commissarissen, „hotemetoten”. „De vraag is: hoeveel verstand hebben ze van voetbal? En van mensen? Volgens mij missen ze de knowhow om de juiste mensen op de juiste plek te zetten.”

Natuurlijk, ook De Haan weet dat „vroeger niet alles beter was”. Maar toch. „Heerenveen had dertig miljoen op de bank. Maar misschien was er wel te veel geld. Sollied werkte niet met de jeugd, hij wilde alleen ervaren spelers. Toen zijn allerlei spelers gehaald die heel veel verdienden, maar niet goed genoeg waren.”

En dat voor de club die bekend stond bekend om zijn geweldige neus voor „groeibriljantjes”. Ruud van Nistelrooy, Klaas Jan Huntelaar, Georgios Samaras, Afonso Alves, Marcus Allbäck, Miralem Sulejmani, Danijel Pranjic, Bas Dost: ze leverden tientallen miljoenen euro’s op.

Maar daarvan is weinig over, gezien de investeringen die Heerenveen dit seizoen deed. Te weinig, vindt De Haan. „Ze hebben wel een goede spits, Finnbogason. Maar ze hebben vooral jongens gehaald die transfervrij waren, of die een club zochten, zoals Daniël de Ridder. Die heeft toch een half jaar nodig om in conditie te komen. Dat zie je aan hem. Daar zit geen beleid achter.”

    • Rob Schoof